Club Brugge zet de toon voor de zomermercato: 40 miljoen bleek zelfs in januari niet genoeg om hen te doen onderhandelen. Wat ooit een droomprijs leek, is nu plots de minimumlat — en dat verandert alles aan het transferplan. Als Club wil verkopen, dan is het met alle remmen los.
LEES OOK: ‘Rigaux voorspelt Club-leegloop: monsterbod onthuld’
40 miljoen op tafel… en Club zegt gewoon “nee”Vorige zomer werd er nog getrokken en geduwd richting 40 miljoen rond Joel Ordóñez. Vijf maanden later lag er in januari plots een bod dat die grens zomaar raakte— zonder enige vorm van onderhandelen. Wat eerst een droomprijs leek, begint steeds meer op een minimumdrempel voor komende zomer te lijken.
De rode draad in de zomer van 2025 was duidelijk: Club Brugge wilde niet verkopen, ook al was er interesse en onderhandelingen. Vooral in het dossier met Olympique Marseille werd de lat stap voor stap hoger gelegd, met bedragen die variëren van minstens 30 miljoen euro tot richting een recordbedrag. Lees: minstens die 37,5 miljoen euro van Charles De Ketelaere.

Die houding botste met de speler. Toen voelde Ordóñez zich onbegrepen en hij weigerde zelfs te trainen en te spelen om een transfer te forceren. Zo stevig was zijn push naar een toptransfer en zo stevig hield Club Brugge er de rem op.
Winterbod als wake-upcall: de lat ligt nóg hoger
Het echte kantelpunt komt er in de afgelopen wintermeracto. Volgens Het Nieuwsblad weigerde Club snel en resoluut een recordbod van Crystal Palace, met zo’n 40 miljoen euro op tafel. Het opvallende zit niet alleen in het bedrag, maar in de context: het zou een bod geweest zijn zonder onderhandelen, in tegenstelling tot eerdere dossiers waar bedragen konden oplopen als er ruimte was om te praten.
Palace was in paniek na het vertrek van Marc Guéhi naar Manchester City waardoor ze in de laatste dagen koortsachtig een vervanger zochten. Afwijzingen stapelden zich op, de druk intern steeg — en Ordóñez werd één van de namen waarvoor men extreem ver wilde gaan. Het Laatste Nieuws bevestigde ook dat Club minstens 40 miljoen weigerde voor Ordóñez.

Ordóñez duwde deze keer niet door om een transfer te forceren want volgens Het Nieuwsblad stond hij niet te springen om te vertrekken. De Ecuadoriaan kon meer dan het dubbele van zijn huidige loon verdienen, iets wat gevoelig ligt bij de 21-jarige verdediger, maar hij was niet de eerste keus om Guéhi te vervangen. Ordóñez wil de juiste stap in zijn carrière zetten, ook met het oog op het komende WK in de Verenigde Staten.
Van ‘stuntbedrag’ naar minimumprijs: dit is de nieuwe norm
Vorige zomer circuleerden er veel bedragen voor Ordóñez, maar na één maand onderhandelen met Olympique Marseille kwamen de aanbiedingen niet hoger dan 32,5 miljoen euro en hield Club Brugge het been stijf. In januari gaat Crystal Palace meteen naar een recordbedrag rond 40 miljoen euro, maar krijgt het een directe “nee” vanuit West-Vlaanderen.
Dat is een duidelijk signaal dat Club die 40 miljoen niet meer ziet als eindpunt, maar als minimum waarboven ze pas beginnen te praten. Zijn contractverlenging tot 2029 in september is een verankering van dat referentiekader en vandaag blijkt dit niet langer theorie: er lag effectief een bod dat die 40 miljoen benaderde, en toch was het onvoldoende om Club te overtuigen.

>intertransfers voor sterkhouders zijn in principe onbespreekbaar voor Club Brugge. Dat verklaart waarom zelfs een recordtransfer in januari weinig kans maakt: het botst op het beleid — niet alleen op prijs. Het Laatste Nieuws stelde zelfs dat Club voor honderd miljoen had kunnen verkopen, maar bewust niet deed om de kern niet te verzwakken.
40 miljoen is niet langer een stuntbedrag dat Club Brugge moet halen in onderhandelingen. Het wordt steeds meer een benchmark die anderen al op tafel leggen — en waar Club blijkbaar nog altijd niet op ingaat als timing en sportieve context niet kloppen. Of Club Brugge die minimum ook zal halen komende zomer hangt af van de klassieke factoren: Ordóñez’ prestaties, hoe concreet de clubs worden en in welke mate ze hem als basisspeler zien. Maar het signaal is er nu al: de lat ligt in de grootteorde van eerdere recordtransfer, en de markt heeft die lat in januari al bevestigd.
Het lijstje wordt waanzinnig
Crystal Palace, Brighton & Hove Albion, Liverpool, Manchester City, AS Monaco, Chelsea, Aston Villa, Internazionale, Paris Saint-Germain, AS Roma, … het lijstje met clubs die gelinkt worden aan Ordóñez is bijzonder lang. Hij heeft dan ook een profiel waar Europese topclubs weg van zijn: een moderne centrale verdediger met voetballend vermogen, snelheid, power, duelkracht, en lengte. “Een defensief supertalent”, zei Hein Vanhaezebrouck in Het Nieuwsblad.

Die combinatie is cruciaal voor de marktwaarde en de potentiële verkoopprijs: clubs betalen vandaag niet enkel voor puur verdedigen, maar voor een profiel, leeftijd én doorverkooplogica. Ordóñez is 21 jaar, met het argument dat zijn waarde normaal gezien nog zal stijgen. Ook trainer Ivan Leko sprak in die zin. Hij zei dat Ordóñez een erg goeie speler is en dat hij op een dag in een grote competitie zal spelen.
Olivier Plancke