Ronny Deila staat momenteel nog buiten discussie bij Club Brugge, en er is hoop dat de Noorse coach de club nog positieve resultaten kan opbrengen. Dat Deila voorlopig buiten schot staat, kan deels toegeschreven worden aan de verminderde "bemoeizucht" van het bestuur, alsook de nakende verkoop van de club.
LEES OOK: Gedurfde voorspelling: "Zíj́ gaan Club kampioen maken"
Overname van Club Brugge en gespreid sportief beleidVolgens Het Laatste Nieuws kan Ronny Deila momenteel onafhankelijk werken bij Club Brugge, mede dankzij de nakende verkoop van de club, samen met een veel meer gespreid sportief beleid. Niettemin suggereert de krant dat Deila misschien wel méér zou moeten luisteren “naar sommigen” binnen de club.
“Michel Preud'homme en Philippe Clement zijn er niet slechter van geworden”, aldus HLN. De krant schrijft dat Deila zich graag wil voorstellen als een coach die zijn eigen weg gaat, maar waarschuwt hem dat “die weg verrassend genoeg vaak dood loopt.”
Mannaert en Verhaeghe bemoei(d)en zich graag met de coaches
Wie ook een aardig woordje kan meespreken over de ‘bemoeienissen’ van hogerhand is Alfred Schreuder. Tijdens zijn periode bij de club zouden niet alle leden van het bestuur overtuigd zijn geweest van zijn capaciteiten als coach.
En die situatie leidde tot een meer zakelijke relatie tussen Schreuder en het bestuur. Toen was het een publiek geheim dat Vincent Mannaert en voorzitter Bart Verhaeghe zich graag met het werk van de trainer bemoeien - wat vandaag dus minder is.
Deila krijgt vrij spel
Volgens Paul Okon, ex-assistent trainer bij Club Brugge, was het Schreuder zelf die uiteindelijk op die bemoeienissen is afgeknapt, waarna de coach zijn aflopend contract niet wenste te verlengen bij de club, zo stelde de Australiër destijds in een interview met HUMO.
In het geval van Ronny Deila lijken dergelijke inmengingen niet zo ver te gaan, wat als een voordeel voor hem kan zijn om meer vrijheid te hebben in zijn benadering van de ploeg. Al lijkt die ‘vrijheid’ en zijn werkwijze nu ook niet bepaald succesvol te zijn …
Olivier Plancke