Club Brugge laat zich niet afschrikken door de nieuwe juridische aanval op het stadiondossier. Bart Verhaeghe wil gewoon beginnen bouwen, ook al kan het belangrijkste arrest pas vallen wanneer de nieuwe voetbaltempel al grotendeels rechtstaat. Daarmee zet blauw-zwart bijzonder veel op het spel.
LEES OOK: Nieuwe twist in stadiondossier Club: Verhaeghe hard aangepakt
Club verandert helemaal niets aan planningBegin juli leek de lijdensweg over de bouw van het nieuwe stadion eindelijk voorbij. De Raad voor Vergunningsbetwistingen verwierp het beroep tegen de omgevingsvergunning, waarna Club Brugge over een definitieve en uitvoerbare vergunning beschikte. Blauw-zwart kondigde meteen aan dat de bouw nog in 2026 zou beginnen.
“Het is de verwachting dat de bouw nog dit jaar aanvangt en dat we het seizoen 2028/2029 kunnen aftrappen in het nieuwe stadion”, communiceerde Club Brugge. Tot de verhuis blijft de ploeg in het huidige Jan Breydelstadion spelen. Maar zes van de oorspronkelijke twintig buurtbewoners weigeren zich daar echter bij neer te leggen.

Zij zijn in cassatieberoep gegaan bij de Raad van State. Dat rechtscollege zal niet opnieuw oordelen of een stadion van ruim 40.000 plaatsen wenselijk is. Het onderzoekt enkel of de Raad voor Vergunningsbetwistingen de wet en de procedures correct heeft toegepast. Toch verandert Club zijn planning niet.
Het beroep werkt niet opschortend, waardoor de vergunning gewoon uitgevoerd mag worden. De bouwwerken kunnen volgens Focus-WTV in principe dit najaar beginnen. Verhaeghe gaat dus all-in met een project waarvan de uiteindelijke kostprijs nog altijd niet officieel is vastgelegd. De oudste raming bedroeg ongeveer 90 miljoen euro. Door de gestegen bouw- en materiaalkosten lopen recentere schattingen uiteen van 100 tot zelfs 200 miljoen euro.
Arrest kan pas vallen wanneer stadion al rechtstaat
Maar dat is het grote risico. Volgens buurtbewoner Toon Van Moerbeke kan de cassatieprocedure ongeveer anderhalf jaar duren. Wanneer Club eind 2026 met de bouw begint, zou een uitspraak dus pas in het voorjaar van 2028 kunnen volgen. Dat is amper enkele maanden vóór blauw-zwart zijn eerste match in het nieuwe stadion hoopt te spelen.
Tegen dan kan het project al bijzonder ver gevorderd zijn. Grote delen van het stadion worden geprefabriceerd. De tribune-elementen worden onder gecontroleerde omstandigheden in een fabriek gemaakt en vervolgens op de Olympiasite gemonteerd. Ook het opvallende dak wordt grotendeels vooraf geproduceerd.
Stoppen met de bouw wordt steeds moeilijker en duurder wordt zodra de productie begint. Specifieke bouwonderdelen voor het stadion zijn moeilijk om zomaar door te verkopen. Als Club na maanden bouwen plots moet stoppen, dreigt een financiële ravage. De eerste tientallen miljoenen kunnen dan al uitgegeven of contractueel vastgelegd zijn.
Maar wachten is voor Verhaeghe evenmin een aantrekkelijke optie. Elke vertraging duwt de opening voorbij het seizoen 2028-2029. Intussen moet Club blijven investeren in Jan Breydel, dat kampt met betonrot, lekken en verouderde voorzieningen. Binnen blauw-zwart worden die ingrepen al jaren omschreven als kosten op een sterfhuis.
“Twee stadions afbreken”
Van Moerbeke is duidelijk daarover: “Zullen ze dat risico nemen? Maar als ze ongelijk krijgen, riskeren ze twee stadions te moeten afbreken”, zegt hij in Het Laatste Nieuws. “Want regulariseren betekent afbreken.” Maar een overwinning voor de buurtbewoners houdt niet in dat het stadion moet afgebroken worden.
De Raad van State kan de omgevingsvergunning zelf niet vernietigen in deze procedure. Bij een gegrond cassatieberoep wordt het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen verbroken en moet die Raad de zaak opnieuw behandelen, rekening houdend met de juridische opmerkingen van de Raad van State.

Club is het stadion dus niet kwijt op de dag dat de buren eventueel gelijk krijgen. Eerst moet een andere kamer opnieuw over het beroep oordelen. Pas wanneer ook daar de vergunning zou sneuvelen, ontstaat er een fundamenteel probleem voor de bouwwerken die intussen uitgevoerd zijn.
De waarschuwing van Van Moerbeke is daardoor meer dan oorlogstaal, maar tegelijk veel minder definitief dan ze klinkt. Er liggen nog verschillende juridische stappen tussen een geslaagd cassatieberoep en de sloop van een half afgewerkt stadion. Een nieuwe of aangepaste vergunning kan eveneens een uitweg bieden. Dat zo’n oplossing gegarandeerd mogelijk is, staat evenwel nergens vast.
Verhaeghe kan zich deze gok veroorloven
Club begint gelukkig niet zonder financiële bescherming aan het avontuur. Volgens De Tijd nadert het eigen vermogen van blauw-zwart de grens van honderd miljoen euro. De club boekte elf boekjaren op rij winst en hield de voorbije jaren bewust geld opzij voor het stadion.
Voor de financiering wordt in eerste instantie naar een banklening gekeken. Daarnaast bestaat er een aandeelhouderspact tussen Verhaeghe, Lotus-topman Jan Boone en ondernemer Peter Vanhecke om de bouw indien nodig financieel te ondersteunen. Club beschikt dus over een stevige buffer.
Maar ondanks de grote spaarpot is het juridische risico niet klein. De nieuwe voetbaltempel moet Club jaarlijks tot veertig miljoen euro extra inkomsten opleveren via meer abonnementen, Europese tickets, horeca, hospitality, stadiontours en vierduizend vipplaatsen. Elke vertraging betekent dat die inkomsten later binnenkomen, terwijl de bouwkosten en intresten wel blijven doorlopen.
Verhaeghe staat daardoor voor een bijna onmogelijke keuze. Wachten betekent opnieuw tijd verliezen, de bouw duurder maken en nog langer geld pompen in Jan Breydel. Beginnen betekent mogelijk tientallen miljoenen investeren terwijl zes buurtbewoners nog altijd proberen om de juridische grondslag onder het project weg te slaan.
Olivier Plancke