Filip Joos staat bekend als het vaste gezicht en de stem van de sportredactie, iemand die het spel fileert vanuit de veilige zetel van de studio. Net daarom is de stap die hij nu zet zo verrassend.
LEES OOK: Opvolger van Hasi: twee Anderlecht-opties afgeschoten
Stap in het (deels) onbekendeHet is een opvallende zet van Filip Joos. Het boegbeeld van de VRT sportredactie, doorgaans stevig verankerd in de studio van Sporza, trekt binnenkort het land in.
Niet voor een reportage of een klassiek debat, maar voor een live tournee met 90 minutes, de populaire podcast. De vertrouwde chesterfields gaan mee, net als de vaste panelleden, en plots wordt de populaire voetbalshow een avondje uit voor het publiek.
Van studio naar zaal
Het idee ontstond niet toevallig. “Er is iemand bij Sporza die het een goed idee vindt om ons buiten te laten”, kondigt Gilles De Coster aan in de nieuwste aflevering. En zo geschiedt. 90 minutes verlaat de studio en kiest voor rechtstreeks contact met de fans. De gesprekken die normaal onder elkaar blijven, krijgen nu een live dynamiek, mét reacties uit de zaal.
Voor de bezoekers valt er meer te beleven dan alleen voetbalpraat. “Als er mensen zijn die graag Wesley Sonck willen ontmoeten, die op de foto willen met Tuur Dierckx of die willen weten of Filip Joos AI gegenereerd is: dat kan.” De tour belooft een mix te worden van analyse, humor en zelfspot, precies wat het programma zo populair maakt.
Praktisch en ambitie
De data liggen vast. Op 9 maart staat het gezelschap in Antwerpen in Theater Elckerlyc, op 27 april volgt Hasselt in het Cultuurcentrum en op 11 mei is Gent aan de beurt in VIERNULVIER. Tickets zijn te vinden via Sporza of de Instagram-pagina van 90 Minutes. Het panel kijkt er duidelijk naar uit. “We hebben het ver geschopt”, lacht Joos. “Enfin, dat moet straks nog blijken.”
Eerdere ervaringen smaken alvast naar meer. “Die keer dat we dat in Mechelen gedaan hebben op Podcastpalooza, was wel echt heel tof.” En de ambities groeien. “We kunnen er toch nog eens 120 of 180 minutes van maken?” klinkt het.
Maarten Coenen