De Club Brugge-fans dromen naar een spits die meteen scoort. Maar zodra Franjo Ivanović ter sprake komt, botst die droom op de realiteit: Benfica heeft hem vast tot 2030 en zelfs in een dip is hij nog altijd peperduur. Toch liet Rigaux in de HLN-podcast één detail vallen — “Club had hem vroeger moeten pakken” — en dat is genoeg om de fantasie weer te starten.
LEES OOK: Gouden Schoen 2025: verrassing van formaat in de maak?
21 goals laterWie vorig jaar naar Union keek, zag een spitsenfabriek op volle toeren. Promise David bleef – tegen de verwachting in – gewoon op post in het Dudenpark, maar Franjo Ivanović cashte zijn boerenjaar wél in. Union haalde de Kroaat (geboren in Oostenrijk) voor een prikje binnen en verkocht hem een jaar later voor een recordsom richting Lissabon: 21 goals en 7 assists in 47 matchen, dat is niet zomaar een goeie periode, dat is een visitekaartje voor heel Europa.
Benfica betaalde voor die deal ongeveer 22,8 miljoen euro, met bonussen erbovenop, en Ivanović tekende er een lang contract tot 2030. Er hangt zelfs een afkoopclausule van 100 miljoen aan vast. Dat zijn cijfers die één ding zeggen: Benfica kocht een investering die moest renderen. Het begin was alvast veelbelovend. Ivanović startte het seizoen als titularis, maakte snel kennis met de spotlights en liet vroeg zijn neus voor doel zien.

Maar intussen is het verhaal minder aan het lopen. Ivanović komt nog wel aan minuten, alleen is hij allesbehalve een vaste basisspeler en scoorde hij een handvol goals in ongeveer 1.400 minuten.. Dat is niet mislukt, maar het is ook niet de impact die Benfica verwacht van een aanvaller die de ploeg meteen een niveau hoger moest tillen. Ook als hij even niet “hot” is, blijft zo’n profiel duur. Transfermarkt schat zijn marktwaarde nog altijd rond de 20 miljoen. Met andere woorden: zelfs in een dip is Ivanović geen koopje.
Rigaux’ zinnetje dat iedereen doet fantaseren
In de HLN Voetbalpodcast werd Dévy Rigaux ernaar gevraagd, en zijn antwoord was tegelijk eerlijk én olie op het vuur. Hij gaf toe dat Ivanović na zijn doorbraak bij Union “totaal onhaalbaar” was, en dat Club hem eigenlijk vroeger had moeten vastleggen. Vandaag noemt hij hem “een interessante speler”, maar voegt hij er meteen aan toe dat het “nog niet aan de orde” is om deze piste warm te houden voor Club Brugge.
Dat klinkt als typisch Rigaux: het woord “misschien” groot genoeg om de fans wakker te doen dromen, maar klein genoeg om geen verwachtingen te beloven. En toch zit er in die nuance net het belangrijkste signaal: Club volgt wel degelijk jongens die hier al bewezen hebben dat ze in België kunnen schitteren, vertrekken naar het buitenland, daar even moeilijk hebben en vervolgens weer haalbaar lijken. Dat is al jaren een markt waar Belgische topclubs graag in vissen.

Ivanović is geen exotische gok, maar een speler die de competitie kent. Hij heeft al bewezen dat hij in de Belgische competitie kan floreren: duels, intensiteit, weinig ruimte. Bovendien is hij geen spits die enkel leeft van voorzetten. Bij Union combineerde hij afwerking met arbeid: pressen, meeverdedigen, slim lopen in de rug van een verdediger. Dat past op papier bij een Club dat hoog wil spelen en in Europa vaak op details wint of verliest.
En psychologisch is het ook aantrekkelijk: Club zou witte merel halen, maar een spits die in België al status en naam had. Zo’n transfer verkoopt zichzelf. De fans kennen hem, de tegenstanders vrezen hem, en Club Brugge hoeft niet weken te wachten op zijn aanpassing.
Hoe zou zo’n stunttransfer er dan concreet uitzien?
Alleen: Club leeft niet in een fantasiewereld. De voorbije jaren hebben ze geleerd dat een duur prijskaartje bij Benfica niet automatisch een garantie is. Roman Yaremchuk is het grote litteken: Club legde een recordbedrag van om en bij de 16 miljoen (plus bonussen) op tafel, maar het huwelijk werd nooit wat. Als het ooit realistisch wordt, dan wordt het bijna zeker via een constructie zonder onmiddellijke aankoop. Denk eerder aan een huurdeal met optie tot aankoop, waarbij Benfica een deel van het loon blijft betalen en Club betaalt voor minuten en herwaardering. Een pure verkoop voelt onlogisch: Benfica heeft geen reden om meteen verlies te pakken, zeker niet met een lang contract.

Een haalbare piste is daarom: zes maanden tot achttien maanden huur, met aankoopoptie. Die optie zou dan niet laag zijn, maar wel slimmer opgebouwd: een basisbedrag dat dichter bij Club’s realiteit ligt, aangevuld met bonussen (doelpunten, titels, Europese kwalificatie) zodat Benfica het gevoel heeft dat het zijn investering nog kan rechtvaardigen. En als Benfica zekerheid wil, kan zo’n optie zelfs een (voorwaardelijke) aankoopverplichting worden: bijvoorbeeld wanneer Club zich plaatst voor de Champions League of wanneer Ivanović een vooraf bepaald aantal goals haalt.
Olivier Plancke