In het boek 'Vincent Kompany. Van ket tot kapitein', kijkt Kompany terug op een moeilijke periode. "Dat was tussen mijn twaalfde en vijftiende. Ik wil niet prententieus doen, maar ik was een kind dat zowat in alles goed was", zegt de Rode Duivel. Dat meldt
Het Nieuwsblad.
"Ik scoorde op school, was goed in voetbal en had veel vrienden. Maar toch benutte ik die capaciteiten niet. Mijn vader was zijn werk als ingenieur kwijtgeraakt, ik ben van school gegooid, heb een jaar moeten dubbelen en ben opgestapt in de nationale jeugdselectie."
"Ik had problemen met leraars en trainers. Ons leven viel pas weer een beetje in zijn plooi toen ik mijn allereerste salaris kreeg. Precies op tijd, anders hadden we het misschien niet gered. Met die 300 of 400 euro per maand werd het leven een stuk beter."
LEES OOK:
Grote zorgen voor Coucke: ondernemer opnieuw slachtoffer