Na de verloren topper op het veld van
Club Brugge stellen veel analisten zich vragen bij de tactische aanpak van René Weiler. Die stuurde zijn ploeg in een 3-4-3 het veld in, met opmerkelijk genoeg Olivier Deschacht als meest rechtse verdediger. Ook Jan Mulder stelt zich in zijn column in
Het Laatste Nieuws vragen bij die keuze.
"Vijf minuten na de aftrap kon ik er niet meer naar kijken. Leve de schilderkunst, maar als een Picasso aan de muur heen en weer gaat lopen word ik misselijk. Het werk heet 'Ollie', naar Olivier Deschacht, negen keer kampioen met
Anderlecht - prachtige speler. Trainer Weiler had goed gezien dat de motoriek van Deschacht en zijn linkerbeen op rechts verwant zijn aan de abstracte schilderkunst. Kubisme. En dan van de gekste soort. Doe maar wat. Gooi de verf er maar op, 'rotzooi maar wat aan' - Karel Appel zei het al in de jaren vijftig", schrijft de Nederlander.
"Karel Appel wist natuurlijk precies wat hij deed en ik zou graag willen geloven dat de coach van Anderlecht dat gisteren ook wist. En inderdaad: naarmate de eerste helft verstreek werd het doek gekker en mooier, vooral voor de supporters van Club Brugge. De schilder zat op de bank van Anderlecht: trainer René Weiler. Originele man. Ondergetekende heeft een bepaalde sympathie voor hem. René zegt en doet dingen die je niet elke dag hoort of ziet. Maar er is ook voetbal. Bijvoorbeeld Club-Anderlecht. En daar gaat het, behalve om de schoonheid van de edele kunst van het passen en dribbelen, om winnen."
LEES OOK:
Verschueren laat RSCA-fans dromen: "Dat is ons doel"