Tegen alle verwachtingen in kroonde Club Brugge zich alsnog tot landskampioen. De eerste titel voor Bob Madou in de functie van CEO. De opvolger van Vincent Mannaert schoof dan ook graag aan bij MIDMID om na te kaarten over het afgelopen seizoen.
Daarbij kwam uiteraard echter ook de toekomst aan bod. Hoewel hij aangaf liever geen transferdossiers te willen bespreken, vooral omdat de onderwerpen anders oneindig zouden zijn, liet Madou toch al eens zijn licht schijnen op de aanstaande zomermercato. Op uitgaand gebied valt het volgens hem alvast lastig te voorspellen wie mogelijk vertrekt.
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Romero naar Club BruggeOp inkomend vlak is het dan weer niet de bedoeling om nog enorme transfersommen te spenderen. Alleen voor een nieuwe spits om Igor Thiago op te volgen zal Club mogelijk nog eens iets dieper in de buidel tasten. Eerder geraakte reeds bekend dat Blauw-Zwart na een aantal peperdure flops voortaan opnieuw in een goedkopere vijver wou vissen.
Zo legde het een zestal miljoen op tafel voor Ardon Jashari, en is voor datzelfde bedrag ook Zaid Romero op komst. In tegenstelling tot de middenvelder werd zijn transfer wel nog altijd niet officieel aangekondigd. Als we Madou mogen geloven is het evenwel nog slechts een kwestie van tijd vooraleer de 24-jarige Argentijn neerstrijkt in Jan Breydel.
Madou onthult strategie
"Er is één transfer afgerond, een tweede is denk ik heel dichtbij. Romero, ja. Hij moet nog komen in juni", bevestigt de CEO, volgens wie het voordelig is om nieuwkomers al te rekruteren nog voor de transfermarkt haar deuren officieel opent. Naar verluidt moet de linksbenige verdediger louter nog slagen voor zijn medische testen in Westkapelle.
Zelf heeft Romero daar alleszins het volste vertrouwen in, want zelf windt hij geen doekjes meer om zijn aanstaande overstap. "Het is allemaal snel gegaan. Zelf ben ik nog niet in Brugge geweest, maar ik heb de stad wel al wat bestudeerd op het internet. Ik zal een jas moeten meenemen", vertelde Romero deze week aan de plaatselijke media.
Arne Decraene