Club Brugge leek eindelijk uitzicht te krijgen op zijn nieuwe stadion, maar ook nu kan het weer mislopen. Achter de pleidooien en de hoop op witte rook schuilt vooral de vrees dat één juridisch pijnpunt opnieuw volstaat om het hele dossier te doen kantelen. In Brugge weten ze intussen hoe snel stadiondromen weer in stadiondrama kunnen veranderen.
LEES OOK: 'Club kent prijskaartje voor gedroomde opvolger Mignolet'
Net nu kan het weer fout lopenClub Brugge lijkt dichter dan ooit bij een nieuw stadion te staan, maar net daarin schuilt het gevaar. De pleidooien zijn achter de rug, het verdict volgt later, en in Brugge leeft vooral de vrees dat één detail opnieuw volstaat om het hele dossier onderuit te halen. Deze week behandelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen het vernietigingsberoep tegen de omgevingsvergunning voor het nieuwe stadion op de Olympiasite. Dat is een belangrijk moment, maar nog geen eindarrest: het gaat om pleidooien, een uitspraak wordt pas later verwacht.
Dat is precies waarom de zenuwachtigheid in Brugge nog altijd groot is. In januari leek het dossier even richting witte rook te schuiven, toen de Raad van State het beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing over de wegenis verwierp. Alleen: bijna tegelijk vernietigde diezelfde Raad van State ook de wijziging van de Brugse bouwverordening. Met andere woorden: Club kreeg toen géén vrijgeleide, maar een gemengd signaal. Eén hindernis verdween, een andere bleef op tafel liggen.
Eén juridisch detail kan alles doen kantelen
De inzet van vandaag is dus veel groter dan de klassieke vraag of Brugge eindelijk een nieuw stadion krijgt. De echte vraag is of het nieuwe dossier juridisch sluitend genoeg is op de punten waarop het eerder al fout liep. De huidige omgevingsvergunning werd op 3 juni 2024 toegekend door de Vlaamse ministers Zuhal Demir en Jo Brouns, nadat Club op 9 november 2023 een nieuwe aanvraag had ingediend. Dat nieuwe dossier moest net de fouten van het vorige wegwerken.
Want de eerste vergunning sneuvelde op 2 februari 2023 omdat de Raad voor Vergunningsbetwistingen twee heel concrete juridische problemen zag. Enerzijds was er volgens de Raad een probleem met de Brugse parkeerverordening. Anderzijds vond de Raad dat de bezwaren van de omwonenden over de doeltreffendheid van het mobiliteitsplan onvoldoende zorgvuldig waren beoordeeld. Toen het Vlaamse Gewest daartegen in cassatie ging, oordeelde de Raad van State in april 2024 dat die tweede vernietigingsgrond op zichzelf al volstond om de vergunning onderuit te halen.
Het mobiliteitsplan blijft een gevoelig punt in het dossier. In 2023 oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat de bezwaren van buurtbewoners over verkeer en parking niet voldoende waren weerlegd. Het ging onder meer over de vraag hoeveel supporters met de auto komen en met hoeveel personen ze gemiddeld in één wagen zitten. Net omdat die aannames de basis vormen van het mobiliteitsplan, kan zo’n detail juridisch zwaar doorwegen.
Daarom is dit dossier zo verraderlijk voor Club. Een stadionproject van die omvang wordt vaak bekeken als een gevecht van grote principes: economische noodzaak, stadsontwikkeling, leefbaarheid, maatschappelijk belang. Maar de rechtspraak van de voorbije jaren toont iets anders. Dit dossier kan er in grote lijnen stevig uitzien en toch crashen op de vraag of de overheid zorgvuldig genoeg antwoordde op een paar kernbezwaren over verkeer, parkeerdruk en aannames in het mobiliteitsmodel.
Het dossier oogt sterker, maar blijft kwetsbaar
Er hangt nog een tweede juridisch vraagteken boven het dossier. De Raad van State vernietigde begin 2026 namelijk een wijziging van de Brugse bouwverordening. Net die regels hebben ook te maken met verkeer en parking bij grote projecten. Daardoor blijft de vraag of de vergunning van Club op dat punt wel stevig genoeg staat. Club probeert die val intussen zelf te neutraliseren. Op de eigen projectsite stelde blauw-zwart eind januari dat de omgevingsvergunning voor het stadion en het daaraan gekoppelde mobiliteitsplan steunen op de oude Brugse bouwverordening.
Club benadrukte ook dat de minister in de vergunning een nieuwe motivering heeft opgenomen, die nog niet eerder door de Raad voor Vergunningsbetwistingen is beoordeeld. Dat is belangrijk, want daardoor moet nog blijken of die redenering juridisch standhoudt. Nochtans heeft Club zijn huiswerk zichtbaar proberen te maken. Bij de toekenning van de nieuwe vergunning in juni 2024 stelde de club zelf dat het nieuwe stadion “absoluut noodzakelijk” is en dat het “zeer sterk inzet op een allesomvattend mobiliteitsplan”.
Club voegde eraan toe dat het constructieve gesprekken met de buurt voert om bijkomende maatregelen met minder hinder uit te werken en te implementeren. Dat klinkt overtuigend, maar uiteindelijk moet vooral blijken of het dossier juridisch sterk genoeg is.
Voor Club wordt dit stilaan alles of niets
De druk wordt nog verhoogd door de toestand van Jan Breydel. Bart Verhaeghe noemde het stadion in Het Laatste Nieuws “kosten op een sterfhuis”, een formulering die perfect samenvat hoe Club zichzelf ziet in dit dossier: niet als een club die uit luxe een nieuw project wil doorduwen, maar als een topclub die in haar verdere groei wordt afgeremd door een verouderd stadion. Ook op de officiële projectsite klonk het al dat Jan Breydel ver over haar houdbaarheidsdatum heen is.
Net daarom blijft de spanning in Brugge groot. Voor Club gaat het al lang niet meer alleen om een nieuw stadion, maar om de vraag of het dossier deze keer wél overeind blijft. Na nieuwe studies, een nieuwe vergunning en extra motivering moet nu blijken of de juridische zwakke punten echt zijn weggewerkt. Dat maakt van deze fase geen overwinning, maar vooral een nieuwe test.
Olivier Plancke