Club Brugge KV versloeg zondag Standard Luik met 1-0 en won zo de topper van de 28ste speeldag. Oefenmeester Christoph Daum pakte uit met een onuitgegeven opstelling. Zo speelde hij met drie centrale verdedigers, waardoor aanvoerder Carl Hoefkens doorschoof naar het middenveld.
Blauw-Zwart begon goed aan de wedstrijd met een vroeg doelpunt van Lior Refaelov. Daarna mistten de troepen van Daum een resem kansen, vooral Hoefkens liet enkele kansen liggen. "Na 45 minuten had het verschil groter moeten zijn dan enkel die 1-0. De match had eigenlijk al beslist moeten zijn aan de rust", vertelt de kapitein op de website van Club Brugge.
Na de rust was het precies een andere wedstrijd.
Blauw-Zwart kwam niet meer aan voetballen toe en het was Standard dat het meest kon dreigen. "In de tweede helft schakelde Standard over naar vier spitsen, maar we gaven toch weinig kansen weg. We hebben er hard voor gewerkt als ploeg terwijl Standard toch zeker z'n kwaliteiten heeft."
Hoefkens was zeer te spreken over de nieuwe veldbezetting van zijn ploeg. "Het nieuwe spelsysteem pakte goed uit, al was het de eerste vijf minuten wat zoeken. Voor mij is het de eerste maal op het middenveld bij Club en het was toch even aanpassen. Ik moest wat minder aan verdedigen denken omdat je nog altijd een mannetje in je rug hebt", aldus een tevreden aanvoerder.
Door het nieuwe systeem kwam Hoefkens enkele keren in scoringspositie, maar liet het na een doelpunt te maken. "Ik kon daardoor offensiever spelen en kreeg hierdoor een drietal grote kansen waarvan ik er zeker toch twee moet binnentrappen. In Engeland had ik al op het middenveld gespeeld, maar dat is al een tijdje geleden. Voor de supporters was dit toch een aangename wedstrijd naar Belgische normen", besluit hij.
LEES OOK:
Westerlo stunt tegen Standard: Charaï looft reactie