Eind september zal Club Brugge nog maar eens een bouwaanvraag voor een nieuwe voetbaltempel indienen. Daarmee komt er hopelijk stilaan een einde aan een saga die al ruim een decennium duurt. In gesprek met Het Nieuwsblad laat Bart Verhaeghe nog eens zijn licht schijnen op het dossier.
Terwijl het moderne oefencentrum in Westkapelle zijn pronkstuk is vormt de bouwvallige staat van Jan Breydel intussen al jaren een doorn in het oog van de ambitieuze voorzitter. Toch zijn de aanslepende stadionperikelen volgens Verhaeghe zelf niet de reden waarom hij Blauw-Zwart te koop zette.
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Minder hinderDe ondernemer geeft de strijd dan ook niet op, integendeel: tegenover de krant geeft hij aan nog altijd volop te geloven in de plannen om op de huidige Olympiasite een nieuwe en grotere thuisbasis neer te poten. Nochtans botst Club er nog steeds op verzet van enkele weerspannige buurtbewoners.
"Maar zij kwamen daar wonen nadat Jan Breydel daar reeds stond", countert Verhaeghe, die er tevens op wijst dat het nieuwe bouwproject om diverse redenen net minder hinder zou veroorzaken. Onder andere op het vlak van geluidsoverlast en mobiliteit zouden er stappen vooruit worden gezet.
Belgisch belang
Bovendien wil Club niet enkel een park van meer dan 20 hectare aanleggen, vermits de grond op Sint-Andries ingeschreven is als recreatieve grond met voetbal als toebestemming dreigt het stadion volgens Verhaeghe anders te verloochenen. Met een waardevermindering van de hele buurt tot gevolg.
Verhaeghe hoopt dan ook de democratie met de steun van de overheid eindelijk zal zegevieren. "Het DNA van Club Brugge zit in mij: bluvn goan. Waar een wil is, is een weg", aldus de voorzitter, die ook voor het belang van het Belgisch voetbal in het algemeen zijn verantwoordelijkheid wil nemen.
Arne Decraene