KRC Genk is een club met een jeugdopleiding van Europese topklasse. De Limburgers wisten al heel wat talenten te laten doorstromen naar een G5-competitie. Maar Racing Genk staat ook voor uitdagingen. Concurrentie uit binnen- en buitenland en een voetbalwereld die de laatste jaren héél snel en fel evolueert, op en naast het veld. VoetbalNieuws sprak daarover met Roland Breugelmans, algemeen directeur van de Jos Vaessen Academy.
KRC Genk startte voor Nieuwjaar in eigen huis tegen Club Brugge met Matte Smets, Bryan Heynen en Konstantinos Karetsas in de basis. Drie spelers uit de eigen jeugdopleiding. Robin Mirisola en Jarne Steuckers vielen in. Lucca Brughmans zat als derde keeper in de selectie en Josué Kongolo bleef ook op de bank. Dat zijn maar liefst 7 spelers van eigen bodem. Knap. Achter de schermen zijn de Limburgers volop bezig met het kneden van de Genkies van de toekomst.
LEES OOK: Club Brugge neemt afscheid: verrassende transfer
Spelers van de toekomstRoland, als club moeten jullie eigenlijk een beetje ‘de voetballer van de toekomst’ kneden. Hoe moeilijk is om pakweg 11-jarige jongetjes in dat opzicht voor te bereiden?
"Dat is inderdaad moeilijk. Je ziet een evolutie in het voetbal. Anno 2025 moet een voetballer veel atletischer zijn. De U11 van KRC Genk moeten de Rode Duivels van de toekomst worden en we moeten daarnaar kijken: wat moeten we aanpakken voor de toekomst? Je gaat ook mee in de flow, want het verandert soms snel in het voetbal.”
De lat ligt hoog.
"Bij Racing Genk zijn geen vrije aansluitingen meer mogelijk. Begin jaren 2000 kon je dat wel nog, maar de lat ligt anno 2025 uiteraard een heel stuk hoger. Dat je daardoor een groot talent verliest aan een andere topclub, dat is logisch. Dat gebeurt onderling. Ik kan toch zeggen dat we een vaste kern hebben van 80% binnen de academie en dat er via de scouting jaarlijks een 20% nieuwe spelers worden aangetrokken. Enkele spelers kiezen ooit zelf voor een nieuwe uitdaging. Het hoofddoel van de academie blijft om op regelmatige basis spelers te ontwikkelen die via Jong Genk dan doorstromen naar de eerste ploeg."
"Doordat de lat al hoog ligt om in te stromen, moet je ook de beste omkadering bieden aan de talenten. We zitten nu met dertig mensen die fulltime op de academie werken, terwijl ik begin 2000 de enige was die fulltime actief was binnen de jeugdopleiding. Nu is er een hele omkadering vanaf de U9, waardoor je hen veel meer kan aanbieden. Vroeger waren er enkel avondtrainingen, nu zijn die er niet meer voor de jongens die in de middelbare school zitten. Zij kunnen overdag trainen dankzij een goede samenwerking met school. Voor de allerjongste talentjes is dat wel nog in de avond, maar dat is omdat zij dichterbij Genk wonen." (lees verder onder de foto)

Hoe kijk je naar jonge spelers die al snel naar clubs als pakweg Ajax, Leipzig, AS Monaco, Juventus en dergelijke vertrekken?
"We hebben vorig jaar met Wout Gielen een talent verloren aan Juventus, PSV komt af en toe wel eens ‘rondneuzen’. De buitenlandse clubs die hier talenten komen wegplukken, dat valt bij ons nog best goed mee. Er zijn er een aantal geweest en de lokroep van zo een grote topclub in Europa klinkt altijd verleidelijk. Je ziet in heel veel verhalen dat het toch moeilijk is om daar door te breken en zo zien we soms jongens dan jaren later in België spelen op een lager niveau dan Genk. Ik denk dat de beste weg nog steeds is dat je je school afmaakt in België, doorbreekt bij ons en via die weg de volgende stap zet naar een grotere competitie."
"We hebben echter meer talent aan boord kunnen houden die die kans ook hadden, maar die beseffen dat ze bij Racing Genk meer én sneller de kans krijgen om door te breken in de eerste ploeg. Als opleider hoop je jongens uiteraard langer aan boord te houden, maar het is volstrekt logisch dat een club een toptalent soms al snel moet verkopen als er een heel mooi bod komt. Als je onder de 20 jaar schittert, dan weet je dat zo een jongen geen twee of drie jaar blijft. Mike Penders hebben we gelukkig nog een jaar extra kunnen houden."
