Club Brugge leek in januari al te anticiperen op een mogelijk vertrek van Joël Ordóñez. Eén interessant dossier lag klaar, de prijs leek haalbaar en de gesprekken liepen. Maar net toen blauw-zwart kon doorduwen, gaf Ivan Leko zijn veto. En vandaag wordt het veel moeilijker om het dossier herop te starten.
LEES OOK: Valse start: Rigaux compleet afgemaakt bij Feyenoord
Leko zegt neenBij Club Brugge is de zomermercato al maanden bezig. Blauw-zwart hield in januari de kern bewust samen, maar wist toen al dat er na het seizoen veel werk zou komen. Zeker achterin. Joël Ordóñez bleef in de winter, maar zijn vertrek in de zomer wordt al maanden ingecalculeerd. Net daarom kwam Sadibou Sané toen al in beeld. De 21-jarige centrale verdediger van FC Metz paste op papier in het profiel dat Club graag zoekt: jong, fysiek sterk, rechtsvoetig, met groeimarge en nog restwaarde.
Foot Mercato meldde eind januari dat Club Brugge een eerste officieel bod had uitgebracht op Sané. De Franse club hield hem toen zelfs uit de selectie tegen Lyon, om geen blessurerisico te nemen zolang het dossier liep. Club werkte effectief aan het dossier. Volgens verschillende Franse berichten ging het zelfs richting een deal rond 6 miljoen euro. Alleen kwam de transfer er niet. De reden lag niet alleen bij Metz of bij de speler. Intern leefde er twijfel bij Club Brugge.
Volgens Sacha Tavolieri was vooral de technische staf niet volledig overtuigd van Sané. Lees: Ivan Leko zag de komst van de verdediger niet zitten. Daardoor werd het dossier vertraagd en uiteindelijk niet afgerond. Die twijfel viel ergens te begrijpen. Sané had bij Metz geen foutloos seizoen achter de rug. Hij was niet altijd een vaste titularis, speelde bij een ploeg in degradatienood en pakte dit seizoen ook twee rode kaarten. L’Équipe schreef eerder over “un manque dans la gestion des émotions”, een gebrek in de emotiebeheersing.
Club ziet de concurrentie komen
Maar Club zoekt bij een opvolger voor Ordóñez niet zomaar potentieel. Wie hem moet opvolgen moet ook snel betrouwbaar kunnen zijn. Dévy Rigaux zei in Het Laatste Nieuws dat er een Premier League-club was die 40 miljoen euro wilde betalen voor Ordóñez. “Zonder dat we zelfs hoefden te onderhandelen”, klonk het. Maar Club wilde Ordóñez niet laten gaan met het oog op de titelstrijd. Ook Franky Van der Elst begreep die redenering. “Het is natuurlijk enorm veel geld, maar ik snap dat ze willen wachten”, zei hij in Het Nieuwsblad.
Dat betekent ook dat Club op tijd klaar moest zijn met hun transferplan. Als Ordóñez straks wél vertrekt, mag blauw-zwart niet pas dan beginnen zoeken. Club wilde met Sané anticiperen, maar dat lijkt nu een probleem te zijn. Hij heeft nog één jaar contract, FC Metz zakt naar Ligue 2 en buitenlandse ploegen ruiken hun kans. L’Équipe schrijft dat meerdere Europese clubs intussen interesse tonen, met vooral AS Monaco en Werder Bremen die nadrukkelijk in beeld komen.
Waar Club in januari nog een voorsprong heeft, moet het nu de concurrentie aangaan met andere clubs. En ook de timing is pijnlijk. In januari was Sané financieel haalbaar. Er waren gesprekken en de prijs werd afgesproken. Enkele maanden later is dezelfde speler een buitenkans geworden waar ook andere gereputeerde clubs naar kijken.
Was dit een fout?
Het dossier-Sané legt een grote vraag bloot binnen Club Brugge. Wie krijgt het laatste woord wanneer scouting, bestuur en trainer niet volledig op dezelfde lijn zitten? Leko werd teruggehaald voor zijn vuur, zijn directheid en zijn sportieve overtuiging. Hij zei dat hij Sané niet zag zitten. Maar tegelijk is Club Brugge een club die waarde wil creëren en proactief wil handelen op de transfermarkt. Als Club hem liet liggen door interne twijfel en hij straks bij Monaco of Werder Bremen doorbreekt, zal de vraag snel komen of blauw-zwart te voorzichtig was. Als hij elders opnieuw fouten maakt, krijgt Leko gelijk.
Olivier Plancke