Een nieuw koningskoppel lijkt in de maak bij de Rode Duivels. Kevin De Bruyne en Divock Origi waren een gesel voor de verdedigers van Andorra. Ze vonden elkaar blindelings.
Als er twee spelers op het veld waren, die elkaar voortdurend zochten én vonden, dan waren het wel Kevin De Bruyne en Divock Origi. De Bruyne voelde zich als een vis in het water achter de eenzame spits. De flankspeler van Wolfsburg zwermde over het hele veld en vond zijn ploegmaat erg makkelijk.
Eerst was het Origi die De Bruyne een grote kans aanbood, later maakte de spits van Lille het zelf bijna af op aangeven van De Bruyne. De bal spatte echter twee keer uiteen op het doelhout. Bij de 2-0 was het wel raak: Origi met de pass, De Bruyne die het afmaakte.
Het samenspel liep wel lekker, maar volgens De Bruyne was dat niet alleen met Origi. "Dat geldt niet alleen voor Divock en mij, maar ook voor de rest van de ploeg. Met Benteke en Lukaku heb ik dat ook", zegt hij in
Het Nieuwsblad. "Ik probeer zo slim mogelijk te spelen en dan vooral volgens hun kwaliteiten."
De Bruyne weten dan ook perfect wat zijn ploegmaats het liefst hebben. "Divock is goed met de voeten, terwijl ik Romelu eerder in de diepte zal aanspelen. Je moet in functie spelen van je medemaats."
LEES OOK:
Garcia dreigt WK van De Bruyne zwaar te verknallen