Voorlopig zit hij nog steeds stevig in het zadel, maar veel misstappen kan Ronny Deila zich toch niet meer veroorloven. Met hernieuwde moed tracht de coach van Club Brugge zondag in Leuven daarom nog maar eens een frisse start te nemen. Inclusief een ingrijpende koerswijziging?
OHL heeft iets met Blauw-Zwarte crisissen. Aan het begin van vorig seizoen deed Carl Hoefkens er eerst de rust wederkeren, alvorens later in eigen huis zijn zwanenzang te beleven tegen de Leuvenaars. Al kostte wellicht vooral de bekeruitschakeling tegen STVV een paar dagen eerder hem al de kop. Deila neemt de ontmoeting met Zulte Waregem in de volgende ronde van de Croky Cup maar best serieus.
Deceptie van Deila
Zijn job staat aan Den Dreef alleszins nog niet op het spel. Daarvoor geniet de Noor nog te veel steun in de kleedkamer. Ook het bestuur, beducht voor een zoveelste trainersontslag, verkiest voorlopig om te geloven dat Deila geen nieuwe miscast is. Alleen mag hij dan stilaan wel eens gaan tonen wat hij in zijn mars heeft. Af en toe was er pech mee gemoeid, maar de resultaten zijn ronduit onrustwekkend.
Bovendien staat de organisatie nog altijd niet op punt, en zit er vooral in het aanvalsspel weinig lijn. Zelfs wanneer Club controle heeft teert het op Hans Vanaken en Andreas Skov Olsen hun ingevingen. Van automatismen lijkt dus weinig sprake. Akkoord, enkele sterkhouders vertrokken, maar het is niet alsof Deila – die het zelf heeft over een overgangsperiode – een nieuw elftal in mekaar moest puzzelen.

Net om zijn spelers houvast te bieden weigert hij om voortdurend te liggen sleutelen aan zijn systeem. Hier en daar zorgt hij wel eens voor de nodige variatie, maar aan zijn vaste 4-3-3 wordt al bij al zelden tot nooit geraakt. Hoewel die veldbezetting duidelijk zijn persoonlijke voorkeur wegdraagt gaf Deila vooraf nochtans aan dat hij zich niet beperkt tot één formatie. Iets wat hij bij Standard ook bewees.
Koppige coach
In Brugge wacht men evenwel op een eerste ingeving, al durft Deila tijdens de match wel strategisch ingrijpen. Zo schakelde Club al meermaals om naar een driemansdefensie. In theorie niet de bedoeling volgens de T1, die zweert bij continuïteit. "We hebben al allerlei zaken geprobeerd. Vaak veranderen is nooit een goed teken, maar een plan B en C moet je naargelang het wedstrijdscenario wel hebben."
Hoe de pionnetjes op papier geschikt staan is in zijn ogen zelfs bijzaak. "Het gaat vooral om de invulling, speelstijl en principes. Dat is het belangrijkste, plus alle spelers in hun beste posities krijgen. Switchen van systeem is dus niet per se het antwoord", verwerpt Deila de notie van een tactische omzetting als wondermiddel. Een filosofie waar hij één keer toch van afweek, om het zich nadien direct te beklagen.

Zich aanpassen aan STVV bleek namelijk niet de juiste zet. Toch was de insteek mogelijk niet verkeerd. De voorbije jaren beleefde Blauw-Zwart haar grootste successen in de 3-5-2 zoals Deila ze toen tussen de lijnen bracht. Recent sneerde hij wel dat hij "eindelijk terug zijn eigen ding had gedaan in plaats van te luisteren naar anderen hun mening", maar inspiratie opdoen bij zijn voorgangers kan nooit kwaad.
Lesje van Leko
Te meer daar Deila voor het overige al nagenoeg alles probeerde. Inclusief meer personeelswijzigingen dan hem lief is, al dan niet onder druk van bovenaf. Daarbij wisselde hij doorgaans wel gewoon positie voor positie. Dringend tijd dus voor iets meer creativiteit en vooral flexibiliteit? De interlandbreak bood in dat opzicht wie weet de ideale gelegenheid om het geweer eindelijk eens van schouder te wisselen.
Deila zelf lijkt alvast te spelen met het idee. In de oefenmatch tegen Seraing experimenteerde hij nog eens met een 3-5-2, net zoals dat in de voorbereiding reeds een paar keer het geval was. Het systeem is hem dan ook niet vreemd: bij Standard was het samen met een 3-4-3 vorig seizoen nog zijn vaakst gehanteerde opstelling. Vooral die eerste variant past een heleboel spelers in Jan Breydel als gegoten.

