Wat zich gisterenavond afspeelde in het Jan Breydelstadion mag heus een debacle worden genoemd. Ja, Club had pech met het schot van Thomas Meunier op de paal en ja, Club werd genekt door de scheidsrechter die de goal van Maxime Lestienne volledig onterecht afkeurde. Maar de problemen zitten duidelijker dieper bij
Blauw-Zwart. Wie in eigen huis drie goals tegen krijgt tegen een, met alle respect, uiterst matige tegenstander als FC Kopenhagen heeft dat louter en alleen aan zichzelf te danken.
Onze wenkbrauwen fronsten al een eerste keer bij het zien van de opstelling van
Blauw-Zwart. Zowel Vadis Odjidja, Niki Zimling en Mémé Tchité mochten aan de aftrap verschijnen. Drie jongens die de laatste weken allesbehalve fit zijn en sukkelen met allerlei kwaaltjes. Dat je in dergelijke belangrijke wedstrijd een gokje neemt met één van de drie, dat kunnen we nog begrijpen. Maar alle drie? Waanzin. Het gebrek aan vormpeil viel vooral op bij Odjidja, die nooit echt in de wedstrijd zat. Verkeerde baltoetsen, passes naar niemandsland: nee, het zat niet lekker bij de middenvelder. Met twee gehavende soldaten kan je geen oorlog op het middenveld winnen, ook niet als de tegenstander een pover Deens huurlingenleger is.
Het pijnpunt bij de Bruggelingen is al sinds het vertrek van Vital Borkelmans en Olivier De Cock hetzelfde: de backposities. Door zijn schorsing in de
Jupiler Pro League mist Carl Hoefkens het nodige matchritme om op dit niveau zijn mannetje te kunnen staan. Wat Georges Leekens bezielt om Jordi Figueras te laten zwemmen op de linksachter is ons nog altijd niet duidelijk. De Spanjaard wordt er op een positie gedropt die de zijne niet is en dreigt daardoor gebrandmerkt te worden als miskoop. Tom Høgli bewees vorig seizoen dat hij een degelijk alternatief is voor de linksbackpositie, waarom de –weinig wendbare- Figueras dan de voorkeur krijgt is een vreemde hersenkronkel in het brein van
Mac The Knife.
Was het dan allemaal kommer en kwel woensdagavond in Brugge? Bijna, maar niet helemaal. Oudgediende Jonathan Blondel was een zeldzaam lichtpuntje in de
Blauw-Zwarte duisternis. Als een springveer sprong hij op alles wat bewoog en zijn vechtlust spoorde het publiek ook aan om een tandje bij te zetten. Tekenend was dan ook hoe Blondel armwiekend en bijna moedeloos stond te roepen en zwaaien richting ploegmaats, zodat ze zijn voorbeeld zouden volgen. Die gaven daar echter geen gevolg aan. Als hij deze vorm kan aanhouden, is Blondel kandidaat Rode Duivel. Marc Wilmots smult van spelers met de drive en grinta van Blondel. Een bijtertje als Joe is nodig tussen primadonna’s als Axel Witsel en Eden Hazard.
Feit is dat
Club Brugge nu zeker naast de vetpotten van de Champions League grijpt en zich zelfs nog moet zien te kwalificeren voor de poulefase van de Europa League. Dat dit Brugge niet thuishoort in de Champions League is sinds gisteren pijnlijk duidelijk geworden, maar hetzelfde kan zeker en vast gezegd worden over Kopenhagen. Na de 1-5 afslachting door de Spaanse middenmoter Getafe is dit de tweede zware mentale dreun die de spelersgroep van Leekens te verwerken krijgt. Achter De Kazerne zal duidelijk worden hoe ver dit Club Brugge echt staat, want de wedstrijden tegen promovendi Waasland-Beveren en Charleroi beschouwen als een graadmeter is een vorm van zelfbedrog.
LEES OOK:
Adedeji-Sternberg doet opvallend boekje open over Club-soap