René Vandereycken heeft onlangs stevige kritiek geuit op de speelstijl van Club Brugge dit seizoen, waarbij hij benadrukte dat de laterale en achterwaartse passes van het team het moeilijk maken om de steun van het publiek te winnen.
Wij namen de proef op de som en stelden vast dat Club Brugge effectief een van de minst verticaal spelende ploegen in de Belgische competitie is.
LEES OOK: 'Club Brugge trekt bleek weg: transferbom van 35 miljoen'
Deila breekt met Club Brugge-DNAVolgens de analist werden sommige Club Brugge-spelers zelfs uitgefloten door hun eigen fans door de laterale en soms achterwaartse passing van de ploeg. “Dat wil toch iets zeggen.” In zijn analyse in het Het Nieuwsblad drong Vandereycken aan op een analyse van hoe vaak Club Brugge de bal lateraal of achterwaarts speelt.
Wij hebben deze oefening gemaakt en daaruit blijkt dat Club Brugge de op één na minst verticale passing heeft in de Jupiler Pro League. Maar liefst 52% van hun passes, meer dan de helft dus, gaat in een achterwaartse of laterale richting.
Deze vaststelling strookt dus niet met het Club Brugge-DNA, dat ‘rechttoe rechtaan voetbal’ of zelfs kick and rush inhoudt.
Enkel Sint-Truiden passt minder verticaal dan Club Brugge
In de Jupiler Pro League heeft slechts één ploeg, Sint-Truiden (57%), nog minder verticaliteit in hun passing dan Club Brugge. Niet verrassend is stadsgenoot Cercle Brugge de ploeg die het minst achterwaarts en zijwaarts passt, en aldus de meeste verticaliteit in hun passing steekt.
Per competitiewedstrijd telt Club Brugge gemiddeld 552 verstuurde passes, waarvan 73 achterwaarts en 205 zijwaarts. Sint-Truiden, met een vergelijkbaar aantal passes per wedstrijd (552), heeft 91 achterwaartse en 227 laterale passes.
De volledige rangschikking
Hier is de rangschikking op basis van de verhouding laterale + achterwaartse passes ten opzichte van het totale aantal passes, waarbij een lager percentage duidt op een meer verticale passing: 1. Sint-Truiden (57%), 2. Club Brugge (52,9%), 3. KV Mechelen (52,3%), 4. Anderlecht (52,0%), 5. Eupen (51,8%), 6. AA Gent (51,69%), 7. Westerlo (50,6%), 8. KRC Genk (50,2%), 9. Standard (49,6%), 10. Charleroi (49,2%), 11. OHL (48,7%), 12. RWDM (48,3%), 13. Antwerp (47,8%), 14. KV Kortrijk (47,3%), 15. Union (46%), 16. Cercle Brugge (37%).
Olivier Plancke