Dit seizoen stond Laszlo Bölöni heel even onder druk als coach van Antwerp. Maar tijdens zijn bewind bij The Great Old was dat al niet meer de eerste keer. Als een kat met negen levens weet de ervaren coach zich steeds staande te houden. En dat als beheerder van de meest besproken kleedkamer van België, en zijn reputatie als ouderwetse trainer. Ondanks alle incidenten en geruchten over een ontslag heeft Bölöni ondertussen zijn club wat steviger genesteld in de top zes, én wacht misschien de halve finales van de Croky Cup. Niet met frivool en aanvallend voetbal. Maar wel hoofdzakelijk dankzij een formidabele en defensieve efficiëntie met veel wilskracht. Het zal erom spannen op Sclessin tijdens de kwartfinale van de beker.
De voorzitter van Antwerp is razend ambitieus. Paul Gheysens verwachtte dit seizoen betere resultaten dan de vorige jaargang. Stap per stap, maar liefst zo snel mogelijk, de aansluiting vinden én vasthouden met de Belgische top. Tussendoor mag er zeker ook wel een Croky Cup worden gewonnen. De hogere rangen op de Bosuil winden er niet veel doekjes om. En bij een trainer als Bölöni is dat overigens ook niet nodig. Maar om aanspraak te willen maken op een plaats aan de Belgische top moest het voetbal anders. Beter. Vorig seizoen kreeg het team van Bölöni het verwijt om vooral vechtersvoetbal op de mat te leggen, terend op pure fysieke kracht en daarbij soms het sportieve gedrag te vergeten. Dit seizoen moést het anders.
Dit seizoen is Antwerp nog steeds een fysiek monster. De nadruk ligt nog steeds op het fysieke vlak, maar van onsportief voetbal en talrijke overtredingen is weinig tot geen sprake meer. Al heeft Ruud Vormer daar wel zijn bedenkingen bij. "Er lopen hier wel een aantal gekjes rond," verklaarde hij na de wedstrijd van
Club Brugge op de Bosuil. Nu, deze uitspraak van de Nederlander is wel uitzonderlijk. Dit seizoen vergeleek niemand het huidige Antwerp met het vechtersvoetbal van vorig seizoen. Bölöni lijkt de boodschap van Gheysens en Co. goed ontvangen te hebben.
OVERTREDINGEN
Vorig seizoen was Antwerp de onbetwiste leider qua gemaakte overtredingen. Maar liefst vijftien fouter per wedstrijd veroorzaakte de ploeg. Sambou Yatabaré was met voorsprong de Antwerpspeler die het meest werd teruggefloten door het scheidsrechterkorps. De Malinees beging vorig seizoen zelfs de meeste fouten van de volledige competitie, enkel Chris Bédia (de voormalige aanvaller van Zulte Waregem) telde er toen meer.
In die bedenkelijke top dertig had verrassend genoeg ook Ivo Rodrigues zijn plaats. Vijftien gemaakte overtredingen in elke wedstrijd is enerverend voor de tegenstander, de fans en de neutrale liefhebber. Maar het bracht toen wel resultaat op. In het seizoen 18-19 eindigde Antwerp de reguliere competitie op de zesde plaats.
Dit seizoen is er een totaal andere foutenstatistiek te constateren. Vijf ploegen gaan The Great Old vooraf qua aantal gemaakte overtredingen. Cercle Brugge spant de kroon met zestien fouten per wedstrijd. Het is ook opvallend dat dit seizoen geen enkele Antwerpspeler terug te vinden is in de top dertig van de grootste overtreders.
Het lijkt er toch wel sterk op dat Bölöni dit seizoen anders te werk gaat met zijn tactisch plannetje. Tijdens de huidige jaargang worden door zijn spelers opvallend minder overtredingen gemaakt in vergelijking met het vorige seizoen. En in de reguliere competitie staat Antwerp al vier plaatsen hoger dan vorig seizoen. De club mag nu wel stilaan af van de titel als onsportieve ploeg.
DEFENSIEVE DUELS
Traditiegetrouw houdt men op de Bosuil van fysiek gestoeld voetbal. Daarnaast heeft Bölöni ook een voorliefde voor écht mannenvoetbal. Dat de sterktes van de huidige spelersgroep vooral op het fysieke vlak liggen, is dan ook geen toeval. De grote fysieke capaciteiten van Antwerp blijkt uit het enorm hoge percentage van gewonnen defensieve duels.
Bijna 62% van de Antwerpse defensieve duels werd met succes beëindigd. Met die fraaie defensieve efficiëntie behoort Antwerp bij de absolute to van de
Jupiler Pro League. Enkel RSC
Anderlecht en Club Brugge doen nog beter, maar dat is zeker geen schande als Antwerp zijnde. Goed verdedigen is ook een kunst.
Dit Antwerp steunt vooral op een goede organisatie, onderbouwd met een sterke defensieve duelkracht. Twee spelers vormen de bouwstenen van de aanpak-Bölöni. Ze spelen vaak onopvallend, maar zijn van enorme waarde bij Antwerp. Dat Wesley Hoedt daar één van is, dat hoeft zeker niet te verbazen. De zesvoudige Oranje-international speelde niet voor niets in de Premier League, La Liga en de Serie A.
Zomeraanwinst Hoedt is qua defensieve efficiëntie in de duels de derde beste speler van de Jupiler Pro League. Zijn
transfer mag daarmee meteen worden bestempeld als geslaagd. Na de Nederlander volgt ploegmakker Abdoulay Seck, die na een knieblessure stilaan terug fit is, op een vierde plaats. Bölöni kan bouwen.
