Anderlecht staat voor een verscheurende keuze. Een speler wil graag blijven, maar voor paars-wit lijkt dat steeds minder realistisch. En net dat maakt dit dossier zo lastig.
LEES OOK: ‘Hazard-deal dreigt Anderlecht te verstikken’
Van miskoop naar groot dossier: Ilic verrast AnderlechtWat in het najaar nog het profiel had van een compleet mislukte deadline-day transfer, is bij Anderlecht in enkele weken tijd een volwaardig sportief dossier geworden. Mihajlo Ilic, de 22-jarige Serviër die op het einde van de zomermercato op huurbasis overkwam van Bologna, leek tijdens grote delen van het seizoen nauwelijks in beeld voor een basisplaats. Vandaag is dat helemaal anders. Sinds Jérémy Taravel definitief het roer overnam, vormt Ilic samen met Moussa Diarra het centrale verdedigingsduo en is Lucas Hey naar de bank verwezen. Maar net nu Ilic zich sportief op de voorgrond werkt, duiken de bekende vragen weer op: is hij wel goed genoeg op langere termijn, en vooral, kan Anderlecht zich permitteren om hem definitief over te nemen?
Dat die ommezwaai opvallend is, staat buiten kijf. In februari stond Ilic in de competitie pas op één basisplaats en op 167 speelminuten. De teneur in die periode was duidelijk: de huurling van Bologna had de verwachtingen helemaal niet ingelost, een beeld dat al maanden meesleepte. Toen Anderlecht hem binnenhaalde, werd hij voorgesteld als een fysiek sterke centrale verdediger van 1,92 meter, een speler die Bologna eerder voor 4,8 miljoen euro had aangetrokken maar die daar nog niet gedebuteerd had. Anderlecht huurde hem met een aankoopoptie van 6 miljoen euro en een doorverkooppercentage van 10 procent voor Bologna. Op papier was dat een investering in potentieel, in de praktijk werd het al snel een dossier vol twijfel.

In oktober al maakte Ilic tegen Dender, en nadien in de beker tegen Ninove, een onzekere indruk. Het Laatste Nieuws schreef na die bekermatch vernietigend dat de wedstrijd van Mihajlo Ilic bewees wat iedereen in het voetbal eigenlijk al weet: paniektransfers op deadline day renderen zelden. De krant noemde zijn eerste basisplaats zelfs een calvarietocht en stelde dat hij dramatisch positiespel etaleerde, traag in de omschakeling was en ondoortastend in de duels bleek. Ook enkele dagen eerder had Het Laatste Nieuws na Dender al opgemerkt dat de jonge Serviër een onzekere indruk maakte, een paar keer onoordeelkundig uit stapte en meermaals op snelheid werd afgetroefd.
Ilic was bovendien niet de enige jonge huurling achterin die onder vuur lag. Samen met Yasin Özcan belichaamde hij in de perceptie van velen een transferbeleid dat vooral op opportuniteiten en potentieel mikte, terwijl de ploeg snakte naar onmiddellijke zekerheid. In december en begin januari klonk die kritiek almaar luider. Het Nieuwsblad schreef dat de defensieve huurlingen de verwachtingen niet inlosten en dat men zich bij Ilic afvroeg of het wel zin had om hem na de winterstop nog te houden. La Dernière Heure ging op nog verder en stelde dat Mihajlo Ilic niet goed genoeg is en dat hij zelfs op training de staf niet had overtuigd. Begin januari meldde dezelfde krant dat als Olivier Renard een manier vond om zijn huurcontract zonder transfersom stop te zetten, hij dat zou doen. Diezelfde dag schreef ook Het Laatste Nieuws dat Besnik Hasi niet langer op Ilic en Özcan rekende.
Hasi was keihard: waarom Anderlecht bleef twijfelen
Die fase zegt veel over hoe precair zijn positie toen was. Anderlecht zocht naar stabiliteit na het vertrek van Jan Vertonghen uit het centrum van de defensie en had intussen ook Jan-Carlo Simic verloren. In die context verwachtte Hasi ervaring en leiderschap. Dat bleek nog duidelijker uit het interview dat hij deze maand gaf aan Het Laatste Nieuws. Daarin zei hij onomwonden: “Ik wou een ervaren centrale verdediger naast Hey. Chancel Mbemba was transfervrij. Ik heb lang met hem gepraat, hier in Dilbeek.” Hasi verwees ook naar andere pistes zoals Moussa Diarra, Duje Caleta-Car en Malang Sarr en vatte zijn frustratie samen met de woorden: “Persoonlijkheid en kwaliteit, daar had Anderlecht nood aan. Een leider, omdat onze verdediging jong was na het stoppen van Jan Vertonghen. En dan haal je uiteindelijk Ilic en Özcan? Twee jongens die nog opgeleid moesten worden. Ik was geen voorstander, nee.” Over Ilic zelf was hij in datzelfde interview al even scherp: “Hij speelt nu misschien zijn wedstrijden, maar maakt hij Anderlecht beter? Neen.”
Dat is een belangrijk spanningsveld in dit dossier. Want terwijl Hasi in maart nog fundamentele vragen stelde bij de meerwaarde van Ilic, is de realiteit onder Taravel wel degelijk veranderd. Dat begon voorzichtig in januari. Door de schorsing van Lucas Hey kreeg Ilic tegen AA Gent zijn kans. Het Nieuwsblad schetste vooraf dat hij nog bitter weinig krediet had, maar dat nood wet breekt. Na die match klonk het milder: de Servische huurling liep vaak goed in de weg en werkte de bal weg als dat moest, al trapte hij ook eens naast de bal. Hasi zei zelf: “Mihajlo Ilic heeft zijn wedstrijd gespeeld tegen Gent. Hij heeft bewezen dat we een extra optie hebben centraal achterin. Maar als er een goede opportuniteit komt, zullen we het niet laten.” Het was geen echt vertrouwen, wel een opening.

