Herman Brusselmans doet weer waar hij al decennia het beste in is: stoken, schoppen en tegelijk literatuur maken van zijn eigen imago. Afgelopen weekend liet de schrijver in een interview met HLN verstaan dat hij zich “uitgerangeerd” voelt op de Vlaamse televisie. Maar wie dacht dat Brusselmans zich stilletjes in een hoekje zou terugtrekken, kent de man slecht.
LEES OOK: Herman Brusselmans krijgt enorm zware klap te verwerken
De eeuwige rebel van de Vlaamse literatuurDat Herman Brusselmans zich miskend voelt door de televisie, hoeft niemand te verbazen. Jarenlang was hij een graag geziene, of gevreesde, gast in talkshows en panelprogramma’s, waar zijn droge humor en onvoorspelbare uithalen garant stonden voor spektakel.
Volgens de schrijver zelf lijkt die tijd voorbij. De Vlaamse tv zou tegenwoordig liever kiezen voor veiligere stemmen en voorspelbare gezichten, zo klonk het afgelopen weekend bij HLN.
Maar Brusselmans zou Brusselmans niet zijn als hij die frustratie niet meteen zou omzetten in een literaire tirade. In zijn nieuwste column richt hij zijn pijlen op collega-schrijvers en critici, die volgens hem vaak veel serieuzer worden genomen dan hij, onterecht, zo vindt hij zelf.
Een column vol venijn en bravoure
De schrijver spaart niemand en al zeker zichzelf niet. In de column bij Humo schrijft hij: “Je mag zeggen over mij wat je wilt, dat ik een idioot ben, een halvezool, een mafketel, een onnozelaar, een matige denker of een aap met een hoed op, maar het blijft een feit dat ik de beste schrijver van ons land ben en blijf.”
Daar stopt het niet. Brusselmans gaat nog een stap verder en beschrijft zijn vermeende concurrentie als “een stelletje absolute sukkels”, compleet met sneers over hun uiterlijk, hun designerbrillen en zelfs hun zenuwachtige handen. Het is typisch Brusselmans: provocerend, grof en tegelijk zo over the top dat het bijna satire wordt.
Maarten Coenen