Bij Anderlecht duikt opnieuw een pijnlijk probleem op: een topper die zijn eigen verhaal tegenwerkt. Na een sterke opstekers en daarna weer veel twijfels groeit de onrust in het Lotto Park. En net nu staat er ook naast het veld veel op het spel.
LEES OOK: TRANSFERUURTJE: 'Twijfels rond Schreuder, exit Verschaeren'
Anderlecht & Verschaeren: één flits, dan weer barstenVorige zondag speelde Anderlecht 0-0 gelijk tegen RAAL La Louvière. Geen goals, wel een verhaal dat opnieuw boven komt drijven bij RSC Anderlecht. Yari Verschaeren startte opnieuw, begon erg energiek en gaf in het openingskwartier mee richting aan een ploeg die de match vroeg probeerde vast te grijpen. Daarna zakte zijn rendement weg richting de rust, tegelijk met de zwakste periode van Sporting.
Die basisplaats tegen La Louvière kwam er bovendien in de nasleep van een opvallende opsteker in de halve finale van de beker. Anderlecht walste op de Bosuil over Royal Antwerp FC met 0-4 en zette het een statement neer na een moeilijke periode. Het Nieuwsblad gaf Verschaeren een 8 en schreef: “Zijn hoeveelste opflakkering zou dit zijn? Verschaeren liet opnieuw zien hoe goed hij kan zijn.”

Dit vat zowel het talent als de frustratie samen: iedereen ziet nog altijd wat er kán, maar niemand durft nog met zekerheid zeggen dat het er ook structureel uit komt. Het is precies die schommeling die hem de voorbije weken parten speelt. Verschaeren is niet plots terug in de zin van een definitieve heropstanding, maar hij is evenmin weggezakt tot een randfiguur zonder impact. De vragen over zijn plaats in het elftal én zijn toekomst bij Anderlecht zijn nooit weggeweest.
Verschaeren is nog altijd een naam met gewicht in het Lotto Park, maar zijn status is de voorbije seizoenen verschoven: van vanzelfsprekende nummer tien naar een speler die opnieuw moet bewijzen dat hij een ploeg kan dragen. In de beoordeling van Gazet van Antwerpen klonk het midden januari nog scherp dat hij niet meer het profiel heeft om het middenveld te dragen. Le Soir omschreef hem eerder als een nummer tien die “al zes jaar in cirkels draait”
Marktwaarde zakt, contract tikt: elke match is examen
Los van het sportieve is er het zakelijke kader dat elk weekend mee op de achtergrond speelt. Verschaeren ligt nog onder contract tot 30 juni 2026 en zijn marktwaarde staat momenteel op 3 miljoen euro bij Transfermarkt. De kloof met eind 2019—toen die waarde piekte rond 16 miljoen—blijft het cijfermatige symbool van een carrière die helemaal anders had kunnen lopen.
Die evolutie is ook ex-trainer Brian Riemer niet ontgaan. In een interview begin februari zei hij bij Het Laatste Nieuws: “Het doet me pijn dat hij zich niet ontwikkelt op een manier die hem in staat stelt een stap hogerop te zetten.” Riemer benadrukte tegelijk dat hij nog altijd gelooft in Verschaerens kwaliteiten—dat hij dingen kan die anderen niet kunnen—maar de toon was herkenbaar: bewondering voor het pure talent, ongeduld over het uitblijven van de volgende stap.

Dat spanningsveld verklaart ook waarom één sterke wedstrijd meteen weer discussie losmaakt. Want het gaat bij Verschaeren al lang niet meer over één match, maar over een patroon. Antwerp was een bevestiging dat het wapen nog bestaat. La Louvière was dan weer de reminder dat het wapen niet elke week afgaat.
Loon inleveren of vertrekken: de volgende stap wordt pijnlijk
In september 2023 verlengde hij nog bij Anderlecht tot 2026. Op het clubkanaal klonk hij toen duidelijk: “Anderlecht is gewoon dé club voor mij.” Die verlenging kwam er in een periode waarin hij opnieuw moest vechten tegen fysieke tegenslag. De jaren nadien bleef blessureleed terugkomen als context, en tegelijk veranderde de club rondom hem: andere sportieve keuzes, andere budgettaire realiteit, andere normen.
In die context is de discussie over een contract onvermijdelijk. Begin januari ging Verschaeren niet in op een voorstel met lagere voorwaarden en dat de club—als ze nog iets wilde verdienen—eigenlijk moest verkopen. Verschaeren kan verlengen bij Anderlecht, maar dan met serieuze toegevingen, en dat is precies het probleem.

Trabzonspor duikt al langer op als piste, al klinkt tegelijk dat de speler zelf niet staat te springen voor dat scenario. En hoe langer het wachten duurt, hoe kleiner de onderhandelingsmacht van Anderlecht wordt: ofwel komt er een akkoord over een verlengd contract binnen de nieuwe loonbdudgetten, ofwel dreigt het scenario waarin een jeugdproduct straks gratis vertrekt.
Dat nieuwe loonbudget is geen detail. Begin februari schetste Het Laatste Nieuws nog eens het uitgangspunt op Neerpede: eerst verkopen, dan pas investeren. Die aanpak zet druk op alle dossiers met grote lonen en beperkte sportieve return. In dezelfde context werd ook benadrukt dat grootverdieners moeten inleveren: de lonen boven 1,5 miljoen euro per jaar passen volgens de club niet meer in het huidige kader. En het zet ook druk op Verschaeren: blijven kan, maar dan moet zijn rol (minuten, impact, status) opnieuw matchen met zijn voorwaarden.
Anderlecht wil hem niet kwijt: kind van het huis
Toch was de boodschap in het najaar nog duidelijk: Anderlecht wilde ten minste praten. In november schreef Het Nieuwsblad dat de club rond de tafel zat met Verschaeren (en ook Hazard) en citeerde Olivier Renard met: “We gaan iemand als Yari niet zomaar laten vallen.” Verschaeren is een kind van het huis, maar de club wil niet opnieuw in een hoek geduwd worden waarin ze een speler met waarde—sportief of symbolisch—zomaar ziet vertrekken.
Olivier Plancke