Club Brugge heeft het voorbije decennium een straffe ontwikkeling doorgemaakt. Het groeide uit tot de met voorsprong rijkste club van België en slaagt er ook alsmaar vaker in om door te dringen tot de knock-outfase van de Champions League. Eén van de pijlers van die successen is een doorgedreven transferbeleid.
Club slaagde er de voorbije jaren steevast in om spelers met woekerwinsten door te verkopen. Komende zomer zullen er wellicht weer de nodige smaakmakers vertrekken voor bedragen van acht cijfers, want spelers als Ordoñez, Stankovic en Tzolis lijken niet meer te houden.
LEES OOK: Commotie bij Club Brugge: Rigaux doet boekje open
Club respecteert zijn limietenIn een interview met La Vanguardia geeft sportief directeur Dévy Rigaux alvast een inzicht in het proces dat er alweer zit aan te komen. "We moeten bekijken welke spelers aan het einde van een cyclus aanbeland zijn", legt hij uit. "Na een grote uitgaande transfer moet er ook geïnvesteerd worden, maar wel met respect voor onze limieten."
Dezer dagen beperken ze zich bij Club tot transfersommen rond de 6 à 7 miljoen euro, met af en toe nog een uitschieter richting 9 à 10 miljoen. Transfers zoals die van Roman Yaremchuk, voor wie Club destijds 16 miljoen betaalde en die helemaal flopte, lijken we niet meer te moeten verwachten.
Transfers regelen in maart
"We willen geen precedent zetten waarvan je niet meer kan herstellen", aldus Rigaux. "De sleutel daarvoor is voorbereid zijn. We hebben wel financiële middelen, maar je moet geen spelers verkopen als de markt volop in beweging is."
Rigaux geeft aan hoe Club dat vermijdt. "Wij doen onze transfers in maart en april. Wanneer we spelers verkopen, scouten we zorgvuldig om onze kern opnieuw op te bouwen. We hebben Ordoñez destijds weggeplukt voor de neus van Newcastle, Villarreal en Sporting. Spelers zien dat een transfer naar Club een mooie opstap kan betekenen."
Jannick Lanckriet