Mark van Bommel is het allerminst eens met de criticasters die claimen dat de achterhoede het zorgenkindje is van het Nederlands elftal. De verdedigende middenvelder, die volgend uitkomt voor PSV, laat zaterdag zijn ongenoegen blijken over de kritiek op de, volgens velen, slechtste linie van Oranje.
"Wij hebben geen slechte verdediging", vertelt de 35-jarige controleur in
De Volkskrant. "Gregory van der Wiel is gewild in Europa. John Heitinga en Joris Mathijsen doen geen gekke dingen, die spelen bijna altijd een zes of een zeven. Het zou mooi zijn als achteraf blijkt dat we defensief niet kwetsbaar zijn geweest, nu Mathijsen en Erik Pieters geblesseerd zijn."
De aanvoerder van Oranje is van mening dat dit hét moment is om te pieken. "Veel jongens van deze generatie zijn eind 20. Arjen Robben, Klaas-Jan Huntelaar, Robin van Persie, Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart, John Heitinga. De meesten kunnen nog even door, maar je moet elk toernooi zien als een laatste kunstje. Je krijgt niet veel kansen. Zo'n kans mag je niet weggooien door onderlinge problemen of invloeden van buitenaf."
"Je moet je daarvoor afsluiten en het groepsproces intact houden. Dat is belangrijk. We zijn met 23 mannen bij elkaar, we hebben een kans om kampioen te worden en het komt niet vaak meer voor dat je die kans krijgt. Dát moet de instelling zijn. In mentale zin zijn we verder dan twee jaar geleden, maar het luxeprobleem is groter dan toen."