Meubelstukken zoals Hans Vanaken en Brandon Mechele haspelden sinds de passage van Ivan Leko zo het merendeel van hun wedstrijden af. Als de middelste van drie verdedigers vallen die laatste zijn tekortkomingen alleszins veel minder op. Bovendien kan hij op die manier meer steun bieden aan Jorne Spileers. Als bijkomende bonus hoeft geen van beiden zich nog aan de linkerkant uit de slag te trekken.
Geen nood aan Nusa
Die plek is voorzien voor Bjorn Meijer, al liet Deila ook Maxim De Cuyper er al opdraven. Zijn offensieve impulsen zijn echter kostbaarder, terwijl de Nederlander – nog niet de oude – een betere verdediger is. Hoe dan ook lijkt het zowat de enige manier om hen samen in te passen. Aan de overkant is de hele zijlijn afdraven een kolfje naar de hand van Tajon Buchanan. De rol van fullback is op zijn lijf geschreven.
Het vraagstuk op het middenveld blijft ongewijzigd, met Vanaken, Hugo Vetlesen en Raphael Onyedika als ideaal trio. Door een mannetje meer achter de bal te zetten zijn Éder Balanta en Casper Nielsen dan misschien niet nodig om het evenwicht te bewaren. Met drie achterin en vijf man op het middenveld zou Club in deze bezetting sowieso compacter staan. Al wordt dan dus wel een aanvaller opgeofferd.

Door de blessure van Antonio Nusa en vormcrisis van Philip Zinckernagel is dat echter geen ramp. Zeker indien ook Andreas Skov Olsen afhaakt zijn de alternatieven beperkt. Het drietal is iets moeilijker in te passen in dit systeem, hoewel de Deen wel beter uit de verf komt in een centrale rol. Net zoals Nusa en Skov Olsen – en Michal Skoras – kan hij desnoods ook de volledige flank voor zijn rekening nemen.
Tandem Thiago-Jutglà
Of mag een van hen rond Igor Thiago of Ferran Jutglà zwerven? Momenteel blijkt geen van hen in staat om op zijn eentje het gewicht van de aanval te dragen, dus waarom het niet samen eens proberen? Op papier lijkt het duo alvast een compatibele tandem. Jutglà vond het spijtig dat hij nooit samen met Roman Yaremchuk voorin mocht postvatten. Het zou zonde zijn om dit niet op z'n minst eens te testen.
Op aanvallend vlak oogt ook een 3-4-3 aanlokkelijk, vooral omdat Skov Olsen zich nóg meer zou kunnen uitleven tussen de linies als vrijbuiter in de pocket. Niet dat hij zich vandaag veel om defensieve taken hoeft te bekommeren, maar de vraag is alleen of de balans dan niet nog meer verstoord geraakt. Tenzij aan de overkant Vanaken postvat, een rol die hij in het verleden bij de Rode Duivels al eens bekleedde.

Hem een rijtje laten inzakken om het spel te verdelen lijkt alleszins niet de bedoeling: omwille van zijn scorend vermogen ziet Deila de aanvoerder liefst zo dicht mogelijk tegen de zestien. Aangezien de drie man achterin over voldoende aanspeelpunten beschikken hebben zij Vanaken normaal gezien ook niet per se nodig om stelselmatig op te schuiven. Momenteel verloopt de opbouw veel te statisch en steriel.
Zonder Zinckernagel
4-3-3, 3-5-2 of 3-4-3: zoals Deila terecht opmerkt is het allemaal relatief. De huidige trend is een fluïde systeem, dat varieert in balbezit en balverlies. Toch moet de coach íets ondernemen wil hij het tij nog keren. Na de zege zonder glans tegen Lugano was er tegen Cercle aan kansen noch inzet geen gebrek, maar Deila kan niet door de resultaten heen blijven kijken. Dat zullen zijn bazen ook niet meer doen.
Om zijn vel te redden heeft de Noor dus nood aan reeks tot nieuwjaar, waarvoor hij helaas geen beroep kan doen op Nusa. Hoe zijn jonge landgenoot straks moet worden ingepast zijn zorgen voor later, maar tot dan lijkt het mede door zijn afwezigheid het uitgelezen moment om het toch eens over een andere boeg te werpen. Al was het maar om de indruk te wekken dat hij alle mogelijkheden heeft uitgeput.

En voor en voor altijd te bewijzen dat Zinckernagel geen voorkeursbehandeling geniet. Welke positie Skov Olsen dan precies krijgt toebedeeld is wel nog maar de vraag – allicht is er voorin nog steeds geen plaats voor zowel Thiago áls Jutglà. De foutenmarge is alvast opgebruikt, de schade mag nu niet meer oplopen. Tijd voor Deila om zijn ultieme troefkaart op tafel te leggen. Of te sterven met zijn principes.
AD
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Arne Decraene