"We worden te vaak als een springplank beschouwd. Het moet hier meer gaan over prijzen pakken", vindt Dimitri de Condé. Helaas voor het Head of Football heeft KRC Genk twee van de drie afspraken in 'money time' al gemist. De uitschakeling in de beker en Europa heeft ongetwijfeld dan ook impact op zijn huiswerk tijdens de wintermercato. Daarbij dringen zich een aantal lastige dilemma's op.
Net zoals twee jaar geleden, toen die strategie weliswaar weinig succes opleverde, besloot De Condé afgelopen zomer om de kern die vorig seizoen op het nippertje naast de titel greep grotendeels intact te houden. Met uitzondering van Mike Trésor vertrok geen enkele sterkhouder uit de Cegeka Arena, waar de selectie met een mix van ervaring en talent in de diepte zelfs werd gestoffeerd voor een strijd op drie fronten. Jammer genoeg duurde dat liedje evenwel veel korter dan gehoopt.
Goed geldbeheer in Genk
Het wankele parcours in Europa had in de zomer al invloed op het transferbeleid. Zo vervoegden Joris Kayembe, Alieu Fadera en Christopher Bonsu Baah vroeg de rangen om erbij te zijn in de voorrondes van de Champions en Europa League. Transfers die sowieso welkom waren: Kayembe om links achterin voor een dubbele bezetting te zorgen, Fadera en Bonsu Baah om op de flanken te anticiperen op een eventuele exit van Trésor én Joseph Paintsil – die uiteindelijk gewoon aan boord bleef.
Een nieuwe spits en rechtsachter – vacatures die na het vertrek van Ally Samatta en Angelo Preciado nochtans eveneens moesten worden gevuld – werden daarentegen pas vlak voor de deadline gestrikt, toen er eindelijk uitsluitsel was over het Europese ticket. Vermits de Limburgers hun spaarpot eerder reeds hadden aangewend voor Bonsu Baah hadden ze zonder die bijkomende inkomsten wellicht eerst zélf nog eens moeten cashen vooraleer nog extra aanwinsten aan te kunnen werven.
Genk overleeft namelijk door middel van uitgaande transfers en Europees voetbal, het verdienmodel bij uitstek in België. Zeker voor een autonome vzw die geen gulle geldschieter heeft om bij te passen. Ondanks de opgebouwde reserves rolt het geld daarom niet over de banken in de Cegeka Arena, waar de sportieve doelstellingen vorige zomer dus al primeerden op het financiële aspect. Een luxe die Genk zich als gezonde club kon permitteren, al groeien de bomen ook niet tot in de hemel.
Vrancken vraagt versterking
Zo ligt er straks geen budget klaar om de kleedkamer van een kwaliteitsinjectie te voorzien. Nochtans loopt het ook in de competitie niet van een leien dakje. De vorm gaat wel in stijgende lijn: afwachten of de bevestiging volgt tegen Anderlecht en Antwerp. Mogelijk nu al cruciale matchen met het oog op de top zes, maar aan de plannen in januari zal het niks meer wijzigen. Voorin hoeft Wouter Vrancken ondanks het gebrek aan efficiëntie bijvoorbeeld geen vers bloed meer te verwachten.
"De repliek van bovenaf is duidelijk: zolang er niemand vertrekt komt er ook niemand bij", zuchtte hij recent. "En daar komt geen verandering in", bevestigt voorzitter Peter Croonen, die net zoals De Condé nog steeds het volste vertrouwen heeft in de selectie die afgelopen zomer werd samengesteld. Aan die voorwaarde mag Vrancken versterking alvast vergeten. "In januari gaan wij heel moeilijk doen. De bedoeling is om niemand te laten gaan", waarschuwde De Condé een tijdje geleden.