"Bij Jong Genk heb ik wel het gevoel dat jongens te snel vertrekken als ze voelen dat de stap naar de eerste ploeg er nog niet meteen zit aan te komen. Het geraamte mag bij Jong Genk iets ouder zijn met talenten van eigen bodem, want de afgelopen jaren waren we heel jong. Je ziet dat die impact van spelen in de Challenger Pro League best groot is. Als je kijkt welke spelers er via Jong Genk, Club NXT of RSCA Futures de afgelopen jaren zijn doorgegroeid naar eerste klasse, dan is het een teken dat het verhaal van deze clubs in 1B echt wel goed is. Ik weet dat er veel commentaar is op het feit dat de beloftenploegen niet kunnen degraderen, maar het is wel een meerwaarde gebleken voor de doorstroming." (lees verder onder de foto)

Anno 2025 worden spelers soms al heel jong gebracht. Is er misschien niet te weinig geduld bij spelers en hun entourage als ze bijvoorbeeld niet voor hun 20ste al in de eerste ploeg staan? Iemand als Bryan Heynen is daarbij misschien wel hét perfect voorbeeld, dat geduld wél kan lonen.
"Ja, soms wel. Leandro Trossard is bijvoorbeeld pas op zijn 22ste doorgebroken bij Genk na een reeks uitleenbeurten. Je benoemt het goed met de entourage, want soms proeven jongens al op zeer jonge leeftijd eens van de eerste ploeg. Als ze dan even terug in de wachtkamer moeten zitten, dan begint het soms al te borrelen om naar een andere club te trekken. Dan is het ook kijken naar wie er rondom zo een speler hangt, en dat is geen verwijt naar ouders of makelaars, maar een stabiele omgeving is daarbij belangrijk."
"Bryan is 27 jaar en kan misschien ooit nog een stap zetten, maar we zouden toch wat meer gasten moeten kunnen hebben die wat langer bij Genk blijven. Maar als ze jou morgen twee of drie keer meer aanbieden om op een ander te gaan werken, dan ga je ook nadenken. Dat is volstrekt logisch. Plus, het is ook een levensader voor een club. Als we zeggen ‘Karetsas blijft hier nog vijf jaar voetballen’, maar we krijgen een monsterbod -we hopen dat hij onze duurste uitgaande transfer ooit gaat worden-, dan zeggen we ook geen ‘neen’, natuurlijk. Bryan is super voor Genk en straalt dat ‘Genkie-gevoel’ uit. Het perfecte zou een combinatie van die twee werelden zijn: sommige jongens die lang blijven en anderen die we kunnen doorverkopen aan een ploeg uit een G5-competitie."
Karetsas duurste Genkie ooit?
Inderdaad. Het zorgt voor sportieve én financiële stabiliteit.
"Het is goed dat er spelers zoals Heynen zijn, want dat is enorm belangrijk voor jonge spelers én de ploeg. Je hebt een geraamte nodig in een team. Er zijn verschillende voorbeelden van spelers die Genk te vroeg of net op tijd verlieten."
"Zo heeft Bilal El Khannouss een uitstekende keuze gemaakt door het voetbal op één te zetten. Hij trok naar Leicester City, speelde daar een jaar in de Premier League, en doet het nu uitstekend bij een subtopper in de Bundesliga. Hij blijft zo enorme stappen voorwaarts zetten. De Bruyne trok dan wel naar Chelsea, maar ging wel via Werder Bremen en VfL Wolfsburg telkens naar clubs waar hij veel speelde."
"Dan heb je bijvoorbeeld het verhaal van Divock Origi, die zo geweldig kan voetballen. Ik vind het zo jammer dat hij nu al zo lang niet meer heeft gevoetbald. Hij zal wellicht énorm goed verdiend hebben, maar heeft zo weinig gespeeld. Soms mag je niet té snel springen op een kans die zich voordoet en moet je ook kijken naar het bredere plaatje en het iets beredeneerder bekijken."
- Deel 1: Waarom KRC Genk al 25 jaar dé norm is in België
- Deel 2: Na De Bruyne, Courtois...: Genk plots van hemel naar de hel
De komende dagen kan je nog meer lezen over ons bijzonder aangenaam en exclusief gesprek met Roland Breugelmans. Daarnaast komen er nog meer mensen uit het jeugdvoetbal in België aan bod de komende periode. Stay tuned!
Sprak met Roland #Breugelmans van #KRCGenk onder meer over de 'war on talent'. Check it out. https://t.co/NWPpq96Pml
— Claudio Reulens 💻⚽ (@CReulens) January 22, 2026
Claudio Reulens