Bij Club Brugge volstaat één moment om een heel seizoen te veranderen. Een speler die maandenlang op weg leek naar de definitieve doorbraak, ziet zijn perspectief volledig verdwijnen. De hiërarchie is duidelijk, de speelkansen schaars, en één fout blijft als een stempel kleven op zijn seizoen. Wat begon als een veelbelovende terugkeer, lijkt in mineur te eindigen.
LEES OOK: Hubert wijst naar clash met Club: Union systematisch benadeeld?
Hoe de droomstart snel omsloegCisse Sandra begon dit seizoen bij Club Brugge als de teruggekeerde huurling die eindelijk zijn kans zou krijgen. Enkele maanden later ziet alles er opnieuw anders uit. Zelfs nu de kalender minder gevuld is, de ziekenboeg bijna leeg en Ivan Leko minder moet roteren, is de conclusie voor Sandra hard: speelminuten zijn er amper voor hem. Begin maart vatte Het Laatste Nieuws het scherp samen. In een lijstje van zeven spelers voor wie de lente er somber uitziet, stond Sandra duidelijk vermeld. Volgens de krant zou hij in principe geen echte rol meer spelen in de slotfase van het seizoen, tenzij er onvoorziene omstandigheden opduiken. Sandra telt dit seizoen 4 basisplaatsen en 5 invalbeurten in de competitie, en 10 minuten in de Champions’ Play-offs.

Wanneer de hiërarchie onverbiddelijk werd
In het najaar en de winter zorgden het drukke schema en de afwezigheid van Raphael Onyedika nog voor openingen op het middenveld. Wanneer Club om de drie dagen speelde en de belasting zijn tol speelde, werden spelers als Sandra, Audoor, Vetlesen en zelfs Reis opnieuw opties. Maar zodra de kalender lichter werd en de kern fitter, werd de hiërarchie weer duidelijker. Leko had minder wissels nodig, minder experimenten, en dus ook minder redenen om terug te grijpen naar spelers die hij als tweede keuze ziet, zoals Sandra.
Nochtans begon het seizoen voor Sandra met een positief perspectief. Na uitleenbeurten aan Excelsior en Willem II keerde hij in de zomer van 2025 terug met de bedoeling zich eindelijk in de A-kern te vestigen. Het Nieuwsblad schreef dat hij meteen opviel tijdens de eerste training van het seizoen. Hij was fysiek sterker en gespierder teruggekeerd uit Nederland. “Aan de bal was hij altijd al goed, nu koppelt hij daar ook duelkracht aan”, klonk het bij de krant. Binnen de club leefde toen duidelijk het idee dat hij dit keer wél zijn kans zou krijgen.
Ook in de voorbereiding en vlak na de Supercup waren de signalen positief. Krant van West-Vlaanderen schreef dat Sandra was teruggekeerd met het vaste voornemen te bewijzen dat hij zijn plaats waard is bij Club. Na de Supercup tegen Union werd benadrukt dat hij de bal durfde vragen, goede loopacties maakte en dat Club duidelijk in hem geloofde. Club zag in hem nog steeds een eigen jeugdproduct met techniek, dat na twee uitleenbeurten klaar moest zijn om minuten te maken voor het eerste elftal van Club.
De ene fout die alles veranderde
Zijn eerste echte kans kwam er toen Onyedika in het najaar uitviel. Hij startte onder meer tegen Standard, maar viel vooral op tegen Atalanta in de Champions League. Tegen de Italianen kreeg hij opnieuw een basisplaats, opvallend voor iemand met weinig minuten op de teller. Maar de avond draaide slecht uit. Het Nieuwsblad noemde hem een van de gebeten honden door zijn foutieve terugspeelbal die de ommekeer inluidde. Dat moment bleef als een schaduw over zijn seizoen hangen.
Toch waren de analyses niet alleen negatief. Toenmalig coach Nicky Hayen verdedigde hem publiekelijk. “Fouten maken hoort bij voetbal. Ik zal jonge gasten nooit afbreken”, zei hij. Hein Vanhaezebrouck zei dat hij de keuze voor Sandra begreep om Onyedika te vervangen. Franky Van der Elst nuanceerde eveneens: Sandra had tot aan die fase een passingspercentage van 83 procent. “Alleen blijft die ene slechte pass hangen.” Dat typeert zijn seizoen: hij werd niet afgeschreven, maar die ene actie woog wel zwaar op de perceptie.

Daarnaast botste Sandra ook op de structurele realiteit binnen Club. In oktober was al duidelijk dat de kloof tussen de drie vaste middenvelders en hun vervangers groot bleef. Het Laatste Nieuws schreef dat jongens als Sandra en Audoor eigenlijk match na match zouden moeten spelen om beter te worden, maar dat die ruimte er bij een topclub niet is. Dat is wellicht het probleem: Sandra heeft ritme nodig om beter te worden en vertrouwen te krijgen, maar Club kan dat ritme niet geven. Daarom verdween hij opnieuw uit beeld zodra Onyedika terugkeerde. Onder Leko veranderde dat weinig. De Kroaat is een coach die liever voor ervaring kiest. Niet Sandra, maar Lemaréchal, Vetlesen, een herpositionering met Stankovic of zelfs Tzolis gebeurden. Zelfs tijdens uitzonderlijke omstandigheden werd Sandra gepasseerd.
Olivier Plancke