In het voetbal is het haast elke transferperiode van dat. Spelers die al een groter jaarloon hebben dan het doorsnee parlementslid azen plots op een nog vetter contract bij een andere club. Maar wanneer hun club hen niet wil verkopen en hen wijst op het contract dat ze hebben ondertekend, trekken ze een pruillip en gaan ze het verwend kind uithangen. Hun kat sturen naar de training, plots ziek worden, of geblesseerd. En heel vaak komen ze er nog mee weg ook.
De Camargo is 32. Zijn beste dagen liggen achter hem. Het is begrijpelijk dat hij in de nadagen van zijn carrière nog graag in de oliedollars wil gaan zwemmen, ook al moet hij zich daarvoor begraven in de woestijn. Johan Boskamp trok er als trainer ook twee keer een jaartje naartoe. “Om poen te gaan scheppen, waarvoor anders� gaf de aimabele Nederlander verfrissend eerlijk toe. We zouden De Camargo dat appeltje voor de dorst ook gerust gunnen. Maar José Riga wees er dit weekend op dat de sportieve cel van Standard hem niet wil laten gaan. Daarmee zou de kous af moeten zijn.
In hun nauwelijks te stillen geldhonger verliezen voetballers soms de basisregels van de arbeidsmarkt uit het oog. Een daarvan is dat een ondertekend contract geen vodje papier is dat je zomaar terzijde kunt schuiven. De Camargo heeft bovendien een riant contract bij Standard. Hij behoort er tot de grootverdieners, want hij werd min of meer als een vedette teruggehaald uit de Duitse Bundesliga. Maar het is dus nooit genoeg.
Om zijn transfer te forceren, weigerde de Standard-spits een hele week om te trainen. Dat heet chantage. De normale reactie van elke werkgever zou zijn om zijn contract in duizend stukken te scheuren en hem op straat te flikkeren. Maar in het wansmakelijk goed betaalde voetbal is dat kapitaalvernietiging. Standard zou er hem zijn zin mee geven en in de eigen beurs knippen. De club staat dus met de rug tegen de muur. Maar het had de balorige speler op zijn minst moeten bestraffen met een monsterboete.
In het doodzieke voetbal blijft de macht van makelaars en topspelers almaar groeien. Clubs zijn steeds vaker weerloos tegen hun grillen. Carlos Tevez is wellicht de bekendste contractrebel. In 2009 haalde Manchester City het Argentijnse woelwater voor 47 miljoen pond (nu ongeveer 63 miljoen euro) weg bij de buren uit United. Op dat moment was dat een transferrecord in de Premier League. Twee seizoenen en twee ingediende transferverzoeken later kreeg Tevez het aan de stok met trainer Roberto Mancini. Hij nam het vliegtuig naar Argentinië en bleef vier maanden weg. Tot hij, na een paar stevige boetes, plots weer geld nodig had en zijn voetbalschoenen weer aantrok. Maar niet vooraleer in een interview te verkondigen dat Mancini hem als een hond had behandeld. Na publieke excuses wandelde Tevez doodleuk weer het team binnen. Mancini verklaarde zelfs dat Tevez “een welkome troef zou zijn in de titelstrijdâ€. Hij kon wellicht niet anders. City wilde Tevez’ waarde niet verder laten kelderen. Als hij toch weg wou, moesten ze er tenminste nog wat geld aan kunnen verdienen. In welke andere economische tak moet een baas zo diep op de knieën voor een overbetaalde werknemer die hem publiekelijk vernedert en doet waar hij zin in heeft?
Als Igor De Camargo niet wegraakt bij Standard verdient hij een striemend fluitconcert van de eigen fans. Of een originele tifo. ’t Schijnt dat ze daar in Luik een patent op hebben.
Raf LiekensLEES OOK: Euvrard tempert verwachtingen: “Wellicht niet tegen Antwerp”
Jens Cuypers