Voormalig publiekslieveling Johan Boskamp is de laatste maanden minder op televisie te zien. De markante voetbalfiguur kampte recent met gezondheidsproblemen en verloor flink wat gewicht, waardoor hij het rustiger aan moet doen. Toch blijft Boskamp zijn mening delen en dat leidde nu tot een keiharde confrontatie.
LEES OOK: Eddy Snelders verrast iedereen met ingrijpende beslissing
Boegbeeld trekt hard van leerBoskamp was jarenlang een opvallend boegbeeld in het Belgische voetbal. Eerst als speler, later als trainer en uiteindelijk als analist groeide hij uit tot één van de meest herkenbare stemmen in de sport. Zijn uitgesproken meningen en kleurrijke stijl maakten hem populair bij supporters.
Ook nu hij minder vaak op het scherm verschijnt, blijft hij een figuur naar wie geluisterd wordt wanneer hij zich uitspreekt over het internationale voetbal. De recente ontwikkelingen in het Midden Oosten baren Boskamp grote zorgen, zeker met het oog op het komende wereldkampioenschap in onder meer de Verenigde Staten.
De oorlog in Iran zou volgens hem grote gevolgen kunnen hebben voor het toernooi. Boskamp geeft aan dat hij in de eerste plaats denkt aan de mensen ginder en acht het voor de rest onwaarschijnlijk dat Iran aanwezig zal zijn op het WK, zo haalt hij aan bij Het Belang van Limburg.
Felle kritiek op Trump
Boskamp keek ook met verbazing naar een recent moment in het Witte Huis, waar Lionel Messi samen met zijn club Inter Miami CF werd ontvangen. Wat voor velen een feestelijk moment had moeten zijn, werd volgens de analist overschaduwd door politieke retoriek.
“Wat een grap was dat weer. En wat voor een ongelofelijke imbeciel is die Trump toch. Dan staat de beste voetballer ter wereld achter je op een podium en ga je tien minuten staan praten over hoe je een land aan het platbombarderen bent. Die vent heeft ze toch echt niet meer op een rijtje. Ik weet niet wat hij wil bewijzen, maar ik vind het zo’n ontzettend zielig mannetje. Laat ons dus maar hopen dat hij ook het WK niet naar de knoppen helpt. Al vrees ik stilaan het ergste.” Zo klinkt het in héél harde bewoordingen.
Maarten Coenen