Toch bleef zijn status nog weken fragiel. Na de wedstrijd tegen Genk oordeelde De Standaard dat Ilic nog degelijk begonnen was, maar een makkelijke controle miste die tot de corner voor de 2-0 leidde. Het Nieuwsblad schreef op zijn beurt dat hij tot minuut 75 een degelijke match speelde, maar dat die fout een stevige smet op zijn prestatie was. Hein Vanhaezebrouck bleef ook later sceptisch. In maart zei hij in Het Nieuwsblad: “Puur defensief ben ik nog niet overtuigd. Zeker Ilic heeft moeite in duels.” Dat soort bemerkingen toont aan dat zijn opmars niet zonder kanttekeningen verloopt. Ilic heeft zich opgewerkt, maar niet alle twijfels zijn verdwenen.
En toch is de trend sinds eind februari onmiskenbaar positief. Taravel noemde de concurrentie in de defensie een luxeprobleem en zei in Het Nieuwsblad: “Een gast als Mihajlo Ilic heeft de voorbije weken goede matchen gespeeld nadat hij hier heel moeizaam begonnen is. Dat bekijk ik ook. Het was een duidelijke indicatie dat Ilic in de hiërarchie aan het stijgen was. Begin maart schreef Het Laatste Nieuws dat de Serviër vooruitgang geboekt had en zijn draai leek te hebben gevonden bij de recordkampioen.
Ilic wil blijven, maar exit lijkt toch onafwendbaar
De echte bevestiging kwam er onder Taravel in maart. La Dernière Heure beschreef dat de eerste indrukken misleidend waren gebleken en dat Taravel, zelf ex-centrale verdediger, hem een flinke dosis zelfvertrouwen had bijgebracht. Ilic verwoordde het zelf zo: “Als ik nu zelfverzekerder overkom, komt dat doordat ik speel”, zei hij aan de Waalse krant. “Ik heb alles gedaan wat nodig was op training, dus ik ben er klaar voor als er een kans komt.” Hij is zelfs de meest gebruikte veldspeler onder de interim-coach. Tegen Club Brugge veroverde geen enkele Anderlecht-speler meer ballen dan hij en onderschepte niemand meer.
Sportief past hij vandaag ook in een ander type defensie. Het duo Diarra-Ilic is voetballend beperkt, maar boezemet fysiek meer ontzag in..Dat lijkt precies het compromis waar Taravel momenteel voor kiest: minder opbouwende finesse, meer duelkracht en verbetenheid. De trainer heeft de ploeg compacter en strijdvaardiger gekregen, en in dat verhaal is Ilic van afgeschreven huurling tot bruikbare basisspeler geëvolueerd.

Daarmee zit Anderlecht vandaag in een klassiek spanningsveld tussen vorm en structuur. In vorm is Ilic duidelijk relevanter dan enkele maanden geleden. In structuur blijft zijn dossier moeilijk. Zowel La Dernière Heure als Het Nieuwsblad schrijven dat de speler graag in België en bij Anderlecht wil blijven, maar dat zijn aankoopoptie van 5,5 miljoen euro plus 10 procent op een latere doorverkoop wellicht te hoog ligt voor de financiële mogelijkheden van de club. Het Laatste Nieuws voegde daar nog aan toe dat Anderlecht voor Ilic diep in de buidel zou moeten tasten en dat een definitieve transfer daardoor veel minder realistisch oogt dan bijvoorbeeld het lichten van de optie op Moussa Diarra.
Olivier Plancke