Donderdagavond moet
Club Brugge het 2-1 verlies uit de heenwedstrijd tegen Hannover 96 ophalen om zich alsnog te kwalificeren voor de achtste finales. Daarbij rekent het meer dan ooit op de flitsen van balvirtuoos Lior Refaelov.
De Israëliër koppelt zijn onmiskenbaar talent de laatste tijd ook aan efficiëntie. Hij lijkt met meer vertrouwen te voetballen. "Je hebt spelers die beginnen te zweven als de coach zegt: "Je bent de beste, ik heb je nodig." Die denken dan: nu kan me niks gebeuren. Maar ik zit anders in elkaar. Ik heb graag dat een coach me dat zegt, ik voel me dan sterker, dan wil ik iets teruggeven."
Toch beseft de 25-jarige Club-middenvelder dat vertrouwen iets is dat je moet afdwingen. "Anderzijds: ik ben geen kind meer, soms heb je het nodig om eens onder druk te staan. Soms begint het publiek je uit te fluiten en dan moet je daarboven staan. Dan moet je reageren. Als de ploeg niet goed speelt, moet je iets doen om een wedstrijd te doen kantelen. Dat is volgens mij het verschil tussen een goeie speler en een zeer goeie speler: beter zijn als de ploeg niet goed speelt, of goed zijn als er veel druk zit op een wedstrijd. Dat is het moment waarop je je moet tonen."
Een tijdje terug liep het niet zo vlot voor Refaelov. "Twee maanden geleden speelde ik niet goed. Ik kwam thuis en dacht: ik moet beter spelen, want vandaag speelde ik
shit. Soms gebeurde dat wel." De creatieve middenvelder realiseert zich dat hij nog veel moet leren. "In privégesprekken zegt trainer Christoph Daum altijd dat tactische organisatie op het hoogste niveau het belangrijkste is. Als je dat niet doet, kun je niet op een hoog niveau spelen. Eerst tactiek en daarna de individuele expressie. Daar werken we dag na dag op. Tactische discipline."
Refaelov lijkt de laatste tijd een evenwicht gevonden te hebben tussen zijn tactische verplichtingen en zijn eigenzinnige impulsen. "Daum geeft me heel veel vrijheid in balbezit. Hij begint me te leren kennen, hij weet dat ik die vrijheid nodig heb. Maar als we de bal verliezen, weet ik dat ik terug moet keren naar mijn positie. En waar ik dan speel, vanaf de flank, of achter de spits, is niet belangrijk. Als ik op de flank speel, heb ik tactisch meer werk, maar dat is geen probleem. In het centrale gedeelte moet ik ook mijn man in de gaten houden. In elke positie heeft de coach tactische eisen."
LEES OOK:
Erfgenaam Vanaken gezocht: "Hij had geen plaats bij beste Club"