Daags voor de start van een nieuwe campagne in de Champions League liet Bart Verhaeghe zijn licht schijnen op de gang van zaken bij Club Brugge. Daarbij liet hij vallen dat het takenpakket van zijn zoon Lucas, sinds enkele jaren eveneens betrokken in de bestuurskamer, voortaan een andere invulling krijgt.
Zelf blijkt Verhaeghe alvast niet meteen van plan om er de brui aan te geven als voorzitter van Blauw-Zwart. "Ik zal zelf wel bepalen wanneer het moment daar is om te stoppen. Maar in mijn hoofd ben ik nog niet klaar. Ik wil dat stadion absoluut nog bouwen", wordt hij geciteerd door Het Laatste Nieuws. "Als alles goed gaat, kan ik dit blijven doen. Maar we staan met onze beide voeten op de grond."
LEES OOK: Naam te koop: Verhaeghe verklapt bouwplannen Club Brugge
Verhaeghe stoomt zoon klaarBehalve zijn gezondheid speelt ook het familiale aspect een cruciale rol voor Verhaeghe, wiens opvolging misschien dus reeds verzekerd is. "Ik zal ervoor zorgen dat ik de club in uitstekende omstandigheden overdraag aan de volgende generatie", liet hij zich alleszins ontvallen. Wie weet overweegt de voorzitter dus om de fakkel op termijn door te geven aan zijn zoon, die tot dan ervaring blijft opdoen.
Zo was Lucas de afgelopen jaren als zogenaamde Recruitment Coördinator mee verantwoordelijk voor het transferbeleid in Westkapelle. Nu stapt hij uit de dagelijkse werking om het internationale netwerk van de landskampioen verder uit te bouwen. "Het is een cruciale taak om in het buitenland onze filosofie te gaan uitleggen. Internationale topclubs zijn daar vragende partij naar", legt Verhaeghe uit.
Club Brugge als familiebedrijf?
Daarnaast zal hij zich blijven bekommeren over enkele strategische dossiers, zoals dat van het nieuwe stadion. De architect achter de Brugse hoogconjunctuur lijkt zijn zoon zo al klaar te stomen om ooit in zijn voetsporen te treden. "Wat de verre toekomst brengt valt nog af te wachten, maar hij zal er in ieder geval klaar voor zijn", besluit Verhaeghe, die dus wel nog even op post wil blijven in Jan Breydel.
Arne Decraene