Hans Vanaken wilde bij Club Brugge nog jaren bijtekenen, maar kreeg er amper één. Intussen wint Club ook zonder hem, en in Brugge gaat het al over zijn opvolger. Een half jaar geleden was dat ondenkbaar.
LEES OOK: TRANSFERUURTJE: Vanaken bijna weg, Lukaku richting RSCA?
Van Modric tot ‘goed teken’Begin augustus vergeleek Ivan Leko zijn aanvoerder nog met de grootste speler uit zijn eigen land. “Hij is voor ons wat Luka Modric voor Real Madrid is. En dat wil wat zeggen uit de mond van een Kroaat”, zei de trainer in HUMO. In mei, na de tweede ster, klonk het al even stellig in Het Nieuwsblad: “Zonder Hans in de ploeg is het echt totaal anders”.
RTBF vatte het in maart samen: er bestaat “een Brugge mét Hans Vanaken en een Brugge níét”. Amper drie maanden later klinkt het anders. Na de stunt op San Siro, waar Club met 3-4 won van Inter, stak Hein Vanhaezebrouck in Het Nieuwsblad de loftrompet over Carlos Forbs. En daarna kwam de zin die in Brugge de wenkbrauwen deed fronsen.

“De voorbije jaren hadden we het altijd over Hans Vanaken als het over een bepalende speler ging. Dat is dit jaar minder en minder het geval. Er zijn misschien al wat meer balverliezen die we van hem niet gewoon zijn, maar het belang van Vanaken wordt een beetje overgepakt door andere spelers. Dat is een goed teken.”
Een goed teken. Over de drievoudige Gouden Schoen. Vanhaezebrouck voegde er nog aan toe: “Pas op, hij doet nog altijd zijn deel hoor.” Maar de toon was gezet.
‘Op geen enkel moment een thema’
Het kantelpunt kwam half september. Sinds Antwerp in 2017 terugkeerde naar eerste klasse had Vanaken alle 32 duels tegen rood-wit gespeeld. Nummer 33 miste hij, met een hamstringletsel opgelopen tegen Aston Villa. Leko had vooraf al droog laten weten: “Maar als het niet lukt, speelt er iemand anders”.
Club won met 3-1. Félix Lemaréchal, de wintertransfer van 6 miljoen die maandenlang niet meetelde, kreeg een applauswissel. Vier sleutelpasses, 82 procent geslaagde passes. Het Nieuwsblad schreef: “De afwezigheid van de geblesseerde Vanaken was na de 3-1-zege zondag op geen enkel moment een thema – veelzeggend.” Ook Het Laatste Nieuws zag het zo: “Als de afwezigheid van Hans Vanaken na de match geen thema is, dan heb je het goed gedaan.”
Niet iedereen ging mee in dat verhaal. Jan Hauspie stelde in HUMO de vraag die niemand graag hoort: “Is Club Brugge klaar voor het leven na Vanaken?” Zijn antwoord: “Tegen Antwerp bleek alvast van niet.” Dezelfde match, twee totaal verschillende meningen. Dat de pers het oneens is over het belang van Vanaken, zegt eigenlijk al genoeg.
Hij scoort, maar niemand praat erover
Tegen RC Lens maakte Vanaken diep in blessuretijd van de eerste helft de 1-0. Club won uiteindelijk met 3-0, maar de man van de match was Yann Sommer. Leko had na afloop lovende woorden voor Sommer, Forbs en Seys. Over zijn doelpuntenmaker hoorde je weinig. Het Nieuwsbladsomde het op: “Niet Tresoldi, niet Forbs, niet Seys, niet Vanaken.”
En die goal zelf? Het Laatste Nieuws relativeerde: “Gevleid welteverstaan, maar wie zal dat over een paar maanden nog weten?” Columnist Jan Segers schreef in dezelfde krant dat het “pijn deed aan de ogen”. “Vijfenveertig minuten lang kreeg regisseur Vanaken geen lijn en geen vaart in het spel van Club.”