INTENSITEIT & ERVARING
Bölöni en de Bosuil ademen het uit. Intensiteit. Het is zelfs bijna de definitie geworden van Antwerp FC. Qua defensieve duels is de ploeg van de Roemeen absolute Belgische top, maar dat wil niet zeggen dat de spelers daarbij onsportief te werk gaan. Dat blijkt uit de mindere gele kaarten tegenover vorig seizoen, maar ook qua intensiteit bij de defensieve duels.
Qua aantal duels, tackles en intercepties per minuut is Antwerp pas de zevende ploeg in de Jupiler Pro League. De club lijkt vooral zijn momenten uit te kiezen vooraleer met een defensieve actie uit te pakken. Antwerp verliest zelden een defensief duel en daarbij hoeft het geen al te grote inspanningen voor te leveren. Of in dit geval, een hoge intensiteit.
Een mindere duel-intensiteit betekent echter niet dat Antwerp de tegenstander zomaar laat begaan. Per wedstrijd wordt de tegenstander gemiddeld na acht passes bestormd door Antwerp, waar in de competitie enkel Club Brugge minder passes toelaat. De grote mate aan ervaring bij Antwerp is uiteraard ook belangrijk bij zo'n sterk defensief gerouleerd geheel. Met een gemiddelde leeftijd van iets meer dan 27 jaar heeft Antwerp de tweede oudste selectie in de Jupiler Pro League, na KV Mechelen.
HEERSERS VAN HET LUCHTRUIM
Het is geen geheim dat Antwerp niet houdt van balbezit. Daarom zijn de getimede intercepties van primordiaal belang in het wedstrijdplan. Op vlak van intercepties over de grond doet Antwerp beter dan de gemiddelde Jupiler Pro League-club. Dat heeft de ploeg vooral te danken aan de onversleten kilometervreter Faris Haroun, nu wel een tijdje buiten strijd. In de Antwerp-verdediging is Seck de onvervalste intercepteur van dienst.
Maar de grote sterkte bij Antwerp ligt vooral in de lucht. In dat onderdeel is Seck - wat een onderschatte verdediger is hij toch - de tweede beste heerser van de competitie, na Waasland-Beverenverdediger Aleksandar Vukotic. In de top dertig van luchtheersers vinden we ook nog Dino Arslanagic en - geen verrassing - Wesley Hoedt terug. Dankzij deze sterke luchtmacht steekt Antwerp veruit boven het gemiddelde qua geslaagde luchtduels.
MAAR WAT MET HET VOETBAL?
Ondertussen is het duidelijk geworden. De grote sterkte van Antwerp ligt vooral op defensief vlak. In het aanvallend compartiment kan de ploeg teren op de onberekenbaarheid en de (soms) genialiteit van Didier Lamkel Zé en Lior Refaelov. Maar offensief is Antwerp vooral aangewezen op Dieumerci Mbokani. Achttien doelpunten nette de Congolees er al dit seizoen. Refaelov komt als tweede beste schutter al tien (!) doelpunten na Mbokani. Het wil toch wat zeggen.
Bij een langdurige afwezigheid van de topschutter - denk maar aan een blessure of een schorsing - dan zullen de gevolgen niet te overzien zijn. Want dit Antwerp is geen ploeg die goed afwerkt op doel. Slechts 36% van hun totale schoten belanden ook effectief op doel. En dat terwijl Antwerp slechts drie ploegen moet laten voorgaan qua aantal schoten op doel. Qua efficiëntie mag het wel een beetje meer zijn. Dieumerci dat Bölöni nog kan rekenen op zijn poulain Mbokani.
BALBEZIT ... LIEVER NIET!
Ondanks het grote voetballend vermogen bij enkele Antwerpspelers houdt Bölöni het balbezit liever bij de tegenstander. Het gemiddelde balbezit van Antwerp dit seizoen is 44%, terwijl een gemiddelde ploeg in de Jupiler Pro League een percentage bijeen voetbalt van 55%. Toch opmerkelijk bij ene ploeg dat vijfde staat in de stand.
Bij het aantal passes per wedstrijd staat Antwerp zelfs onderaan de rangschikking. Terwijl Anderlecht per balbezit gemiddeld vijftien passes na elkaar weet te geven - ook al wordt daar weinig mee gecreëerd - volstaat het voor Antwerp om twaalf passes per offensieve actie te tikken. Maar wie heeft nu ook vaak de bal nodig op het middenveld als je ene Mbokani vooraan hebt lopen. Een meester in de box.
DE SLOTSOM
Ondanks de vele kritiek slaagt Laszlo Bölöni erin om zijn ploeg te parkeren op een voorlopige tweede plaats. Dat zijn vier plaatjes hoger dan vorig seizoen, en daarmee lost de Roemeen voorlopig de verwachtingen in. Een ander aspect van zijn opdracht dit seizoen was om af te stappen van het té fysieke vechtersvoetbal. Ook daar slaagt Bölöni momenteel in, maar wel met de nuance dat de sterkte van zijn ploeg nog steeds ligt op het vlak van duelkracht en defensieve efficiëntie.
En dat is zeker geen schande. Zo'n type voetbal hoort bij de huisstijl en wordt geapprecieerd door de achterban. Antwerp is niet meer de onsportieve vechtersmachine van voorheen. Het benadert het verdedigen als bouwsteen van de ploeg, anticiperend op de ingevingen van Refaelov of Lamkel Zé, en terend op de doelpunten van Mbokani. Uitspelen op de sterktes heet dat dan. Goed gezien van Laszlo.
LEES OOK:
Titelrace op volle toeren: refs speeldag 7 bekend