In de rechtbank van Gent keek Herman Brusselmans vandaag opnieuw de justitie in de ogen, in een zaak die al lang meer zegt over woorden dan over wetten. Na zijn omstreden Gaza-column en een lange juridische nasleep volgde opnieuw een uitspraak die weinig verraste, maar veel symboliek droeg. Kunnen we spreken van de grote wraak?
LEES OOK: Brusselmans breekt helemaal: "Denk na over de dood"
De column die bleef brandenDe zaak draaide opnieuw rond de beruchte column die op 6 augustus 2024 verscheen in Humo, waarin Brusselmans zijn woede over de oorlog in Gaza in ongezouten bewoordingen neerpende.
Zinnen die bedoeld waren als literaire provocatie, werden door tegenstanders gelezen als oproepen tot haat. Klachten volgden, verontwaardiging ook. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum zag er inbreuken in op meerdere discriminatiewetten en trok mee aan de alarmbel.
Toch werd de schrijver in maart 2025 al eens vrijgesproken voor dezelfde feiten. Die eerdere vrijspraak bleek cruciaal. Omdat het om hetzelfde feitencomplex ging, kon Brusselmans volgens het parket niet opnieuw veroordeeld worden. Dat standpunt werd ook deze keer bevestigd. De rechter sprak hem opnieuw vrij, waarmee het juridische hoofdstuk rond de column opnieuw werd afgesloten. Of toch voorlopig.
Een lege rechtbank, geen schadevergoeding
Opvallend was dat de drie klagers bij deze nieuwe rechtstreekse dagvaarding niet kwamen opdagen. Brusselmans en zijn advocaat Mounir Souidi stonden er alleen voor. Souidi vroeg een schadevergoeding van 5.000 euro, omdat de tegenpartij al meermaals verstek liet gaan. De rechter volgde die redenering niet: vrijspraak, ja: compensatie, nee.
Zo eindigde een nieuwe episode in een lange carrière vol controverse zoals ze begon: zonder grote gebaren, maar met een duidelijke uitspraak. De grote wraak bleef (misschien) uit, het mysterie deels intact.
Maarten Coenen