Déjà-vu in Anderlecht-Standard, waar Pieter Gerkens na een botsing met Merveille Bokadi een fikse buil opliep, na verzorging opnieuw het terrein betrad maar even later toch naar de kant moest. Exact hetzelfde wat Federico Ricca eerder op de dag in de partij tussen Club Brugge en KRC Genk overkwam.
Beiden probeerden met een indrukwekkend verband rond hun nog indrukwekkendere hoofdwonde een tijdje verder te spelen, maar zowel de middenvelder van Anderlecht als de linksachter van Club gaven uiteindelijk zelf aan niet verder te kunnen. In beide gevallen rezen er dan ook al snel vragen of het wel verantwoord was van de teamdokters van beide ploegen om hun gehavende spelers opnieuw tussen de lijnen te sturen.
"De dokter zei me dat hij voort kon spelen, iets wat de speler ook zelf zei", reageerde Philippe Clement achteraf op de situatie van Ricca. Volgens de reglementen is die diagnose van de teamarts doorslaggevend om te bepalen of iemand met een hoofdblessure de match mag verderzetten. Ook die regel kan echter in vraag worden gesteld, zo merkt Het Nieuwsblad op. De krant haalt immers aan hoe het volgens wetenschappers minstens tien minuten duurt vooraleer een hersenschudding kan worden voorgesteld. Tijd die in het voetbal niet voorhanden is om een beslissing te maken.
LEES OOK: Crisis wenkt in Anderlecht: stoel Taravel wankelt al
Arne Decraene