Club Brugge heeft eindelijk zijn nieuwe stadion beet, maar voor Bart Verhaeghe is dat geen eindpunt. Het is net het startpunt waarmee blauw-zwart nóg groter moet worden. Met het nieuwe stadion krijgt zijn grootste droom plots veel meer slaagkans.
LEES OOK: Nieuw stadion Club Brugge: exacte bouwplannen bekend
Verhaeghe heeft eindelijk zijn grootste wapen beetClub Brugge heeft eindelijk het stadion waar Bart Verhaeghe al bijna twintig jaar op wacht. Na een juridische lijdensweg kreeg blauw-zwart groen licht om het nieuwe stadion op de Olympiasite te bouwen. De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft het beroep tegen de omgevingsvergunning verworpen, waardoor Club over een definitieve en uitvoerbare vergunning beschikt.

De verwachting is dat de werken nog dit jaar kunnen starten en dat Club vanaf het seizoen 2028-2029 in het nieuwe stadion speelt. Tot dan blijft Jan Breydel de thuishaven. Voor Club is het nieuwe stadion geen luxeproject. Het is het ontbrekende stuk in een model dat sportief en financieel al verder staat dan de rest van België.
Club Brugge krijgt er miljoenenmachine bij
Vandaag draait Club Brugge al op een indrukwekkende omzet. Volgens De Tijd haalde blauw-zwart over het seizoen 2024-2025 177 miljoen euro inkomsten en 18 miljoen euro nettowinst. Daarin zat 61 miljoen euro uit de Champions League, 47 miljoen euro uit transfers, 51 miljoen euro uit Belgisch tv-geld en wedstrijdgerelateerde inkomsten en 18 miljoen euro uit sponsoring en merchandising.
Dat zijn cijfers waar de rest van België moeilijk tegenop kan, maar ze tonen ook aan dat de Champions League en transferinkomsten van levensbelang zijn voor Club Brugge. Eén gemiste groepsfase of één tegenvallende mercato maakt een groot verschil. Het nieuwe stadion van Club Brugge moet dat veranderen.

Volgens De Tijd rekende Club eerder voor dat het nieuwe stadion jaarlijks zo’n 40 miljoen euro extra kan opleveren. Het stadion zal 40.116 plaatsen tellen, maar er zit een hele commerciële motor achter: meer abonnementen, meer Europese tickets, meer business seats, meer hospitality, meer horeca, meer stadiontours, een museum, een grotere clubshop en veel betere mogelijkheden voor sponsors en bedrijven.
In het nieuwe stadion komt een spionkop van 12.000 fans, maar ook ongeveer 4.000 vipseats en 40 skyboxen. Dat laatste is financieel minstens even belangrijk als de extra gewone plaatsen. Hospitality is in het moderne voetbal een goudmijn. En net daar werd Club door Jan Breydel afgeremd.
Club kan België nu helemaal lossen
De sprong kan enorm worden voor Club Brugge. Op basis van de 177 miljoen euro inkomsten uit 2024-2025 en de verwachte extra stadioninkomsten van ongeveer 40 miljoen euro, kan blauw-zwart in topjaren richting 210 à 220 miljoen euro omzet gaan. In uitzonderlijke jaren, met Champions League én grote uitgaande transfers, kan dat zelfs nog hoger liggen.
Dat betekent niet dat Club elk jaar zomaar 40 miljoen euro extra winst boekt. Het stadion moet ook gefinancierd, onderhouden en afbetaald worden. De bouwkosten worden volgens De Tijd tussen 150 tot 200 miljoen euro geschat. Toch verandert het financieel profiel van Club fundamenteel.
De inkomsten uit stadionexploitatie zijn veel voorspelbaarder dan transfers of Europees prijzengeld. Club wordt minder afhankelijk van één recordtransfer, één play-offwedstrijd of één Europese voorronde. Club had al meer geld. Club had al grotere Europese inkomsten. Club had al een sterker verkoopmodel. Nu krijgt het ook nog de commerciële infrastructuur die jarenlang ontbrak.
Verhaeghe droomt al van veel meer
Voor Bart Verhaeghe is dit meer dan een bouwdossier. Dit is zijn legacy. Hij maakte van Club Brugge een modern voetbalbedrijf, met data, scouting, jeugdwerking, transferwaarde, Europese ambitie en een duidelijke topcultuur. Maar één element ontbrak nog altijd: een stadion dat past bij de rest van de machine.
De Tijd noemde het stadion het laatste puzzelstuk in de transformatie van de volksclub die Verhaeghe in 2012 overnam. Club won onder Verhaeghe zeven van de laatste elf landstitels en is financieel de rest van België voorbij. Maar zolang Jan Breydel bleef staan, had de club een opvallend zwakke plek.
Marc Degryse vatte de rol van Verhaeghe eerder in Het Laatste Nieuws scherp samen. Volgens hem is de eigenaar de belangrijkste schakel in een club, omdat die finaal de grote beslissingen neemt. Over trainers, directeurs, transfers, jeugdwerking, infrastructuur en geld. Degryse stelde ook dat Verhaeghe droomt van meer dan Belgische dominantie.

“Ik ben overtuigd dat hij ervan droomt om eens een kwartfinale te bereiken in de vernieuwde Champions League. Als Ajax in 2019 de halve finale kon halen, dan moeten wij dat ook kunnen, redeneert Verhaeghe.”
Dat is de lat. Niet nog eens kampioen worden. De echte obsessie ligt hoger: Club structureel richting Europese subtop duwen.
Olivier Plancke