Romelu Lukaku speelde nog verdienstelijk tegen Bosnië-Herzegovina, maar zondag koos bondscoach Marc Wilmots één helft voor Christian Benteke en na de pauze mocht Divock Origi aantreden. Beide heren konden niet overtuigen.
Het Laatste Nieuws zocht Wesley Sonck op en vroeg naar zijn expertise. "De spitsen worden niet in stelling gebracht".
Sonck scoorde 24 doelpunten in 55 interlands. Geen onaardige cijfers dus. "Of we een spitsenprobleem hebben? Ja en neen", vertelt Sonck. "We missen een echte killer in de spits. In zulke matchen als tegen Cyprus zou je als aanvaller toch moeten scoren."
"Langs de andere kant: de jongens achteraan zorgen er ook niet voor dat de spitsen in stelling worden gebracht. Er komen geen ballen van de flanken, of toch heel weinig. Het probleem ligt volgens mij áchter de spits. Met alle respect: als je in een 4-3-3 speelt tegen Cyprus, moeten er veel meer ballen van de zijkant komen. Alles zat vast, maar wij waren enkel gevaarlijk in de omschakeling. Met zo'n ploeg, met zoveel talent is dat te weinig", oordeelt de ex-spits.
"De diepe spits bij de Belgen is momenteel de dupe van het gebrek aan vorm bij de jongens achter hem. Ik zou op dit moment niet graag een diepe spits zijn bij de Rode Duivels. Er klopt iets niet. We zouden toch iemand moeten hebben die vijf à zes doelpunten maakt in een kwalificatieronde. De basis van het voetbal is aanwezig, maar het kan zeker nog beter", besluit Sonck.