De sportieve hoogconjunctuur bij Club Brugge gaat al jaren hand in hand gepaard met een alsmaar beter gevulde spaarrekening. Ook op financieel vlak werpt het transferbeleid dus zijn vruchten af. Komende zomer zal de kassa bovendien andermaal stevig rinkelen in Westkapelle. Geen toeval, zo blijkt uit een analyse van Het Nieuwsblad.
Het cliché luidt dat er met jongeren geen prijzen te winnen vallen, en het Brugse succes dus vooral te danken valt aan de ervaren as. Hoewel die vaststelling uiteraard klopt, blijft het daardoor enigszins onder de radar dat Blauw-Zwart al een tijdje volop de kaart van de jeugd trekt. Zowel buitenlandse talenten als producten van eigen kweek krijgen kansen bij de vleet in Jan Breydel.
LEES OOK: Blikvangers PO's: nieuwe leiders én degradatie-beslissing?
Club als springplankEen argument dat Club ook gebruikt om goudhaantjes als Nicolo Tresoldi of Aleksandar Stankovic over de streep te trekken. Al tracht het hen vooral te overtuigen door te wijzen op illustere voorgangers zoals Igor Thiago of Ardon Jashari, voor wie Brugge het ideale platform bleek om zichzelf in de kijker te spelen. Club bouwt zo steeds meer een reputatie als perfecte springplank op.
Voor ruwe diamanten of Belgische talenten die eerst nog via Club NXT moeten passeren dienen pakweg Antonio Nusa, Abakar Sylla, Charles De Ketelaere en Maxim De Cuyper als rolmodel. Een voorbeeld dat Joel Ordonez allicht weldra zal volgen. Dat het tweede elftal actief is in de Challenger Pro League, én schittert in de Youth League, legt Club geen windeieren op. Integendeel.
Keerzijde van succes
Niet alleen maakt het de stap naar de A-ploeg kleiner voor Joaquin Seys en co, mede daardoor besloot onder andere Tian Nai Koren zijn kribbel te zetten in Brugge. De gegeerde tiener uit Slovenië moet straks de volgende exponent worden van de lokale goudmijn. De enige keerzijde van de medaille lijkt wel dat het alsmaar moeilijker blijkt om toppers niet meteen weer te verliezen.
Zo dreigt het na Jashari en Thiago ook voor Stankovic en Tresoldi bij amper één seizoen in Brugse loondienst te zullen blijven, terwijl Club vorige zomer hemel en aarde bewoog om Ordonez nog een jaartje langer aan boord te houden. Mocht het na dit seizoen effectief tot een leegloop komen, rekent Bart Verhaeghe evenwel gewoon op een herhaling van het beproefde succesrecept.
Arne Decraene