De sportieve baas geloofde toen wel nog dat Genk zou overwinteren in Europa, met de blamage tegen KV Oostende hield hij helemaal geen rekening. Plots oogt de kalender echter een pak leger. Enerzijds een voordeel, maar is het dan wel opportuun om over zulk een ruime kern en bijhorende loonmassa te beschikken? Vooraf verantwoordde De Condé die keuze door te wijzen op de ambities op meerdere fronten, maar zelfs hij moet toegeven dat het nu veel wordt wanneer iedereen fit is.
Sor vanonder het stof
De Condé merkte wel op dat blessures en schorsingen snel hun tol kunnen eisen. Op dat vlak huisvest de Cegeka Arena een aantal risicopatiënten. Denk maar aan het frêle gestel van pakweg Fadera, Tolu Arokodare, Aziz Ouattara en de onmisbare Byan Heynen, of de korte lontjes van onder andere Paintsil, Bonsu Baah en Matias Galarza. Fadera en Paintsil trekken binnenkort bovendien naar de Afrika Cup, net als Kayembe en Bilal El Khannouss. Hen is Vrancken dus al zeker een tijdje kwijt.
Nadien vallen er wekelijks zware knopen door te hakken. Tot dusver roteerde hij naar hartenlust, maar na nieuwjaar worden de minuten schaars en de plaatsen in zijn vaste 4-3-3 bijgevolg duur. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, vindt Vrancken dat concurrentie bevorderlijk werkt, maar de sfeer managen belooft dan een helse klus te worden. Indien hij op termijn een typeploeg wil kneden wordt het een onbegonnen taak om iedereen tevreden te stellen. Enkelen bijten nu al op hun tong.

En dus moet de kern misschien wel terug worden afgeslankt. De vraag is dan wie in aanmerking komt om te vertrekken. Door zijn brede selectie optimaal te benutten maakte Vrancken het er alleszins niet eenvoudiger op om het kaf van het koren te scheiden. Zo haalde hij de voorbije weken ineens Yira Sor, tot dan op de achtergrond verdwenen, weer vanonder het stof. De polyvalente aanvaller greep zijn kans en blijft wellicht dus buiten schot. Of tracht Genk zijn prestaties te verzilveren?
Belgen streepje voor
Andere logische kandidaten zijn Luca Oyen en Anouar Ait El Hadj, samen met Aziz en Zakaria El Ouahdi de veldspelers die tot hiertoe het minst in actie kwamen. Aan de kust toonde het viertal ook waarom. Die laatste werd evenwel al proactief vastgelegd met het oog op een toekomstig afscheid van Daniel Muñoz, zoals Genk nieuwkomers vaak tijd gunt om rustig te integreren. Al getuigt de roemloze aftocht van Rasmus Carstensen en Nicolas Castro tegenwoordig van net iets minder geduld.
Hoewel ook de andere zomeraankopen voorlopig een bijrol vertolken, en net zoals vorig seizoen geen van hen zelfs in de top 10 qua speelminuten prijkt, mogen zij vermoedelijk eveneens nog op hun beide oren slapen. In het geval van Ouattara komt vooral zijn polyvalentie erg handig van pas. Momenteel ligt hij in de lappenmand, maar de middenvelder annex verdediger staat omwille van die reden meestal op het wedstrijdblad ten koste van Carlos Cuesta, Mujaid Sadick of Mark McKenzie.

