Borussia Dortmund is met de schrik vrijgekomen in het Santiago Bernabéu. Op bezoek bij Real Madrid verdedigden de Duitsers een comfortabele 4-1 voorsprong en na tachtig minuten waren beide teams nog in evenwicht. Er leek dus geen vuiltje aan de lucht, maar door twee late goals maakte Real het ongekend spannend. Desondanks bleef Dortmund overeind en plaatste het zich voor de finale van de Champions League, waarin Bayern München waarschijnlijk wacht.
Al jaren snakt Real naar
La Décima, de tiende eindzege in de Champions League, maar die droom kan voorlopig dus in de ijskast. Desondanks kregen de Spanjaarden voldoende kansen om een comeback te realiseren; voornamelijk in de eerste twintig minuten werd het doel van Roman Weidenfeller omgetoverd tot schiettent. Dat de stand bij rust in evenwicht was, mag gerust een klein wonder genoemd worden. Met de loodzware opdracht in het achterhoofd zocht Real zeer nadrukkelijk naar een vroege voorsprong, maar kans op kans bleek niet besteed aan het sterrenensemble van José Mourinho. De sterke, gretige thuisploeg stuitte meermaals op Weidenfeller.
Na enkele minuten gaf Gonzalo HiguaÃn het startsein voor een stormachtige openingsfase. De Argentijn stond plots oog in oog met Weidenfeller en trok aan het kortste eind. Datzelfde gold voor Ronaldo, die door toedoen van de keeper een levensgrote kans om zeep hielp. Dortmund stelde niets tegenover de Madrileense aanvalsdrang en kreeg binnen een kwartier een domper te verwerken. Mario Götze viel uit met een hamstringblessure; Kevin Grosskreutz verving hem. Kort na de wissel verprutste Mesut Özil mogelijk de grootste kans van de eerste helft: Weidenfeller verkleinde zijn doel uitstekend en zag tot zijn opluchting dat zijn landgenoot net naast mikte.
mats-hummels(borussia-dortmund)(1).jpg)
Het bleken bijzonder dure missers van Real, want gaandeweg de eerste helft nam het tempo af. Dortmund haalde de angel uit het offensief van de opponent en bleef in het restant van de eerste helft opvallend eenvoudig overeind. Ongetwijfeld maande Mourinho zijn equipe in de rust tot een nieuw offensief, maar tegen de verwachtingen in maakte Dortmund het spel na rust. Het leek er zelfs op dat niet Real, maar Dortmund een doelpunt nodig had. Robert Lewandowski, vorige week verantwoordelijk voor de volledige doelpuntenproductie van Dortmund, liet tweemaal na om Real een dreun uit te delen. De Pool schoot eerst hoog over en mikte vervolgens snoeihard op de onderkant van de lat.
Het was daarna aan Diego López te danken dat de stand in evenwicht bleef. Een werkelijk fantastische redding van de keeper voorkwam dat Ilkay Gündogan het Duitse offensief bekroonde met een schot van enkele meters afstand. Vrijwel niemand hield nog rekening met een Madrileense comeback, al lieten Ronaldo en Kaká ieder een kans onbenut. Via invaller Karim Benzema zette Real de ontmoeting uiteindelijk toch om in winst. De Fransman werd gevonden door Özil en tikte het leer achter Weidenfeller. De hoop was volledig terug; Real had nog twee doelpunten nodig en zette logischerwijs een slotoffensief op gang.
robert-lewandowski(borussia-dortmund)(1).jpg)
Dat resulteerde via Sergio Ramos zelfs in de margeverdubbeling. Twee minuten voor tijd knalde de verdediger op illustratieve wijze de 2-0 tegen de touwen: omringd door Dortmunders vuurde hij in het dak van het doel. De treffers vielen, ondanks een blessuretijd van vijf minuten, te laat om het tij te keren. Dortmund bleef overeind en plaatste zich voor het eerst sinds de verloren UEFA Cup-finale tegen Feyenoord (2002) voor een Europese eindstrijd. Een Duitse Champions League-finale is daarmee bijzonder dicht bij. Bayern München bindt woensdag de strijd aan met FC Barcelona en zette het eerste duel om in een 4-0 zege.
Scoreverloop:
1-0 (83') Karim Benzema
2-0 (88') Sergio Ramos
LEES OOK:
'City en United jagen op goudhaantje van Gent'