De KNVB heeft sinds drie jaar de knop betreft matchfixing omgezet. Sindsdien wordt er actief onderzoek naar het gokfenomeen gedaan. Alleen de wedstrijd Roda JC - Heracles Almelo (2-1) uit 2010 werd als verdacht gezien, maar achter de zaak werd al gauw een punt gezet. De KNVB heeft echter beperkte middelen als het gaat om het uitvoeren van dergelijke onderzoeken. Daarom zal er nu in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een onderzoek naar matchfixing worden gedaan.
Het onderzoek, dat voor de zomer moet worden afgerond, zal uitgevoerd worden door drie partijen: Marjan Olfers, hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Toine Spapens, hoogleraar Criminologie aan de Tilburg University en onderzoeksbureau Ernst & Young. Deze partijen zullen in eerste instantie alle bestaande kennis over matchfixing in kaart brengen.
Vervolgens zullen interviews gehouden worden met (ex-)sporters, officials, sportbonden, kansspelaanbieders, het Openbaar Ministerie en politie. Hierbij bestaat de mogelijkheid om dit anoniem te doen, waardoor de kans op het vinden van relevante informatie zal toenemen. De afgelopen jaren zijn in Duitsland en België al gevallen van matchfixing aan het licht gekomen, het VWS-onderzoek zal nu aan moeten tonen in hoeverre de Nederlandse sport last heeft van het, door
Sp!ts zo betitelde, matchfixing-virus.
Aan hetzelfde medium gaf Spapens een korte reactie. "Over hoe we dat gaan doen kan ik niets zeggen. We hebben met elkaar afgesproken dat we tijdens het onderzoek niet met de pers praten. We gaan zo snel mogelijk aan de slag, want het onderzoek moet voor de zomer zijn afgerond."