Bayern München heeft Paris Saint-Germain een tik uitgedeeld in de heenmatch van de achtste finale van de Champions League. Het ging met 0-1 winnen in het Parc des Princes, waardoor een vroegtijdige exit dreigt voor de Franse grootmacht. AC Milan heeft ook een optie genomen op de kwartfinale door in eigen huis Tottenham met het kleinste verschil te kloppen.
Alle ogen waren gericht op de heruitgave van de finale van 2020 en die kende vrijwel exact dezelfde afloop. PSG kon van bij de aftrap wel rekenen op Lionel Messi, maar Kylian Mbappé begon nog op de bank. Hij kwam kort voor het uur op het veld, vlak nadat Bayern op voorsprong gekomen was. Net als in 2020 deed Kingsley Coman zijn ex-club de das om.
Bayern bleef desondanks wel sterker dan PSG en kwam een paar keer dicht bij de 0-2. Choupo-Moting trof onder meer de paal. In het slotkwartier deed Mbappé echter nog van zich spreken, maar hij zag twee doelpunten afgekeurd worden wegens voorafgaand buitenspel. Bayern beëindigde de match nog met tien, nadat Pavard in blessuretijd rood pakte voor een vliegende tackle op Messi.
MILAN WINT
AC Milan heeft ook een goede uitgangspositie afgedwongen, want het wist in San Siro Tottenham over de knie te leggen. Brahim Diaz maakte zeer vroeg de enige goal van de wedstrijd. Alexis Saelemaekers was de enige Belg aan de aftrap bij de Rossoneri en werd na 77 minuten naar de kant gehaald. Charles De Ketelaere mocht op dat moment invallen. Divock Origi bleef de hele match op de bank.
Jannick Lanckriet