Een van de voornaamste verwijten aan het adres van de Belgische arbitrage is een gebrek aan transparantie en communicatie, een tendens die men blijkbaar eindelijk wil doorbreken. Zo kwam bij Eleven Sports zowaar Jan Boterberg, die afgelopen zondag de topper tussen AA Gent en Union in goede banen leidde, eigenhandig een woordje uitleg verschaffen. Een unicum dat voor herhaling vatbaar lijkt.
Na afloop was er vooral heel wat te doen omtrent twee handsfases, die allebei reeds aan bod kwamen in de wekelijkse duiding van het Referee Department, waarbij achtereenvolgens Julien De Sart en Senne Lynen het leer allebei met de arm beroerden. Nu deed Boterberg zelf uit de doeken waarom de bal tot onbegrip van Karel Geraerts en de zijnen aan de ene kant wel en de andere kant niet op de stip ging.
"Over die eerste fase heb ik geen seconde getwijfeld. De bal werd vanaf korte afstand tegen de arm van De Sart getrapt, die in een natuurlijke houding naast en dicht bij het lichaam hing", aldus de ref, die tevens geen graten zag in diens kleine beweging of reactie. "Mijn assistent, Kevin Dhondt, was dezelfde mening toegedaan. Nadien was er communicatie met Jasper Vergoote, de VAR, die dat bevestigde."
STRAKKERE REGELS
Vervolgens legde Boterberg, naar eigen zeggen net zoals zijn collega's vragende partij om vaker toelichting te geven, uit waarom de fase aan de overzijde anders werd beoordeeld. "Hier gaat de arm wél weg van het lichaam, waardoor de speler zich breder maakt. Dat is voor ons het grote verschil", vertelt de scheids, die tot slot wel nog pleit om de complexe regels omtrent handspel nog wat strakker te maken.
Arne Decraene