In de eerste twee heenmatchen van de kwartfinales van de Champions League heeft Liverpool de beste zaak gedaan. Het won met 2-0 van FC Porto en heeft zijn ticket voor de halve finale al zo goed als beet. In de andere wedstrijd schoot Manchester City zichzelf in de voet door met 1-0 te verliezen van Tottenham.
Het had nochtans ook anders kunnen lopen in het nieuwe stadion van de Spurs. Na een klein kwartier kreeg City immers een penalty, al was daar heel wat discussie over. Na tussenkomst van de VAR ging de bal op de stip voor een handsbal van Rose. Sergio Agüero zette zich achter de bal, maar Lloris keerde zijn inzet nog.
In de tweede helft leek City de match onder controle te hebben en tot overmaat van ramp zagen ze bij Tottenham nog eens Kane uitvallen met een enkelblessure. Maar dat deerde hen niet, want twaalf minuten voor tijd trapte Son uit het niets de 1-0 binnen. Pep Guardiola gooide in de 89ste minuut nog Kevin De Bruyne in de strijd, maar hij kon niets meer aan die score veranderen.
Op Anfield klaarde Liverpool de klus tegen Porto dan weer bijzonder snel. Al na 26 minuten stond de eindstand immers op het bord na goals van Keita en Firmino. De Reds konden daarna de match rustig uitspelen, in het slotkwartier deden ze dat nog met Divock Origi op het veld.
LEES OOK: "Betekent alles" - Guardiola diep geraakt na belletje De Bruyne
Jannick Lanckriet