Club Brugge kijkt al vooruit naar de zomermercato, maar botst daarbij stevig op Ivan Leko. Een opvallend transferdossier legt meteen bloot hoe gevoelig de machtsstrijd tussen coach en sportieve cel ligt in Brugge.
LEES OOK: Club Brugge houdt de adem in: Leko werkt aan ‘comebackbom’
Club test Leko meteen met opvallend Sané-dossierHet dossier rond Sadibou Sané is veel meer dan een transfergerucht. Voor Club Brugge is het een eerste stresstest voor de zomermercato. In dit dossier komen meerdere lijnen samen: het verwachte vertrek van Joël Ordóñez, de drang van de sportieve cel om vooruit te plannen en de vraag hoeveel gewicht Ivan Leko precies krijgt wanneer zijn sportieve oordeel afwijkt van dat van het bestuur. Foot Mercato meldde eind januari dat blauw-zwart een eerste officieel bod had uitgebracht op FC Metz voor de 21-jarige centrale verdediger en dat de onderhandelingen met Club Brugge liepen.
Dévy Rigaux gaf in december al toe dat Club “waarschijnlijk niet zo sterk” was als men intern had gedacht, en kondigde toen aan dat er gericht versterkt zou worden gezocht. Tegelijk werd de druk opgevoerd door voorzitter Bart Verhaeghe, die intern had laten uitschijnen dat er na nieuwjaar een ander Club te zien zou zijn. Club moest vorige winter vooral de kern bijeenhouden, wat betekent dat het bestuur moet anticiperen op de mogelijke vertrekkers in de komende zomer.
In dat kader past Sané perfect. Club Brugge weet al maanden dat een zomerse exit van Ordóñez steeds waarschijnlijker wordt. Rigaux zei in Het Laatste Nieuws dat er in de winter een Premier League-club 40 miljoen euro wilde betalen voor de Ecuadoraan en noemde verkopen op dat moment in essentie kiezen voor het geld boven de titel. Club wilde in januari niets wijzigen in het basiselftal, maar wist tegelijk dat het reactief moet zijn bij het vertrek van Ordóñez komende zomer. Een mogelijke vervanger nu al identificeren, past in die logica.
Waarom Club Brugge blijft doorduwen voor Sané
Sportief is het ook duidelijk waarom Sané aantrekkelijk is voor Brugge. Hij is 21, rechtsvoetig, staat nog onder contract bij Metz tot 30 juni 2027 en wordt op Transfermarkt op 4 miljoen euro geschat. Dat laatste sluit aan bij het profiel waarin Club zich traditioneel comfortabel voelt: spelers met restwaarde, ontwikkelpotentieel en nog marge om te groeien in een competitie als de Belgische. Foot Mercato schreef eind januari dat Club zijn defensie nog voor het einde van de mercato wilde versterken en Sané daarbij als doelwit had aangeduid.
Maar er is ook twijfel. Sané is geen afgewerkt product en draagt een duidelijk risicoprofiel mee. L’Équipe schreef in oktober al over “un manque dans la gestion des émotions” na zijn tweede uitsluiting van het seizoen. Coach Stéphane Le Mignan benadrukte tegeljik dat Sané kwaliteiten heeft maar begeleid moet worden. Dat sluit aan bij de scepsis die rond het dossier bleef hangen.
Club zoekt bij een mogelijke vervanger van Ordóñez niet alleen talent, maar ook onmiddellijke betrouwbaarheid. Ordóñez is in Brugge een dragende kracht op het veld. Wie hem moet opvolgen, wordt dus niet gewogen als potentiële directe basisspeler.
Leko trapt op de rem, maar Rigaux geeft niet af
Maar ook de mening van Ivan Leko is belangrijk. Volgens transferjournalist Sacha Tavolieri is de piste in januari vertraagd of zelfs afgeblokt omdat de technische staf niet volledig overtuigd was. Volgens de transferwatcher waren er interne discussies bij staf over Sané. Club en Metz stonden dicht bij een akkoord voor om en bij de 6 miljoen euro, maar Leko zag zijn komst niet zitten. Ook in maart bleef die spanning terugkeren: volgens dezelfde Tavolieri is Sané nog altijd in beeld, al zou hij na zijn jongste prestatie bij Metz niet de indruk hebben gewekt een Ordóñez-achtig niveau te benaderen. De sportieve leiding van Club Brugge ziet nog altijd iets in de verdediger, terwijl de coach minstens bedenkingen had of heeft.
Dat maakt van Sané een interessante graadmeter voor de interne machtsverhoudingen. Rigaux probeerde de voorbije maanden publiek net het beeld te corrigeren dat hij slechts uitvoert wat hogerop beslist wordt. In Het Laatste Nieuws zei hij daarover dat hij niet bang is om met Leko te botsen: “Daar ben ik niet bang voor.” Elders in datzelfde gesprek benadrukte hij dat niemand zich laat dirigeren en dat er altijd dialoog is. Dat klinkt als de taal van een directeur die autonomie opeist, maar tegelijk ook beseft dat hij met Leko geen trainer heeft die zich zomaar in een collectief model laat inschuiven.
Leko werd net teruggehaald voor zijn vuur, directheid en sportieve overtuiging. Als hij in januari inderdaad zijn veto stelde tegen Sané, dan was dat dus meteen een testcase voor het model dat Brugge na Vincent Mannaert verder probeert uit te bouwen: niet één almachtige sportieve baas, maar een overlegstructuur waarin recruitment, staf en directie samen beslissen. Alleen: overleg blijft pas geloofwaardig zolang het niet blokkeert op de eerste echte meningsverschillen.
Dit dossier zegt alles over de strijd binnen Club
Intussen is het dossier niet verdwenen. Dat is op zich al betekenisvol. Een naam die in januari concreet op tafel lag, vervolgens strandde in interne twijfel en in maart nog altijd terugkeert, is zelden toeval. Dat Sané eind februari ook opdook in de wedstrijd van Club-Brugge–Atlético Madrid voedde alleen maar het gevoel dat Club het spoor bewust warm houdt. De logica daarachter is duidelijk. Als Ordóñez vertrekt, wil Club niet eind juni pas beginnen te zoeken. Maar even duidelijk is de andere kant: hoe dichter de exit van Ordóñez komt, hoe zwaarder de vraag doorweegt of Brugge kiest voor een ontwikkelbare verdediger met potentieel, of voor een profiel met minder groeimarge maar meer onmiddellijke zekerheid. Sané belichaamt exact die tweespalt.
Club Brugge moet niet alleen beslissen wie Ordóñez opvolgt, maar ook wie finaal het sportieve laatste woord heeft wanneer data, scouting, bestuur en coach niet volledig samenvallen. In januari werd het dossier afgeblokt. In maart is het nog steeds niet weg. Dat suggereert dat het management-Sané nog niet heeft losgelaten, maar evenzeer dat Leko’s oordeel niet vrijblijvend is.
Olivier Plancke