Opvallend: Europa heeft hem intussen door. Aston Villa-coach Unai Emery noemde hem vooraf “een van de spelers om in het oog te houden” , Lens “wist duidelijk dat ze Vanaken niet mochten laten voetballen”, schreef Het Nieuwsblad. Vanaken werd uit de match gehouden, maar Club won uiteindelijk toch.
Tegen STVV hetzelfde beeld. Nicolò Tresoldi trapte Club met een hattrick naar 3-2, Vanaken mikte in blessuretijd een goede kans over. Het Nieuwsblad gaf hem een 6: “Niet het matchverslag dat hij boven zijn bed zal hangen, maar de kapitein verdeelde en heerste als vanouds.” Ook tegen Zule Waregem stond hij aan het kanon.
Balverlies, en nog eens balverlies
Wie de rapporten van dit seizoen naast elkaar legt, ziet een patroon. Tegen Aston Villa kreeg hij een 5 in Het Nieuwsblad: hij “stopte net voor de 0-1 met voetballen omdat een speler van Villa op de grond lag”. Tegen Inter een 6 in Het Laatste Nieuws: “Begon slordig, met enkele keren balverlies. Had zoals gewoonlijk zijn waarde, maar deed ook atypische dingen.”
Bij de Rode Duivels was het niet anders. Na Turkije schreef Het Laatste Nieuws: “Leed opvallend veel balverlies, tweemaal dichtbij de eigen zestienmeter. Iets wat je van hem niet verwacht.” L’Avenir ging nog een stap verder en zette hem naast De Bruyne, die “in tegenstelling tot Vanaken, niet aan het mokken was”.
Van regisseur tot noodverdediger
Een deel van de verklaring ligt bij Club zelf. Met Stankovic en Onyedika verdween de as waarop Vanaken jarenlang kon bouwen. “Er blijft dus alleen Vanaken over en die krijgt het dan ook moeilijk”, zei Vanhaezebrouck al in Het Nieuwsblad. Franky Van der Elst zag hem in dezelfde krant lager staan: “Dat doet hij op intuïtie wel vaker als hij voelt dat hij hoger niet wordt aangespeeld.”
Velen wezen met de vinger naar Freddie Potts, de aankoop van 10 miljoen. Het Laatste Nieuws ontleedde zijn passmap tegen Villa: “Niet één keer brak Potts de lijnen.” De bal komt niet meer bij Vanaken. Dus gaat Vanaken naar de bal.

Door de man-op-mandekking van Leko belandt hij intussen op de vreemdste plekken. Tegen Lens stond hij volgens Wim Conings in Het Nieuwsblad “halsoverkop achteraan, zowaar als centrale verdediger”. Tegen Turkije stond hij “op gegeven moment linksachter” omdat hij zijn mannetje volgde. De beste voetballer van de voorbije tien jaar in België, als stoplap.
Opgebrand door Club zelf?
Vanaken speelde in de campagne 2025-’26 72 wedstrijden. Na het WK kreeg hij twee weken vakantie en stond hij na drie trainingen in de basis in de Supercup. Marc Degryse vond dat in Het Laatste Nieuws onverstandig: “Op 27 juli stonden Vanaken en Mechele al opnieuw op het trainingsveld. Dat betekent hooguit twee weken vakantie voor hen. Ik vind dat te weinig.”
Leko gaf het zelf toe: “Dit seizoen is hij gestart zonder enige voorbereiding”, zei de Kroaat in Het Nieuwsblad. De cijfers in De Morgen spreken. Tegen Villa liep hij 9,8 kilometer, tegenover 12 kilometer gemiddeld in de vorige Champions League-campagne. In de competitie schoot hij nog 1,02 keer per 90 minuten naar doel, waar dat de voorbije vijf seizoenen altijd boven de 1,4 lag.
En dan de blessures. De heup in maart tegen Westerlo, waardoor hij de oefeninterlands in de VS miste. De enkel in april, vlak voor Union. De hamstring tegen Villa in september. Drie keer op een half jaar, voor een speler van wie Simon Mignolet in mei nog zei dat hij “op zijn 34ste nog nooit iets aan de hand gehad” had.
Eén jaartje erbij
In mei verlengde Club met één seizoen, tot 2028. Het Laatste Nieuws noemde dat “logisch” gezien zijn leeftijd. Maar Vanaken zelf wilde meer. “Als het van Vanaken afhing, mochten er gerust meteen meerdere jaren bij”, schreef Het Nieuwsblad.
De man die die verlenging regelde, Dévy Rigaux, vertrok kort daarna naar Feyenoord. In La Libre liet hij nog optekenen: “Mijn laatste missie was om zijn contract bij Club Brugge te verlengen, want Vanaken ís Club Brugge, en hij zal nooit vertrekken.”
Hans Vandeweghe keek in De Morgen naar de toekomst. Het nieuwe stadion is volgens Verhaeghe klaar in 2029. “Reken maar op 2030. Dan wordt hij 38.” En: “Stilaan dient zich een tweede en veel groter dilemma rond Vanaken aan. Dat is de vraag wanneer ze bij Club aan zijn vervanging gaan denken en vooral wie daarvoor in aanmerking moet komen. Wie dat ook wordt, die zal nooit twaalf seizoenen blijven.”

Philippe Clement voorspelde het in januari al in De Zondag: “Hans zal pas ten volle geapprecieerd worden eens hij gestopt is. Een vervanger voor hem vinden die jaar na jaar dat niveau haalt, wordt een enorme uitdaging voor Club.”
Afgeschreven is hij niet. De Standaard noemde hem na STVV nog altijd een van de architecten van de 24 op 27. Maar wie hem tien jaar lang zag als de reden waarom Club won, moet vaststellen dat hij nu één van de redenen is. In Brugge weten ze wat dat betekent. Bij Ceulemans en Van der Elst begon het ook zo.
Olivier Plancke