RSC Anderlecht opent aanstaande donderdag zijn seizoen in Zweden, waar het in de tweede voorronde van de Europa League meteen vol aan de bak moet tegen Hammarby IF. Een week later krijgt het de Zweden zelf over de vloer. Al is het momenteel nog maar de vraag in welke omstandigheden die match zal kunnen doorgaan.
De afgelopen jaren was er al geregeld heel wat te doen om de staat van de grasmat in het Lotto Park, waar daarom kosten noch moeite gespaard werden om het veld volledig te renoveren. Helaas dreigen de recente weersomstandigheden echter roet in het eten te goeien. In die mate zelfs dat het terrein onbespeelbaar kan blijken.
LEES OOK: Anderlecht vloekt luidop: extra hinderpaal tegen Hammarby
Race tegen de klokOm die reden overwoog Paars-Wit even zelfs om uit te wijken naar het Koning Boudewijnstadion. Al is die piste volgens Het Laatste Nieuws ondertussen wel alweer definitief van de baan. Dat het gras onvoldoende kon groeien, en de werken bijgevolg de nodige vertraging opliepen, baart de Brusselaars niettemin nog steeds zorgen.
Met de meer gematigde temperaturen in het vooruitzicht, hoopt de recordkampioen volgens de krant wel dat het alsnog tijdig goed komt. "De grasmat zal niet perfect zijn, maar wel bespeelbaar", ving HLN achter de schermen op. Eenzelfde geluid valt tevens bij La Dernière Heure te rapen, al wordt het toch een race tegen de klok.
Zorgen voor RSCA
"Het veld verkeert momenteel in zeer slechte staat, wat vragen oproept nu Anderlecht zich voorbereidt op de wedstrijd tegen de Zweden op 30 juli", klinkt het. En dat terwijl het net 1,3 miljoen euro besteedt om de situatie danig te verbeteren ten opzichte van de afgelopen jaren, toen het terrein geregeld voor verhitte discussies zorgde.
Zo zou de maar al te vaak volle ziekenboeg in Neerpede deels te wijten vallen aan de grasmat. Intern heeft Anderlecht dus wel nog steeds vertrouwen in een goede afloop, terwijl ook het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoert zich volgens Le Soir weinig zorgen maakt. "Het veld zal geschikt zijn, benadrukt de club", luidt het daar nog.
Arne Decraene