Anderlecht kijkt al volop vooruit naar de zomermercato. In de JPL ligt één opvallend spitsendossier op tafel. De hamvraag wordt straks pijnlijk simpel: terughalen als eigen oplossing, of cashen nu de markt warm draait?
LEES OOK: Anderlecht leert zijn les: nieuwe aanpak dringt zich op
Goto ontploft bij STVV: Anderlecht ruikt een zomerknallerTerwijl RSC Anderlecht achter de schermen nog altijd bezig is om de sportieve staf verder te vormen, wordt al volop vooruitgekeken naar de zomermercato. Net daar ligt een opvallend dossier op tafel in de Jupiler Pro League: de door Anderlecht uitgeleende Japanse spits Keisuke Goto, die in enkele maanden tijd uitgroeide tot één van de meest besproken aanvallers van het land.
De timing is pijnlijk én veelzeggend. Anderlecht kampt dit seizoen met aanvallende problemen, heeft moeite om vlot de weg naar het doel te vinden en moest in de wintermercato zelfs nog extra investeren in een spits (Danylo Sikan). Tegelijk scoort Goto bij Sint-Truiden “met zijn ogen dicht”, zoals analist Hein Vanhaezebrouck het kernachtig omschreef.

“Die jongen maakt goals met zijn ogen toe… Als Goto een goed seizoen kent, zie ik hem terugkeren en wél speelkansen krijgen bij Anderlecht,” klonk het in Het Nieuwsblad. Diezelfde conclusie is vandaag breder gedragen: Goto wordt niet langer bekeken als een talent dat nog moet rijpen, maar als een spits die — op basis van prestaties én profiel — meteen tot de beste in de competitie behoort.
Geen terugroepclausule: Goto móét wachten op de zomer
Het vertrekpunt is bekend: Goto werd door Anderlecht in de vorige zomer op huurbasis, zonder aankoopoptie, naar STVV gestuurd. Het idee was duidelijk: de Japanse spits moest speelminuten maken in een omgeving met minder druk, moest ervaring opdoen op het hoogste niveau en evolueren naar een volwaardige A-kernspeler voor Anderlecht. Volgens Het Laatste Nieuws begreep toenmalige Anderlecht-coach Besnik Hasi dat Goto “klaar was voor het eerste elftal”, maar kon hij hem niet de rol garanderen die de Japanner wilde. “Hij werd ongeduldig… Hij wilde absoluut minuten maken,” zei Hasi.
Bij STVV brak het scenario sneller open dan verwacht. De Kanaries huurden Goto in de wetenschap dat hij aanvankelijk vooral back-up zou zijn, maar de Japanner dwong al snel zijn basisplaats af en werd de diepste spits in het systeem van coach Wouter Vrancken. Het effect was onmiddellijk zichtbaar: Goto scoorde aan de lopende band en groeide uit tot aanvalsleider van een ploeg die verrassend hoog in de rangschikking meedraait. De cijfers maken de hype tastbaar. In de competitie tikte hij dit seizoen al de dubbele cijfers aan, met daarbij ook een opvallende efficiëntie: 22,2% van zijn doelpogingen zet hij om in een goal, een ratio waar maar weinig spitsen in 1A kunnen aan tippen.

Maar het verhaal rond Goto gaat niet alleen over rendement; het gaat over het soort spits dat hij blijkt te zijn. Wie hem ziet spelen, merkt meteen een atypisch evenwicht: Goto is 1m91, maar zijn spel leunt niet uitsluitend op luchtduels en is geen targetman. Hij is een keiharde werker. “Ik denk niet dat er veel spitsen zijn met evenveel werkkracht als Keisuke,” zei Vrancken. “Hoeveel defensief werk hij verricht, dat is uniek.” Nadat hij een kans mist tegen Standard, sprintte hij vervolgens het hele veld over om tien seconden later de bal te heroveren met een tackle.
Goto haalt gemiddeld 1,11 geslaagde tackles en 0,37 intercepties per match — uitzonderlijke cijfers voor een centrumspits — én hij scoort ook sterk bij de high intensity meters. Het label van een moderne spits valt dus niet toevallig. In Le Soir vatte ex-spits Oleg Iachtchouk het zo samen: “Hij zet de verdediging onder druk, hij scoort, hij rent overal heen, van de eerste tot de laatste seconde: Goto is een echte moderne spits.” Ook in het ‘klassieke’ spitsenwerk — positie kiezen, in de zestien scherp zijn — krijgt hij complimenten. Franky Van der Elst noemde hem in Het Nieuwsblad slim, iemand die perfect weet waar hij zelf staat en waar de verdedigers staan en die vooral dodelijk kan zijn als je hem in de zestien ruimte geeft.
Oplossing of jackpot? Anderlecht staat voor dé spitsenkeuze
Anderlecht zag zijn aanvallende productie dit seizoen lange tijd terugvallen en miste geregeld een spits die niet alleen doelpunten maakt, maar ook het collectieve werk in pressing en omschakeling kan dragen. Intussen is de situatie bovenaan de topschutterslijst wel verschoven: Thorgan Hazard is nu club- en competitietopschutter met 11 goals, terwijl Keisuke Goto als runner-up volgt met 10 treffers. Dat neemt niet weg dat Goto’s sterke seizoen bij STVV het debat in Brussel alleen maar heeft aangewakkerd. Zijn rendement en profiel maakten hem in de winter een logische piste voor een terugkeer, maar die piste botste meteen op een contractueel obstakel: de huurovereenkomst bevat geen terugroepclausule, waardoor Anderlecht hem niet eenzijdig uit Sint-Truiden kon weghalen.
Volgend seizoen keert Goto op papier terug naar Anderlecht, maar in een interview met La Dernière Heure zei hij dat een volgende stap in zijn ogen naar de Bundesliga is. Tegelijk hield hij de deur naar Anderlecht open: “In België blijven en voor Anderlecht spelen is natuurlijk ook een optie.” Dat dubbele perspectief maakt hem zo’n interessant dossier voor Anderlecht: sportief én financieel. Sportief, omdat zijn profiel — intensiteit, pressing, efficiëntie — precies is wat de club mist. Financieel, omdat zijn waarde stijgt in een tempo dat zelden voorkomt bij een huurling zonder aankoopoptie.

Volgens het Britse Sportsboom staat de interesse uit het buitenland al in de rij: clubs uit de Premier League en de Bundesliga zouden Goto volgen, met onder meer namen als Newcastle United F.C., Tottenham Hotspur F.C., Chelsea F.C. en Eintracht Frankfurt die genoemd worden. In dat scenario zou Anderlecht de jackpot al ruiken, klinkt het. Er wordt zelfs gesproken over een mogelijke transfersom tussen 15 en 20 miljoen euro. Maar ofwel haalt Anderlecht hem terug als de eigen oplossing voor het scoringsprobleem, ofwel probeert Anderlecht zijn waarde maximaal te exploiteren door hem als een topproduct te verkopen.
Of Anderlecht hem straks ook écht haalt als speerpunt voor het eigen project, zal afhangen van drie factoren: de sportieve nood (en de rol van de andere spitsen), de markt (hoe concreet en hoe hoog de biedingen worden), en de speler zelf, die zijn volgende stap nu al koppelt aan ambitie, speelminuten en het WK 2026. En dat maakt hem — voor Anderlecht — tegelijk een oplossing én een miljoenenkwestie.
Olivier Plancke