Club Brugge stoot door naar de achtste finales van de Croky Cup, maar daarmee is meteen ook alles gezegd na de zuinige 1-0 zege tegen Lokeren. In de burelen van Westkapelle zal vooral worden nagekaart over de manier waarop één speler door de mand viel.
Ivan Leko schudde voor de gelegenheid zijn elftal enigszins door elkaar, met onder meer Tian Nai Koren en Romeo Vermant die hun kans kregen. Terwijl zij het nog meer dan behoorlijk deden, en louter nalieten om de score verder op te drijven, kan hun coach veel minder tevreden zijn over de prestatie van Lee Hanbeom centraal achterin.
LEES OOK: Rode Duivel volledig afgemaakt in Italië na Club-stunt
Lee valt door de mandTot tweemaal toe bood de 24-jarige Zuid-Koreaan de tweedeklasser een open doelkans op een presenteerblaadje aan. Gelukkig voor hem redde Argus Vanden Driessche telkens zijn vel, maar dat Lee geen punten heeft gescoord bij Leko lijkt een understatement. Ook de afgelopen weken ging het na zijn uitstekende start reeds in dalende lijn.
Voor de interlandbreak leek de zomeraanwinst, na Jan Virgili en Freddie Potts de duurste nieuwkomer in Jan Breydel, zich wel nog te herpakken tegen Genk. Vier optredens voor zijn nationale elftal en een fikse jetlag later lijkt het echter terug naar af. En dat terwijl zijn voornaamste concurrent Jorne Spileers zijn kans met beide handen greep.
Leko verkiest Spileers
Het 21-jarige product van eigen kweek, die ook tegen Inter al bedankte voor het vertrouwen, veegde uitgerekend na een foutje van Lee bijvoorbeeld een bal van de lijn. Bovendien gaf Leko in Milaan aan dat hij gecharmeerd is door het profiel van Spileers, voor wie hij de tijd stilaan rijp acht om een nieuwe stap in zijn ontwikkeling te zetten.
Niet voor niks moest de verdediger aan boord blijven. Allicht vormt hij ook woensdag tegen Lens een tandem met Brandon Mechele, al nam Leko het wel op voor Lee. "Iedereen was enthousiast in het begin, maar dan is alles nog nieuw. Nu gaat hij door een mindere periode. Hij moet zich nog altijd wat aanpassen, maar dat komt wel in orde."
Arne Decraene