Dat debat sleept al langer aan bij Anderlecht, maar het raakt net aan de kern van de ambitie. Want elke piste rond investeerders of netwerken botst vroeg of laat op dezelfde vraag: helpt dit Anderlecht opnieuw richting Champions League, of gooit dit net de deur dicht?
LEES OOK: 'Hasi out, Fink in: schaduwlijst Anderlecht lekt uit'
Supermacht of plafond? Dit is de echte vraagRSC Anderlecht en multi-club ownership. Michael Verschueren gooide het onderwerp eind december op tafel, ogenschijnlijk voorzichtig, maar de vragen die hij stelde waren allesbehalve vrijblijvend. Verschueren liet één zin hangen die blijft knagen. Meer dan de helft van de clubs die vandaag de Champions League spelen, maakt deel uit van een multi-clubstructuur.De reflex is dan snel gemaakt: als iedereen het doet, moet Anderlecht mee. Maar precies daar zit de val. Want MCO is een structuur die je positie vastlegt. En vaak ook je plafond.
Multi-club ownership – MCO – houdt in dat één eigenaar of investeringsvehikel meerdere clubs in verschillende landen controleert, met een duidelijke hiërarchie. Er is bijna altijd een hoofdclub en daaronder satellietclubs die opleiden, ontwikkelen, doorverkopen of tijdelijk stallen. Dat is exact een van de vragen die Verschueren hardop stelde. “Ben je binnen die structuur de Champions Leagueclub of niet?” De club die beslist, of de club die wacht?

Dat wordt nog scherper zodra je de Europese regels erbij neemt. De UEFA laat het niet toe dat twee clubs onder dezelfde beslissende invloed deelnemen aan dezelfde Europese competitie. Eén MCO, één ticket. Champions League, Europa League of Conference League: het principe blijft hetzelfde. Sportieve kwalificatie is dan plots niet meer genoeg. Er moet ook ruimte zijn binnen de structuur. En die ruimte is er maar één keer.
PSG-scenario: indrukwekkend, maar wat kost het Anderlecht?
Daarom klinkt een link met een absolute topclub aantrekkelijk voor de buitenwereld, maar gevaarlijk voor wie verder kijkt. Een netwerk waarin Paris Saint-Germain het zwaartepunt vormt, lijkt op papier indrukwekkend. Kapitaal, uitstraling, internationale allure. Maar strategisch is het een doodlopend straatje. PSG is de Champions Leagueclub binnen dat ecosysteem. Als Anderlecht ooit opnieuw die stap wil zetten, moet het hopen dat PSG struikelt.
Net daarom stelde Verschueren de juiste vraag: ben je binnen zo’n structuur de Champions Leagueclub of niet? Want als het antwoord nee is, hoef je niet verder te rekenen. Dan bouw je mee, maar nooit voor jezelf.

Dat verklaart ook waarom de meeste Champions Leagueclubs die deel uitmaken van een MCO bijna altijd de hoofdclub zijn. Manchester City binnen City Football Group. Atlético Madrid binnen zijn netwerk. Zij zijn het eindstation. De satellieten bestaan om hen te voeden, niet om hen te beconcurreren.
Er zijn uitzonderingen, maar ze tonen vooral hoe ver men bereid is te gaan om de regels te buigen zonder ze te breken. Het Red Bull-voorbeeld blijft het bekendste. RB Salzburg en RB Leipzig stonden ooit samen in de Champions League. Officieel mocht dat niet. Tenzij men kon aantonen dat er geen beslissende invloed was van dezelfde eigenaar. Wat volgde was een juridisch schaakspel: aangepaste aandeelhoudersstructuren, herschreven stemrechten, nieuwe bestuurslagen. Op papier waren het twee onafhankelijke clubs. In realiteit wist iedereen beter.
UEFA-regels: één ticket, één baas
Voor Anderlecht is dat cruciaal. Multi-club ownership kan voordelen opleveren. Betere scouting, snellere talentontwikkeling, bredere commerciële netwerken. Maar het kan evengoed een onzichtbaar plafond creëren. Zeker als je instapt in een consortium waar de hiërarchie al vastligt.
De Belgische voorbeelden tonen hoe delicaat dat evenwicht is. OH Leuven maakt deel uit van een netwerk met Leicester City als zwaartepunt. Dat leverde stabiliteit en middelen op, maar ook afhankelijkheid. Toen Leicester sportief wegzakte, voelde Leuven dat meteen. Samenwerken binnen een MCO klinkt logisch, maar belangen lopen niet altijd gelijk. Zeker niet wanneer één club Europees denkt en de andere lokaal moet overleven.

Daarom voelt de voorzichtigheid van Verschueren als realisme. Het debat begint niet bij structuren, maar bij ambitie. Waar wil Anderlecht naartoe? Als het antwoord opnieuw Champions League is, dan kan de club zich geen rol permitteren waarin ze structureel tweede viool speelt. Dan moet ze het zwaartepunt zijn. Of helemaal niet meedoen.
Dat maakt de vijver kleiner. Geen netwerken met vaste Europese topclubs. Geen constructies waarin Anderlecht automatisch onderaan de hiërarchie belandt. Wel modellen waarin RSCA zelf de Europese drager kan zijn, met daaromheen ontwikkelingsclubs in markten waar talent overvloedig en goedkoper is. Scandinavië, Oost-Europa, Afrika, Zuid-Amerika. Niet om te concurreren, maar om te versterken.
De Champions League-droom als lakmoesproef
Multi-club ownership is geen moreel goed of kwaad. Het is een instrument. In de juiste handen vergroot het je slagkracht. In de verkeerde structuur verkleint het je horizon. Dat is de echte les achter de cijfers die Verschueren aanhaalt. 55% van de Champions Leagueclubs zit in een MCO, maar bijna allemaal zitten ze er bovenaan in.
Misschien is dat wel de kern van het hele debat. Anderlecht is te groot om zomaar in een multi-club ownership te stappen. Maar het is te ambitieus om te doen alsof het geen rol speelt. Tussen die twee waarheden ligt een moeilijke weg. En wie die weg bewandelt zonder eerst te weten waar de Champions League-deur staat – en voor wie ze opengaat – dreigt ze nooit meer te bereiken.
Olivier Plancke