Dick Advocaat was ooit persona non grata in België na zijn vroegtijdige exit bij de Rode Duivels. De oefenmeester werd toen bondscoach van Rusland en nu staat hij aan het roer bij Curaçao. Met dat land wist hij een stunt te verwezenlijken en zich te plaatsen voor het WK in de VS, Mexico en Canada.
De 78-jarige coach liet in het verleden al meermaals weten te zullen stoppen, maar toch bleef en blijft Advocaat doorgaan. Zelfs na het WK 2026 is de Nederlander niet zeker of hij zal stoppen. Hij verbaasde vriend en vijand door zowaar de deur nog open te laten voor nieuwe uitdagingen.
LEES OOK: Miskleun bij Duivels: 'Enorme blunder met Hans Vanaken'
Schrijf maar opIn een interview met De Telegraaf liet Advocaat de deur nog op een kier. "Ik denk het wel. Je mag opschrijven dat ik na het WK stop als trainer, maar bij mij weet je het nooit hè. Haha. Je moet op je hoogtepunt stoppen", liet de goedlachse Nederlander weten.
Advocaat wil ook meer tijd spenderen met zijn familie. "Wie wil mij nu nog hebben op deze leeftijd? Nee, serieus. Ik ben nog steeds gezond, lichamelijk en geestelijk, maar hoe lang nog? Ik ben niet alleen op deze wereld. M’n familie heeft ook iets te vertellen en die ziet me niet graag doorgaan als coach.”
Mooi afscheid?
Advocaat vindt het WK een perfecte afsluiter van zijn trainerscarrière. “Ik begrijp het, heb me in principe bij het einde van mijn carrière als coach neergelegd. Eens houdt het op en een mooier afscheid dan op het WK dit jaar nauwelijks denkbaar voor mij. Maar om de deur helemaal dicht te gooien... Wie weet wat zich nog aandient. Daarom durf ik er niet nu al een definitieve streep onder te zetten."
En op het WK wil de Nederlander de wereld nog een laatste keer verbazen in een groep met Duitsland, Ecuador en Ivoorkust. “Wij gaan prikken op het WK. We zullen niet heel aanvallend spelen, maar wachten op het moment om toe te slaan. Wie de tegenstander ook is, we zijn lastig te verslaan. Iedereen geeft alles voor een goed resultaat en we hebben heus een aardige ploeg. Ja, zelfs Duitsland kunnen we het moeilijk maken.”
Stephan Calander