Dat heeft tevens te maken met de zogenaamde 'Belgenregel' die Antwerp aan de kaak stelt. Behalve zijn doelmannen heeft Vrancken slechts een handvol landgenoten voorhanden, en dus moet hij soms bepaalde keuzes maken om te voldoen aan het quotum van zes. Ondanks de weelde op hun posities hebben Ait El Hadj en Oyen hierom een streepje voor. Als oplossing voor de dunne spoeling centraal achterin rekent De Condé op Josue Kongolo en co. De jeugd krijgt bewust een kans.
Wissel van de wacht
De lat ligt vandaag hoog voor producten van eigen kweek om het tot het eerste elftal te schoppen, maar vanuit die visie trok het na de exit van Kristian Thorstvedt bijvoorbeeld de kaart van El Khannouss. "Hoe meer we zulke goudhaantjes opleiden, hoe minder druk op ons transferbeleid", beseft De Condé, daarom voorstander van meer bankzitters. Een overschot aan volwaardige A-kernspelers verhindert de doorstroming vanuit de academie en dus de intrinsieke waarde van de selectie.
Met een bank die nu al uitpuilt van het potentieel lijkt de tijd dan ook rijp om de fakkel door te geven, wat volgende zomer sowieso op het programma staat. Het vertrek van Mark McKenzie, Muñoz, Paintsil en vooral El Khannouss wordt dan quasi onvermijdelijk. Die eerste twee gaan dan trouwens hun laatste contractjaar in, net zoals Sadick, Patrick Hrosovsky en Gerardo Arteaga. De linksback geniet alvast de nodige belangstelling, al verlangen de Limburgers wel nog steeds boter bij de vis.

Daarnaast moet er, volgens de stijl van het huis, eerst een vervanger worden gekocht. Mede door de Afrika Cup is de selectie uitdunnen vlugger gezegd dan gedaan. Ze verversen lijkt dus een beter idee. Om de bovenstaande redenen is het echter niet evident om de voor de hand liggende opties zomaar aan de kant te schuiven. Iets vroeger dan voorzien afscheid reeds nemen van bepaalde sterkhouders dan maar, om zo toch een paar andere stukjes te kunnen inpassen in de puzzel?
Dilemma van De Condé
Aangezien het vooral op de flanken drummen is denken we in eerste instantie aan Paintsil, die vorige zomer Southampton wandelen stuurde. Muziek in de oren van De Condé, die met Bonsu Baah wel al een dure en beloftevolle opvolger in huis had gehaald. Benieuwd of Paintsil, die zijn blik zelfs al op de PO's richt, de deur van de Cegeka Arena nu wél achter zich dicht wil trekken. Met ook nog Sor is er op de zijkanten voor hem zelfs niet per se meteen weer een nieuw alternatief nodig.
Diep in de punt gaan Andi Zeqiri, die al lang op de verlanglijst stond, en Arokodare, voor wie Genk deze zomer niet eens naar voorstellen wou luisteren, tenslotte nergens naartoe. Net als Sor en Ait El Hadj arriveerde de boomlange targetman pas een jaar geleden in Genk, dat in januari doorgaans slechts een twee à drietal nieuwe gezichten verwelkomt. Veel meer inkomend verkeer hoeven we wellicht niet te verwachten, maar langs uitgaande zijde staat er ongetwijfeld toch wel wat op til.

El Khannouss blijft bij voorkeur nog een halfjaar op post, desnoods via een huurconstructie, maar voor de rest lijkt niemand onaantastbaar mits een interessant bod. Arteaga, Muñoz, Paintsil, McKenzie, Carlos Cuesta en wie weet zelfs Galarza: allemaal kunnen de kassa stevig laten rinkelen, centen waar De Condé vervolgens zelf eventueel weer mee aan de slag kan gaan. Liever zulk een lucratieve deals sluiten om de boel op te frissen dan pakweg Oyen of Ait El Hadj elders te stallen.
Tenzij zij het zelf voor bekeken willen houden uiteraard. Hoe dan ook zag De Condé met de vroegtijdige uitschakeling in de Conference League en Croky Cup zijn ergste nachtmerrie uitkomen. Afwachten of het leidt tot een exodus tijdens de winterstop. Voorlopig zijn er alleszins nog geen signalen dat iemand zelf aanstuurt op een nieuwe uitdaging, een wens die ten laatste vorige week op De Condé zijn bureau moest liggen. Al staat hij altijd paraat om te anticiperen wanneer de plicht roept.
AD
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Arne Decraene