Hazard schreeuwt van de daken dat hij de beste ter wereld wil worden. Hij wordt al eens in één adem met Messi en Ronaldo genoemd. Dat is een beetje zoals de betere frituur in het dorp vergelijken met een driesterrenrestaurant, alleen maar omdat de uitbaatster de frietjes sierlijk omhoog gooit, je er de sausjes in kleine, ronde potjes bij krijgt en er vaasjes met tulpen op tafel staan. Hazard wordt nóóit een Ronaldo of Messi. Daarvoor ontbeert hij de eigenschap van die echte toppers: honger, killerinstinct, de wil om altijd de beste te zijn.
Hij was vorig seizoen speler van het jaar in de Premier League, maar bij de Rode Duivels wil het na zestig (60!) matchen nog altijd niet lukken. Tien goals heeft hij in al die interlands gescoord, waarvan de helft penalty’s. Eén veldgoal in tien, het zijn beroerde statistieken voor een knaap die zich het achtste wereldwonder op noppen waant. Hazard en de nationale ploeg, het valt te vrezen dat het nooit wat wordt. Daarom, beste Marc Wilmots, zet hem eruit tot hij zin heeft zijn truitje echt nat te maken. Zoals Kevin De Bruyne, van wie hij haast elke interland een les in efficiëntie krijgt. Mertens, Chadli, Januzaj, Ferreira-Carrasco kunnen ook een aardig potje voetballen. Voor mijn part zetten we zelfs een goeie Dennis Praet op links. Krijgen we misschien eindelijk wat meer beweging.
Hazard is bij de Rode Duivels een speler in spaarstand. Hij sjokt over het veld alsof hij voortdurend loopt te denken: ‘Ik ga hier geen verrekking opdoen’. Misschien moet iemand hem het concept sprinten eens uitleggen. Ik heb het hem in 180 minuten voetbal één keer zien doen: bij zijn goal in Cyprus. Toen het echt moest. Daarnaast maakt Hazard zich liever niet te moe. In de eerste helft tegen Bosnië was er een fase waarin De Bruyne vanop rechts voorzette. Elke linksbuiten weet dat hij in die fase aan de tweede paal moet zijn. Hazard stond nog langs de zijlijn te wandelen. Bij elke tegenaanval zag je Naingolan haast dubbel zo snel het veld oversteken als de joggende Hazard. Wie zulke inspanningen niet wil doen, hoort niet in het team.
Ook aan verdedigen heeft Hazard nog altijd een broertje dood. Dat werd treffend geïllustreerd bij de goal van de Bosniërs. Eden lummelde voor de schijn wat in de buurt van de Bosnische rechtsback (ik durf wedden dat zijn naam op –ic eindigde), die al kilometers ongestoord mocht oprukken. Toen hij ons strafschopgebied naderde, hield Hazard het voor bekeken: ‘Vanaf hier is het voor de anderen’. Vertonghen, die bij de rechtsbuiten stond, (ook een –ic, geloof ik) kon niet meer verhinderen dat de bal perfect op de knikker van Dzeko werd geschilderd, die de 0-1 binnenkopte.
“Hazard brandt en flitst alleen mét balâ€, schetste Jan Mulder het treffend. Precies dat maakt hem twee klassen minder dan de Ronaldo’s van deze wereld. Maar veel gevaar voor brandwonden was er tegen Cyprus en Bosnië ook niet wanneer hij wel de bal had. De actie waar Hazard patent op heeft bij de Rode Duivels is inspiratieloos terugdrijven in de richting van Thibaut Courtois. Is er iets wat we niet weten? Is er bij de nationale ploeg een interne strijd gaande tussen Hazard en Witsel om de titel ‘Chef Spelvertraging’?
Maar misschien moeten we niet té negatief te doen. Is het tenslotte geen eigenschap van grote ploegen dat ze ook een resultaat halen als ze slecht spelen? Is het niet typisch voor klasbakken dat ze, zelfs wanneer ze 180 minuten lang iedereen op de zenuwen werken, toch die ene belangrijke goal scoren? En zouden de Nederlanders er niet heel veel broodjes bakpao voor over hebben om in onze situatie te zitten? Volgende zomer kunnen Miep en Kees lekker gezellig samen met ons voor de Belgen supporteren. En zich ergeren aan het gelummel van een toptalent.
Raf LiekensLEES OOK: Wilmots doet transferplannen Standard uit de doeken
Michael Tanret