Mark van Bommel heeft zijn eerste gevoelige knoop bij de Rode Duivels al doorgehakt. Kevin De Bruyne sprak met de nieuwe bondscoach en weet dat zijn rol bij de nationale ploeg zal veranderen. Na vijftien jaar als grote leider moet de spelmaker ruimte maken voor een nieuwe generatie.
LEES OOK: Van Bommel drukt stempel: grote naam bevestigt, megatalent op radar
De Bruyne kondigt zelf grote stap terug aanMark van Bommel werd aangesteld als bondscoach van de Rode Duivels tot en met het EK van 2028. Mocht Kevin De Bruyne dat toernooi halen, dan wordt hij tijdens het EK 37 jaar. Toch is een afscheid voorlopig niet aan de orde. De Bruyne sprak intussen al met Van Bommel en blijft beschikbaar voor de nationale ploeg.
“Ik had contact met de nieuwe bondscoach en we spraken erover: als ze me nog willen, maak ik me beschikbaar om het team te helpen. Maar mijn rol zal veranderen. Ik heb België al zo’n vijftien jaar geleid, de tijd is gekomen om een andere bijdrage te leveren”, vertelt De Bruyne aan Corriere dello Sport.

De Bruyne zegt niet alleen dat hij wil doorgaan, maar erkent zelf dat hij niet langer dezelfde verantwoordelijkheid kan dragen. Dat kan betekenen dat hij vaker minuten moet inleveren, meer verantwoordelijkheid doorschuift naar de volgende generatie en mogelijk nadrukkelijker als mentor optreedt.
Hoe Van Bommel die nieuwe rol precies zal invullen, is nog niet duidelijk. Zijn periode bij Antwerp geeft wel een belangrijke aanwijzing. Daar moest hij onmiddellijk prijzen pakken en tegelijk jonge spelers ontwikkelen. Van Bommel verzoende beide opdrachten door zijn ervaren krachten belangrijk te houden, zonder de doorstroming van jong talent af te remmen.
De Bruyne moet plaats maken voor jong bloed
De eerste ingreep ligt voor de hand: De Bruyne moet hoger spelen. Hij moet niet meer voortdurend de bal bij de centrale verdedigers komen ophalen, vervolgens de opbouw versnellen en daarna ook nog rond de vijandelijke zestien voor de beslissende actie zorgen. Dat was jarenlang zijn kracht, maar dreigt nu energie te kosten op plaatsen waar België hem niet nodig heeft.
Van Bommel kan de vuile meters bij jongere spelers leggen. Amadou Onana en Nicolas Raskin kunnen het centrum bewaken, duels aangaan en gaten dichten wanneer de bal verloren gaat. Jérémy Doku kan vanaf de flank meters overbruggen en de druk vooruit zetten. Charles De Ketelaere kan tussen aanval en middenveld het loopwerk verzorgen dat nodig is om De Bruyne dichter bij het doel te houden.
Doku benoemde die verschuiving voor het WK al opvallend scherp. “Het is onze plicht om die last van hen over te nemen”, zei hij over De Bruyne en Romelu Lukaku aan FourFourTwo. Wanneer De Bruyne niet telkens vijftig meter moet terugzakken om België aan het voetballen te krijgen, houdt hij meer scherpte over voor de zone waarin hij nog altijd uitzonderlijk is: de ruimte tussen middenveld en verdediging.

Het voorbeeld van Pacho toont bovendien dat zo’n constructie niet alleen de oudere speler helpt. De jonge Ecuadoriaan kon zich bij Antwerp ontwikkelen naast Alderweireld en keek bewust naar diens coaching en positionering. “Ik steel met mijn ogen. Hij is één brok ervaring”, vertelde Pacho destijds aan Het Nieuwsblad.
Die wisselwerking kan Van Bommel ook bij de Rode Duivels creëren. De jongeren nemen loopwerk en fysieke belasting over. In ruil krijgen ze naast zich iemand die wedstrijdsituaties sneller leest dan bijna iedere andere Belgische voetballer.
De Bruyne niet altijd meer basis?
Het gevoeligste onderdeel van het plan gaat over speelminuten. De Bruyne behandelen als Alderweireld betekent niet automatisch dat hij iedere wedstrijd moet starten. Integendeel: zijn positie, blessuregeschiedenis en speelstijl maken een aangepast programma bijna onvermijdelijk. Van Bommel krijgt daar snel een eerste test voor.
België opent met vier Nations League-wedstrijden tussen 25 september en 5 oktober: tweemaal tegen Frankrijk en duels met Italië en Turkije. Vier interlands in elf dagen zijn voor een 35-jarige met De Bruynes medische voorgeschiedenis geen gewone belasting. Het lijkt onwaarschijnlijk dat De Bruyne vier keer negentig minuten zal spelen.
Van Bommel kan hem één wedstrijd laten starten en een andere als invaller gebruiken. Hij kan De Bruyne na een uur naar de kant halen wanneer België controle heeft. Tegen bepaalde tegenstanders kan hij hem zelfs volledig sparen. Dat klinkt als een degradatie zolang De Bruyne nog als de onbetwiste leider wordt beschouwd. In werkelijkheid kan het net zijn status beschermen.

Een fitte De Bruyne die in de belangrijkste wedstrijden het verschil maakt, is waardevoller dan een overbelaste spelmaker die iedere interland begint omdat zijn naam dat eist. De aanpak mag wel geen persoonlijk privilege worden. Een bondscoach die voor één vedette aparte regels maakt, creëert onvermijdelijk spanning.
Van Bommel zal daarom vooraf glashelder moeten uitleggen waarom De Bruyne soms start, soms invalt en soms niet speelt. Niet om hem te sparen van concurrentie, maar om zijn beslissende momenten te bewaren.
Minder afhankelijk worden van De Bruyne
Daar ligt de moeilijkste evenwichtsoefening. België moet van de ervaring van De Bruyne blijven profiteren, maar mag niet opnieuw volledig afhankelijk worden van zijn aanwezigheid. De ploeg moet ook zonder hem leren opbouwen, kansen creëren en moeilijke wedstrijden controleren.
Van Bommel slaagde bij Antwerp juist omdat de ervaren spelers de jongeren niet blokkeerden. Alderweireld maakte Pacho beter. Vermeeren kreeg verantwoordelijkheid in plaats van alleen bescherming. Toen de beslissende momenten kwamen, stond de oude leider er wel: Alderweireld maakte in Genk diep in de toegevoegde tijd het doelpunt dat Antwerp de titel bezorgde.

Van Bommel hoeft De Bruyne dus niet af te bouwen. Hij moet hem vooral tegen overbelasting — en misschien ook een beetje tegen zichzelf — beschermen. De Bruyne heeft altijd de reflex gehad om de bal te komen halen wanneer zijn ploeg vastzit.
Olivier Plancke