Marc Coucke laat in het openbaar nog maar zelden zijn licht schijnen op de gang van zaken bij RSC Anderlecht, maar in het zog van CEO Kenneth Bornauw maakte de eigenaar nog eens een uitzondering. Opvallend bekritiseerde hij daarbij niet enkel zijn coach Vitor Bruno. Ook de pers kreeg zowaar de wind van voren.
"Of ze zitten te wachten tot het een beetje minder gaat? Vanzelfsprekend. De pers weet dat onze supporters daar gevoelig voor zijn. Een aantal journalisten, van wie we weten dat ze in feite supporteren voor een andere ploeg, proberen ons dan te destabiliseren", schoot Coucke in het VTM-programma Happy Hour plots met scherp.
LEES OOK: Bruno versus Sibierski: tikkende tijdbom in Anderlecht
Anderlecht geviseerd?Het vizier bleek gericht op Niels Poissonnier, chef voetbal bij Het Laatste Nieuws, die enkele artikels zou hebben gepubliceerd waaraan Coucke zich stoorde. "Diezelfde journalist schreef ook dat wij beslist hebben om Bruno nog drie wedstrijden te geven om zich te bewijzen. Dat is puur fake news. Ik vond dat over de grens", klonk het.
"Maar de journalist die in beeld gebracht werd was niet de man die die artikels geschreven had", tikt Het Nieuwsblad hem echter fijntjes op de vingers. Ook in Sjotcast neemt Ludo Vandewalle het op voor zijn concullega. "Die uitspraak sloeg nergens op. Ik heb Niels er nog nooit op kunnen betrappen dat hij supporter is van wie dan ook."
Coucke op de korrel
"Hij heeft het dan over stoken, maar dat doet hij nu zelf door de fans op te zetten tegen bepaalde journalisten die volkomen terecht kritiek uiten. Dat is bijzonder flauw en zelfs een beetje kwalijk. En wat dan nog als je 'fan' bent. We zijn allemaal ergens geboren en als voetballiefhebber in zekere zin betrokken bij bepaalde clubs", luidt het.
Het laatste woord is voor Poissonnier zelf. "Dan zijn clichés die je normaal van supporters hoort wanneer je kritisch bent. Nu laten blijkbaar ook eigenaars zich verleiden tot zulke opmerkingen", dient hij Coucke in HLN Voetbalpodcast gepast van antwoord. "Jouw hart klopt alleen voor Roma", sluit Yanko Beeckman de (non-)discussie af.
Arne Decraene