De Rode Duivels speelden woensdagavond een wedstrijd met twee gezichten tegen Slovakije. Een eerste helft boordevol fluwelen acties maar een tweede helft naar het niveau van Slovakije toe, op uitzondering van enkele momenten. Heel wat clubs kunnen nog wat leren van de "never change a winning team-mentaliteit".
De Rode Duivels speelden een goede eerste helft met, zoals Johan Boskamp het graag ziet, heel wat driehoekjes. Kevin De Bruyne eiste een glansrol op met het verspreiden van tot op de millimeter perfecte passen. Moussa Dembélé was dan weer enorm sterk in de balrecuperatie en liet spelers als Axel Witsel, Eden Hazard en Kevin Mirallas beter functioneren op het middenveld van de Belgen. De tandem De Bruyne – Witsel – Dembélé verloor in de eerste 45 minuten amper de controle over de wedstrijd.
De tweede helft was een volledig ander verhaal. Tijdens de eerste helft genoot mening voetballiefhebber nog van de aanvallende intenties van De Rode Duivels, maar in de tweede helft zag men weinig weerspiegeling van de puike eerste 45 minuten. Beide coaches mochten zes wissels doorvoeren, zo was afgesproken. En dat kwam het spelbeeld niet ten goede. Vooraf wist ik al hoe het wedstrijdverloop zou zijn: een goede eerste helft, maar een saaie tweede. En gelijk was mijn voorspelling.
De vele wissels die beide veldheren doorvoerden zorgden voor heel wat afval in het spel. De automatismen van in de eerste helft gingen verloren en de creativiteit van onder meer een goed spelende De Bruyne werd gemist. "Never change a winning team", een citaat van Sir Alfred Ernest Ramsey, een Engelse legende die in 1966 Engeland naar een wereldtitel leidde. Ramsey was zeer bekend onder de voetballiefhebbers. Aan public relations lapte de introverte man zijn laars. Vragen naar zijn opstelling voor de wedstrijd had geen zin, hij verwees elke vraag van een journalist prominent naar de prullenbak.
Zijn uitspraak wordt vandaag de dag nog veel gebruikt in het hedendaagse voetbal. En niet alleen in het voetbal. Zijn citaat wordt ook gebruikt in heel wat bedrijven. Groepsbelang primeert nog steeds op eigenbelang, want dat zit nog steeds vervat in het overleven van het individu, dat daarvoor een groep nodig heeft. De stelling "never change a winning team" bevat nog steeds heel wat waarheden. Anders gezegd: "Verander niets wat goed draait."
Daarom zou er naar een ander systeem van oefeninterlands moeten gezocht worden. Ten eerste is er al het feit dat het merendeel van de internationals enkele dagen later met hun club een belangrijke wedstrijd moeten spelen in de competitie. Heel wat spelers gaan tijdens midweek internationaal voetbal niet tot het uiterste. De vele wissels die trainers kunnen en mogen doen zorgen daarnaast dat de neutrale voetballiefhebber koud krijgt. Het lijkt me dan beter om een extra oefeninterland vast te leggen om andere spelers een kans te bieden, of naar een andere manier van werken te streven. Twee helften die iets langer duren, of enkel wisselen aan de rust, op uitzondering van blessures? Heel wat mogelijkheden bereiken ons, maar of ze ook effectief een voorstel kunnen worden, lijkt me nihil.
Niets veranderen aan een goed draaiende ploeg is één zaak. Maar wat als je ploeg niet goed draait? Wat als je nog steeds geen vaste elf hebt? Die vraag kunnen we stellen aan Juan Carlos Garrido, de Spaanse veldheer van
Club Brugge. Continuïteit en stabiliteit is ver te zoeken bij de Brugse grootmacht. Wat wel bewonderenswaardig is, is het feit dat de supporters na zeven jaar zonder titel nog steeds hun ploeg blijven steunen. Club Brugge heeft geen nood aan een resem aan nieuwe spelers per transferperiode. Ze moeten streven naar een model waarbij elke positie dubbel bezet is, zonder te moeten inboeten aan kwaliteit. Financieel gaat het de West-Vlamingen voor de wind. Voorzitter Bart Verhaeghe kijkt niet op een euro meer of minder. Dan moet je toch directe versterkingen kunnen halen? En bouwen rond een team? Maar zoals eerder gezegd, als je geen stabiliteit binnen je club hebt, kan je niet functioneren. De druk op
Blauw-Zwart is ook immens groot. Bij elke
transfer wordt er aangekondigd voor de titel te kunnen meestrijden. Zo leg je jezelf druk op, en verwachtingen die tot op vandaag de dag nog steeds niet waargemaakt zijn geworden.
Spelers vertrekken en spelers komen. Het lijkt wel of de transferperiode een rommelmarkt is. Snel een speler bijhalen om de pijnpunten te verdoezelen, maar 6 maanden later staat hij al opnieuw in het uitstelraam. Merkwaardig feitje: van de vijf spelers bij Club Brugge die werden aangetrokken voor het nieuwe seizoen, stonden er afgelopen week tegen KRC Genk geen enkele in de basis. Garrido is momenteel nog een kapitein die zijn schip niet op het rechte pad krijgt. Er is veel storm op zee. Benieuwd wanneer de storm gaat gaan liggen en de Bruggelingen hun verwachtingspatroon kunnen gaan waarmaken.
We zouden beter allemaal een voorbeeld nemen aan een club zoals Zulte Waregem. Wie in het begin van het seizoen zou gezegd hebben dat de troepen van Francky Dury op een tweede plaats zou staan begin februari, werd zwaar uitgelachen. Maar de visie van
Essevee is duidelijk. De transferperikelen rond Junior Malanda werden teniet gedaan, het jonge talent voetbalt nog minstens enkele maanden aan de Gaverbeek. En versterkingen werden er ook niet gehaald. Of toch wel eentje: de jeugdopleiding wordt nog beter geprofessionaliseerd. Dat is misschien wel de beste transfer van het hele seizoen.
LEES OOK:
Boskamp snoeihard: "Ik riep hem niet meer op voor België"